'Het klinkt gruwelijk, maar die Stradivari was niet mijn stem'

De 35-jarige Deense vioolvirtuoos speelt vanavond en morgen in het Amsterdamse Concertgebouw het Vioolconcert van Edward Elgar. ‘Het is love, niet meer en niet minder.’..

Wat het verband zou kunnen zijn tussen een viool van Guarneri en een Velux-tuimelraam, behalve dat beide te maken hebben met houtschaverij en een zekere mate van ontwerpersprecisie? Vraag het de violist en dirigent Nikolaj Znaider (35). Geboren in Denemarken. Studeerde in Kopenhagen, New York en Wenen. Hij geniet wereldfaam als virtuoos van de goede smaak, en bespeelt een Guarneriviool waarvan de bruikleen mogelijk werd gemaakt door een stichting van de Deense bouwfirma Velux – voor al uw dakkapellen en kantelkozijnen.

‘Bedankt’, zegt Znaider, als hij hoort dat ook in Nederland geen straat te vinden is zonder tuimelraam.

Hij is te gast bij het Concertgebouworkest, als solist in het Vioolconcert van Edward Elgar. Dat is een topstuk van het Britse romantische repertoire. Befaamd om zijn thematische complexiteit, en om zijn lengte van liefst 52 minuten – om diezelfde redenen maar spaarzaam uitgevoerd. Het stuk ging een eeuw geleden in Londen in première, met als solist de 35-jarige, toen al legendarische Oostenrijker Fritz Kreisler. Die had het stuk mede op zijn geweten, door Elgar er via een kranteninterview toe uit te dagen. Hij werkte eraan mee door Elgar de nieuwste snufjes van de viooltechniek voor te doen, en speelde de omjubelde première (plus reprises met onder meer het Concertgebouworkest) op zijn Guarneri uit 1741.

Laat dat nu precies de viool zijn waar Znaider op speelt. De ‘Kreisler Guarneri del Gesù’, heet het instrument thans voluit. Omdat het vijftien jaar lang van Kreisler was. En omdat de Cremonese vioolbouwer Bartolomeo Giuseppe Guarneri (1698-1744) ook wel bekend staat als ‘Del Gesù’: hij plakte in zijn instrumenten een etiket met een hommage aan Jezus.

‘Hiervóór heb ik ook Guarneri’s gehad’, zegt Znaider, die zichzelf dertien jaar geleden naar een divisie van topengagementen en topinstrumenten speelde, toen hij in Brussel het Elisabethconcours op zijn naam schreef met vioolspel van uitzonderlijke noblesse. Toen de bruikleen van zijn vorige Guarneri dreigde af te lopen, werd in Denemarken een inzameling gehouden. Tevergeefs.

Znaider moest het helaas gaan doen met een Stradivarius. Met dank, ook toen, aan het kantelvenster.

Hij hield dat vier jaar uit. ‘Het klinkt gruwelijk wat ik zeg’, bezweert Znaider. ‘Maar die Stradivari was niet mijn ‘stem’. Als musicus heb je een ideaal in je oor. Dat probeer je te herscheppen. Je wordt erbij tegengehouden door je eigen beperkingen en door je instrument. Als er dan niet uitkomt wat je wilt, dreigt er een constant gevoel van conflict.’

De Velux-stichting toonde begrip. ‘Met deze Guarneri heb ik waanzinnig geluk gehad.’ Zo kon Znaider zich in 2007 weer aansluiten bij Joseph Joachim, Eugène Ysaÿe, Heifetz, Stern, Itzhak Perlman, Gidon Kremer, Midori: Guarnerifanaten door de eeuwen heen. Ja, Nigel Kennedy – die tussen rock en klezmer een behartigenswaardige uitvoering van Elgars vioolconcert op cd zette – is ook een man van Del Gesù. Net als Paganini, die weliswaar Stradivari’s bespeelde, maar de voorkeur gaf aan een Del Gesù uit 1742, tegenwoordig bijgenaamd ‘het kanon’.

De jaren rond 1740 waren Guarneri’s beste jaren. Met de toenemende kwaliteit van zijn violen nam hun toonbaarheid af: rafelranden kenmerken het ‘gezicht’ waarmee een Guarneriviool je kan aankijken. Soevereine slonzigheid, denkt Znaider, van een vakman ‘die wist dat hij niet bouwde voor vorsten en prinsen, zoals Stradivari, maar wel wist wat zijn klank waard was’.

Vergeleken met die ruige exemplaren oogt die van Znaider geciviliseerd. ‘Het is een van de laatste Guarneri’s die er knap uitzien’, vindt Znaider. ‘Ook zijn conditie is sterk. Ik heb het geluk dat hij zeventig jaar lang maar af en toe is bespeeld.’

Na Fritz Kreisler reisde Znaiders viool een paar jaar de wereld rond met Alma Moodie, een virtuoze uit Australië. In de jaren zeventig had een concertmeester in Buffalo hem in bezit, waarna de Guarneri in een Californische collectie kwam te liggen – tot Velux aanklopte. ‘Goddank heeft hij stilletjes de jaren twintig en dertig overleefd, toen veel topviolen werden verminkt door millimeters weg te schrapen uit het achterblad, omdat ze dan ‘briljanter’ zouden worden. Misdadig.’

Het besef dat er een soort Elgar-Kreisler-eeuwfeest begon te naderen, kwam geleidelijk. ‘Papieren bij deze viool vertelden natuurlijk over Kreisler. En zelf had ik Elgar al op mijn verlanglijst. Hoewel dirigenten en orkesten er nooit om vragen. Omdat het stuk extra repetities vergt. Dat maakt het ook moeilijker er een programma omheen te bouwen.’

Toen Znaider erachter kwam dat er behalve een viool ook een kroonjaar aan vastzat, ging de een na de ander om: de Wiener Philharmoniker, het KCO, Boston, Londen, New York, Stockholm. Het werd een ‘intercontinentale journey’.

De missie is begonnen met een opname van mijlpaalachtige allure: een cd van Znaider met de Staatskapelle Dresden onder leiding van Colin Davis. Maar hola, is dat niet de Sir Colin die dit concert al eens opnam met de violist Menuhin? En wacht even, nam de jonge Menuhin dit concert niet ook al eens op met Sir Edward himself, als dirigent? Kan er zoiets bestaan als muzikale zigzag-erfelijkheid, een lijntje Elgar-Znaider?

‘Dat kan’, zegt Znaider, ‘maar maak het niet specialer dan het is. Die schakelingen gaan makkelijk in de muziek. Brahms en Joseph Joachim staan ook dichter bij ons dan vaak wordt gedacht. Een paar contacten verder en je staat tegenover Beethoven. Het fascinerende aan een veteraan als Colin Davis ligt een beetje in wat hij zegt, maar heel erg sterk in wat hij is. Zijn manier van leiden wordt steeds minimalistischer. Net als bij een zenmeester. Al zijn ontmoetingen liggen erin opgetast.

‘Natuurlijk hebben we het gehad over het romantische geheim van Elgars vioolconcert. Over die ‘Windflower’-thema’s, waarin Elgar zijn gevoelens voor een vriendin heeft neergelegd. Het zou slecht zijn als je je niet in die achtergrond probeert te verdiepen. Maar ja, een Sir Colin benoemt het als love, en dat is het. Niet meer, maar vooral ook niet minder.’

Kreisler, componist van snoeperige encores als Liebesfreud en Liebesleid, is in die werkjes nog altijd te horen in opnamen die hij rond 1911 al maakte met zijn Guarneri. Kreislers royale vibrato wijkt nogal af van Znaiders slankere toonvorming. ‘Misschien maakt het geen verschil dat ik op Kreislers viool speel’, zegt Znaider. ‘Misschien ligt het enige verschil hierin, dat ik graag geloof dat het verschil maakt.’

Vanavond en vrijdag is de KCO-uitvoering onder leiding van Vladimir Jurovski. Mocht Znaider in Elgars driedubbelgrepen of priemende topnoten een snaar breken: niet erg. De gewoonte is dat een solist in zo’n geval meteen de viool krijgt toegespeeld van de concertmeester. Deze eerste violist bij het KCO is Vesko Eschkenazy. Znaider: ‘Die speelt ook Guarneri. Uit 1738. Helemaal niet gek.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden