Het lam

In een gevoelig verhaal laat Jannie Regnerus de dingen spreken

Erover praten lukt niet, merkt moeder Clarissa, als bij haar 5-jarig zoontje Joris een tumor in een nier is geconstateerd. Ze krijgt het woord kanker niet over de lippen, 'alleen het uitspreken op zichzelf is al een uitzaaiing'. In de geserreerde alinea's van de roman Het lam lezen we hoe zwaar de maanden zijn die op die schok volgen, en al is de moeder niet overvloedig mededeelzaam, er zijn andere manieren om de baaierd aan losgewoelde emoties te suggereren: 'In Clarissa's handtas brandt een verzameling paniek; tien transparante kokertjes, waarin ze doorgaans analoge fotorolletjes bewaart, zijn nu gevuld met Joris' urine. Kort daarvoor had ze deze op het bureau van de kinderarts uitgestald, een stalenkaart van rood, roder, roodst.'

Zo kennen we Jannie Regnerus (Oudebildtzijl, 1971) weer, de beeldend kunstenaar die eerder de aantekeningen op haar reizen door Mongolië en Japan publiceerde in De volle maan als beste vriend (2005) en Het geluid van vallende sneeuw (2006), voor welke laatste titel ze de Bob den Uyl Prijs kreeg toegekend. In dat bijzondere boek benadert ze Japan door zowel de tempels als de techniek te beschrijven, de magie (het tv-journaal heeft speciale kersenbloesemberichten) en de ondoordringbare inwoners, in het niet aflatende besef dat wat vreemd is soms simpelweg vreemd blijft, en dat je met een wezenlijk andere cultuur nooit geheel kunt samenvallen.

Daar liet Regnerus al zien hoe ze de dingen kan laten spreken. Dat vermogen toont ze ook als romancière. Wanneer Clarissa vanuit huis naar de overkant kijkt, ziet ze een afzichtelijk kantoor dat een kille slagschaduw over de huizen in de straat werpt. 'In Japan zou dat een reden zijn om de eigenaar een belastingaanslag op te leggen', bedenkt Clarissa grimmig, en even lijkt het of Regnerus zelf hier terugdenkt aan haar verblijf tussen de zo veel fijngevoeliger Japanners.

Belangrijker dan die verstolen hint is wat Clarissa verder nog registreert: stillevens van vuil op de stoepen, hoopjes peuken, gescheurde kartonnen zakjes met lege bekers en hamburgerverpakkingen, reclamefolders, colaflesjes, 'de contouren van een ingedroogde plas braaksel in een portiek'. Geen vrolijk stemmend stadstafereel, en eens te meer omdat in deze zelfde periode haar zoontje chemokuren ondergaat, zijn haren uitvallen en hij dikwijls moet braken. Alsof ook de slonzigheid van de grote stad samenspant om haar de naderende ondergang te boodschappen.

Even uitwaaien is er niet bij. Zelfs als ze met dat voornemen naar de kust rijdt. Wat valt haar aldaar op de parkeerplaats op? Andere auto's, met mannen erin die achter het stuur over de golven zitten te staren, auto's vol verdriet, van mannen die dat gevoel niet kwijt kunnen en het daarom aan zee parkeren.

Uitstapjes dan maar. Om Joris te plezieren gaan ze naar Artis, dat op zekere avond een openstelling heeft speciaal voor ernstig zieke kinderen. Dat betekent alleen wel dat haar kind niet alleen aandacht heeft voor de dieren maar ook voor de 'karavaan van zielepoten' die door de dierentuin trekt. Even niet aan gedacht.

Minstens zo schrijnend is het bezoek aan de Efteling, waar Clarissa in de achtbaan te beroerd wordt om nog een keer te gaan, en ze Joris alleen in het houten karretje omhoog ziet gaan.

Als ik me niet vergis, heet die attractie Joris en de Draak. En zo is het ook niet toevallig dat moeder en zoon in een boek met deze titel naar Gent moeten. De symboliek wordt echter niet opdringerig, de toon blijft beheerst. Alleen zo kan het onbevattelijke verdriet vorm krijgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden