Het laatste filmtaboe

Precies 70 jaar later blijft de Frans/Japanse film Hiroshima mon amour de enige die zich echt aan de atoombom waagde. Waarom De Bom nog steeds de blinde vlek van Hollywood is.

Emmanuelle Riva en Eji Okada in de naoorlogse klassieker Hiroshima mon amour (1959). Beeld Courtesy Everett Collection
Emmanuelle Riva en Eji Okada in de naoorlogse klassieker Hiroshima mon amour (1959).Beeld Courtesy Everett Collection

In 1960 kwam de Amerikaanse kernfysicus J. Robert Oppenheimer op bezoek in Tokio. Vergezeld door zijn vrouw Kitty was hij ingegaan op een uitnodiging van het Japanse Comité voor Intellectuele Uitwisseling. De Amerikaanse regering had een negatief reisadvies afgegeven. Terug naar de plek van alle onheil, je kon moeilijk verwachten dat het publiek zou applaudisseren. Maar Oppenheimer ging toch, iets wat een zekere vorm van moed vroeg.

Reeds op het vliegveld werd hij opgewacht door een groep Japanse verslaggevers. Ze deden er niet lang over om die cruciale vraag te stellen. Had mister Oppenheimer spijt van het ontwikkelen van De Bom?

'Nee', antwoordde hij, 'ik heb er geen spijt van dat ik iets te maken had met het technische succes van de atoombom.' En hij voegde eraan toe: 'Het is niet dat ik mij niet slecht voel. Het is dat ik mij vandaag in Japan niet slechter voel dan ik gisteren toch al deed.'

Liefde in de Franse film

Terwijl Trois souvenirs haar Nederlandse première beleeft, wordt ook klassieker Hiroshima mon amour opnieuw vertoond. In de week van de onvervalste liefdesfilms zoekt Ariejan Korteweg voor u uit waarom de Franse liefde als de ultieme romantiek geldt.

Manhattan Project

Het voorval staat beschreven in de biografie J. Robert Oppenheimer: Shatterer of Worlds (1980), van de hand van Peter Goodchild. De scène lijkt bij uitstek geschikt voor een Robert Oppenheimer biopic - biografische speelfilms over wetenschappers zijn immers uitermate populair. Vorig jaar hadden we nog The Theory of Everything, over het leven van Stephen Hawking. En in The Imitation Game brak wiskundige Alan Turing de Enigma-codes van de Duitsers. Waarom dan geen speelfilm over Oppenheimer?

Aan het materiaal ligt het niet. Denk aan zijn beslissende aandeel in het Manhattan Project, waar de atoombom werd ontwikkeld, en zijn aansluitende val door vermeende communistische sympathieën in het McCarthy-tijdperk. De relatie met zijn jongere broer Frank kan worden benut. Net als de rivaliteit met collega-wetenschapper Edward Teller. En, leuk voor ons: in zijn jonge jaren gaf 'Oppie' gastcolleges in Leiden en Utrecht, waarover hij spreekt in een briefwisseling met Frank - ze delen een liefde voor Van Gogh.

Het zit er niet in, blijkbaar. Te vrezen valt dat we hier op het allerlaatste taboe van Hollywood zijn gestuit. Voor post-apocalyptische visioenen in een verre of nabije toekomst draaien ze in Hollywood hun hand niet om. Maar een historisch correcte reconstructie van de aanval op Hiroshima en Nagasaki, inclusief het voorspel én de aansluitende, schuldbewuste worsteling van de hoofdpersoon (Oppenheimer: 'Nu ben ik de Dood geworden, een vernietiger van werelden') lijkt buiten de orde.

Slachtoffers

Té grimmig, met zoveel (circa 250.000) directe slachtoffers, in precies 9 seconden tijd. Té naar, met zoveel aansluitende gevallen (minimaal nog eens eenzelfde aantal) van stralingsziekte. De verdediging dat de bommen onontkoombaar waren, omdat de keizer begin augustus 1945 weigerde te capituleren en Japan anders door de geallieerden eiland voor eiland zou moeten worden veroverd - iets dat eenzelfde aantal Amerikaanse slachtoffers zou hebben gemaakt - volstaat kennelijk niet. Dit is een no-goarea. Geen grote studio die haar geld in zo'n heikel onderwerp zal steken. Amerikaans fatsoen is hier in het geding. Ook al leven we zeventig jaar later en gaat het om een van de ingrijpendste gebeurtenissen uit de moderne geschiedenis.

Goed, er zijn een paar voorzichtige pogingen geweest. Bedoeld wordt niet Stanley Kubricks Dr. Strangelove or: How I Learned to Stop Worrying and Love the Bomb. Deze gitzwarte satire handelt over de Koude Oorlog. Eerder moet je denken aan het docudrama dat MGM in 1947 produceerde: The Beginning or the End. Helaas werd het schrijversteam dermate op de vingers gekeken dat je gerust van censuur mag spreken. Op basis van de eerste scriptversies reconstrueerde The New York Times in 1995 hoe het aanvankelijk de bedoeling was om het Amerikaanse publiek te confronteren met de ongezouten werkelijkheid. Beelden van een tot spookstad gereduceerd Hiroshima, het verbrande gezicht van een onschuldige baby. De boodschap was duidelijk: dít niet nóg eens, waarmee partij werd gekozen voor tot inkeer gekomen wetenschappers, onder wie Oppenheimer.

Een veto kon niet uitblijven. Op voorspraak van president Harry S. Truman werd generaal Leslie Groves op de zaak gezet, leidinggevende bij het Manhattan Project. De uiteindelijke versie van regisseur Norman Taurog raakte aan propaganda. Dat bleef niet onopgemerkt. De recensent van Time Magazine noteerde: 'Wat een vrolijke imbeciliteit!'

De film stelt dat tien dagen lang waarschuwende pamfletten boven Japan werden uitgestrooid. Waarop een crewlid van de Enola Gay - de B-29 die atoombom 'Little Boy' afwierp - opmerkt: 'Dat is dan tien dagen meer dan de Japanners ons bij Pearl Harbor gaven.' Dat van die pamfletten wordt door historici allerwegen bestreden.

Straight to video

Een tweede ingreep betreft een referentie aan de wetenschappers die de Japanse vijand wilden uitnodigen bij de eerste test op 16 juli 1945 in de woestijn van New Mexico, codenaam: Trinity. Onder het motto: 'Geef je over... or else...' De Amerikaanse legerleiding wilde daar destijds niet aan, dus hoefde het ook niet in de film.

Wel ligt in The Beginning or the End de Enola Gay zwaar onder vuur van Japans afweergeschut. Heroïsch, maar een falsificatie. Na de eerste screening op het Witte Huis vroeg Truman of hij een tikkeltje meer mocht worstelen gedurende zijn afweging van al dan niet De Bom. Dat kón. De reclameslogan luidde: 'Basically a true story' - als in: min of meer waar gebeurd. Het was dan wel Koude Oorlog, het Amerikaanse publiek keek er dwars doorheen. De film werd geen succes.

Het goede nieuws is dat er zo ruimte blijft voor een serieuze Oppenheimerbiopic. Want de tweede poging, Fat Man and Little Boy (1989) van regisseur Roland Joffé was dat toch ook niet helemaal. Dat verhaal zoomt in op de spanningen tussen generaal Groves en Oppenheimer gedurende het Manhattan Project. En ook al speelt Paul Newman de generaal, de kritiek luidde dat Joffé eerst en vooral de antikernwapenbeweging uit de jaren tachtig wilde ondersteunen. In Nederland ging het werkstuk straight to video, zodat voor ons Alain Resnais' nouvelle vague klassieker Hiroshima mon amour (1959) vooralsnog dé film blijft waarin het onzegbare wordt uitgesproken.

Hiroshima mon amour (1959). Regie: Alain Resnais. Met: Emmanuelle Riva en Eiji Okada, naar een scenario van Marguerite Duras. De digitale restauratie wordt op 6 augustus vertoond in EYE, Amsterdam. Daarna volgt een landelijke tournee langs de filmhuizen.

Hiroshima mon amour

Een onmogelijke liefde tegen het decor van een wereldschokkende gebeurtenis, zo kun je Hiroshima mon amour in een zin samenvatten. Even voor wie de film nooit heeft gezien: de twee hoofdpersonages worden slechts aangeduid als 'Zij' (Emmanuelle Riva) en 'Hij' (Eiji Okada). Ze blijven vreemden voor elkaar, maar ze schenken elkaar troost, noem het in the comfort of strangers. Het is 1959, en zij is naar Hiroshima gekomen om als actrice mee te spelen in een productie voor de vrede. Naar later blijkt, had ze tijdens WO II als jong meisje in het Franse stadje Nevers een liefdesrelatie met een Duitse soldaat; reden voor de ouders om haar te verstoten. Hij is architect, vocht in het Japanse leger, maar zijn familie was in Hiroshima op 6 augustus 1945. Samen beleven zij en hij een korte, maar hevige affaire. In de openingsbeelden zien we ze verstrengeld in bed, terwijl Resnais deze idylle snijdt met schokkend documentair beeld van de stad, direct ná de bom. Van daaruit wordt hun samenzijn van 36 uur beschreven, de persoonlijke geschiedenis van deze getourmenteerde personages langzaamaan ingevuld.

Alain Resnais was bevreesd dat een zo alomvattend thema als Hiroshima onverfilmbaar zou zijn en vroeg Marguerite Duras om een doorwrocht scenario. Zij kwam met de vondst om twee geliefden te plaatsen op deze gedoemde plek die het stel bijna wel dwingt tot contemplatie.

En hoewel er veel van die typisch Franse stiltes vallen, ze vol inzetten op de psychoanalyse en gedachten aangaande de liefde, oorlog, het geheugen en het menselijk tekort - we hebben het hier wel over nouvelle vague, natuurlijk - blijft Hiroshima mon amour ook in 2015 nog altijd een bewonderenswaardige tour de force. Geroemd om spel en montage, met inventief ingelaste flashbacks, wist Hiroshima mon amour het cinematografische taboe op de atoombom te doorbreken.

Dat moest haast ook wel gebeuren met een Frans/Japanse co-productie, want in Hollywood weten ze zich nog altijd geen raad met deze beladen thematiek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden