Interview

Het laatste interview met Rita Reys: 'Optreden houdt me jong en ik vind het heerlijk'

Een week voordat Rita Reys (88) een hersenbloeding kreeg, was er dit gesprek. Ze was nog lang niet klaar met optreden.

Rita Reys tijdens opnamen van het VPRO-programma Vrije Geluiden. Beeld Jurjen Donkers

Volgende week zou ze op vakantie naar de Turkse Rivièra gaan. Haar dochter Leila had er een huis gehuurd. 'Ik heb gezegd: als ik er niks aan vind, neem ik zo het vliegtuig terug.' Typisch Rita Reys, direct en nuchter. Als het haar niet beviel, zei ze het. Meteen en zonder omhaal. 'Ik ben een flapuit. Ik heb het al gezegd voordat ik erover heb nagedacht. Maar dan denk ik: het is eigenlijk verspilling van tijd. Waarom moet ik er eerst over nadenken? Mensen die me goed kennen, weten hoe ik in elkaar zit, die lachen er alleen maar om. Mensen die me niet kennen, denken: wat een akelig wijf is dat.'

En dat begreep ze best, hoor.

Een ding is zeker: Rita Reys, die zaterdag op 88-jarige leeftijd overleed, heeft een 'heel spannend, leuk leven' gehad. Ze vond zichzelf een 'geluksvogel'. Gezond tot op hoge leeftijd, gezegend met een fantastische dochter en dito kleinzoon, looks die er nog opperbest mee door konden ('Moet je eens kijken als ik opgetut ben, hoe mooi ik ben') en een 'heerlijke' carrière waaraan geen einde leek te komen.

Op 1 september zou ze debuteren in poptempel Paradiso. 'Misschien fluiten ze me er wel af, weet ik veel. Ik zie het wel. Ook dat is een keer leuk om mee te maken.' Nergens was Rita Reys ('Ik ben geen mensenmens') zo op haar plek als op de bühne met 'de jongens' - haar vaste groep die de laatste jaren bestond uit: pianist Peter Beets, zwager en bassist Ruud Jacobs, drummer Joost Patocka. Ze genóót en dat zag je aan haar mimiek en aan haar ogen, van een opvallende kleur aquamarijn-blauw, die straalden en schitterden.

Genieten
Als er een geheim was, de sleutel tot haar succes, dan was het wel dat zichtbare genieten volgens haar. Niks anders. 'Naarmate het programma vordert, swingen we met elkaar de pan uit. Dat vindt het publiek zo mooi. Ze zien de vrolijkheid en het genieten wat we met elkaar doen.'

Oprecht vond ze zichzelf een bofkont, want 'deze jonge muzikanten zouden ook kunnen zeggen: schiet op, oud mens, ga weg, je hoort thuis te zijn. Maar dat is niet zo! Omdat het nog steeds goed is'.

Op de bühne én in haar tuin in Tienhoven ('meer dan 2.000 vierkante meter grond en water'), waar ze met jazzpianist Pim Jacobs woonde, was ze in haar element. Liefst daalde ze al vroeg in de ochtend af, om een uur of zeven, bleef wroeten in die tuin, omringd door vogels en een enkele ree, en kreeg tijdens het middaguur een boterhammetje van Pim aangereikt, die haar liefkozend pal noemde, zodat ze niet naar binnen hoefde. En 's avonds stond ze dan 'radicaal' ergens te zingen.

Een week voordat ze een hersenbloeding kreeg, was er dit gesprek. Op het terras naast haar huisje in Breukelen aan de Vecht, behorend tot het landgoed Vinkesteijn. Daar zat ze onder de parasol, in haar lichte zomerbroek en met keurig gekapt haar, smaakvol opgemaakt, haar loopstok steunend op de rand van de tuintafel. En ze vertelde over haar heupoperatie, die ze lange tijd met pillen tegen de pijn had weten uit te stellen. 'Voordat je het weet, ben je verslaafd aan die pillen. En dat kan natuurlijk niet op mijn leeftijd.' Over Wessel Ilcken en Pim Jacobs, de mannen in haar leven. Zo 'far out' als de eerste was, zo 'clean' was de man met wie ze 36 jaar lang een 'enig huwelijk' had.

Ze had het over haar liefde voor de natuur: 'New York? Heel leuk om een keer te zien, maar geef mijn portie maar aan fikkie.' En ook, vooruit dan maar, over haar lichte weerzin tegen Billie Holiday, die altijd maar weer, en zeker door leken, wordt aangehaald als jazzzangeres par excellence. 'Ze kleurt elk nummer op dezelfde manier in met haar dramatische levensverhaal. Dat gaat me tegenstaan.' Van Louis Armstrong daarentegen ging ze janken. Vanwege zijn timing, maar ook de 'snoeten' die hij erbij trok.
Passeerde er iemand in een bootje over het water of in een sportwagen over de dijk nadrukkelijk zwaaiend, haalde ze haar schouders op en zei: 'Geen idee wie het is. Ik zwaai altijd maar gewoon terug.'

Als jazzzangeres heeft u altijd in mannengezelschappen verkeerd.
'Precies, vandaar ook dat ik niet zo lief ben. Dat is echt waar. Je moet je altijd verdedigen, want je bent maar een zangeres... Musici hebben in het algemeen weinig respect voor zangeressen, hoor. Nou begrijp ik dat ook nog wel. Een hoop van die zangeressen gingen met die jongens naar bed. Mijn vader was zelf muzikant, hij wist hoe het ging. Hij zei: 'Jij gaat toch niet ook dat glibberige pad op?' En ik zag er schattig uit, al zeg ik het zelf. Dan was het levensgevaarlijk voor zo'n meisje.'

Vandaag in de Volkskrant: het volledige laatste interview met Rita Reys. 'Praten op de bühne kan ik niet. Ik ben bang. Bang om iets verkeerd te zeggen, weet ik veel.'

Reys op North Sea Jazz in 2012. Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.