Interview Ronnie van der Veer

Het klankenkabinet van foley artist Ronnie van der Veer

Echte geluiden klinken niet echt. Daarom maakt foley artist Ronnie van der Veer het betere filmgeluid, bijvoorbeeld voor fantasyfilm November, die vandaag in première gaat. Van der Veer over de klank van monsters en het kleine geluid dat ertoe doet.

Foley artist / sound-designer Ronnie van der Veer in zijn studio in Haarlem op donderdag 10 mei 2018. Beeld Daniel Cohen

Ergens in Haarlem, omringd door uiterst gevoelige microfoons, staat een man te schuifelen op een houten podium. Het ene moment op afgetrapte gympen, dan weer op dameshakken. Hij beklimt een trapje, klauwt in een kist vol aarde of peddelt met een plank in een bak water. Dat alles in dienst van het volmaakte, precies passende filmgeluid.

Ronnie van der Veer (36) is foley artist. Of, iets ambachtelijker klinkend, Geräuschemacher  – fabrikant van geluiden voor films. Direct op de set opgenomen filmgeluid heeft vaak te weinig karakter en body; Van der Veer zorgt niet alleen voor speciale geluidseffecten, maar maakt bovendien de soundtrack krachtiger, realistischer en expressiever. Van der Veer laat voetstappen extra duidelijk klinken, dichtslaande deuren echt dichtslaan en botten misselijkmakend kraken. ‘Ik vergelijk mezelf weleens met een schilder. Zoals een schilder uit verfstreken een levensecht portret opbouwt, zo probeer ik de filmbeelden laag na laag de juiste klank te geven.’

Wat die juiste klank precies inhoudt, is niet altijd vanzelfsprekend. Neem het wonderlijke Estse griezelsprookje November, dat vanaf vandaag in de filmtheaters draait en door Van der Veer van foley-geluid werd voorzien. Met spoken, weerwolven en folkloristische elementen schept de film een geheel eigen universum. Hoe moet zo'n wereld vervolgens klinken? En vooral: hoe klinken de Krats, de volkomen unieke, uit landbouwgereedschap samengestelde monsters die door de boeren als werkslaven worden ingezet?

Van der Veer, die graag benadrukt dat hij niet zonder zijn vaste geluidsmixers Jacob Oostra en Tom Nestelaar kan: ‘Het was fijn dat regisseur Rainer Sarnet ons een helder uitgangspunt meegaf. De Krats moesten een lomp geluid krijgen, net zo houtje-touwtje als ze eruit zien.’ Met dat idee keek Van der Veer de film, die toen al was afgemonteerd maar alleen het setgeluid bevatte. ‘Dan begint het al te ratelen in mijn hoofd. Vervolgens duik ik de studio in.’

Foley artist / sound-designer Ronnie van der Veer in zijn studio in Haarlem op donderdag 10 mei 2018. Beeld Daniel Cohen

Die studio heeft veel weg van een volgepropte opslagruimte. Hier een enorm schoenenrek, daar drie kisten met aarde voor bijvoorbeeld paardengetrappel, het zwembad (900 liter), dat dienst doet voor de watergeluiden en de halve Smart Compact waarin Van der Veer auto-interieurscènes opneemt. En overal spullen, steeds meer spullen. ‘Dan vind ik bijvoorbeeld bij de kringloopwinkel een antieke tinnen lepelset die mooi zwaar rammelt, en dan koop ik die omdat-ie misschien ooit van pas zal komen. Als klok, als klepel, wie weet.’

Voor de lompe metaal-monsters uit November ging Van der Veer aan de slag met onder meer een roestig deurscharnier en een al net zo stramme trapladder. Voor de allereerste Krat, die vliegt met een zeis als wiek, zwiepte hij een vergiet boven zijn hoofd; bij een ander exemplaar gebruikte hij onder meer een fietszadel. ‘Als je goed kijkt zie je dat die Krat een vermolmd fietszadel als hoofd heeft. Dat is hoe ik op zo’n element kom. Ik ben op dat zadel gaan duwen, zodat je de springveren hoort. Diezelfde Krat heeft antieke ijzeren strijkbouten als voeten, dus heb ik met zo’n strijkbout op de vloer staan rammen. Ik heb ook op een buis geslagen voor een thoing-achtig effect, en in die honkbalhandschoen gedrukt voor het geluid van krakend leer.’

Een krakend monster. Beeld Pauline Niks.

Van der Veer en zijn soundmixers hadden een week voor de foley van November – een gangbare werkperiode voor Geräuschemachers. Aan de Krats besteedden ze een halve dag, om uit alle ingrediënten precies het vereiste, bewust krakkemikkige klankkarakter samen te stellen. ‘Soms bestaat het geluid van de Krats uit wel zeven verschillende lagen, van een stomp in de bassen tot gerammel in het hoog. Ik ben best wel trots wanneer al die verschillende texturen één geheel gaan vormen. Heerlijk, om het geluid te verzinnen van wezens die nog niemand heeft gezien.’

Stappen in de sneeuw. Beeld Pauline Niks.

Voetstappen in de sneeuw klinken in November dan weer zoals ze altijd klinken: gesmoord en knerpend. Met sneeuw heeft het oorspronkelijke geluid evenwel helemaal niets te maken. ‘Ik gebruik voor sneeuw een kussensloop gevuld met maizena, op een ondergrond van steenzout. Werkt perfect.’

Wie enkele uurtjes met Van der Veer meeloopt, gelooft zijn oren niet meer. Het ene na het andere schijnbaar natuurlijke filmgeluid blijkt zorgvuldig opgebouwd uit onverwachte ingrediënten. Dat vindt Van der Veer zelf een van de mooiste aspecten van zijn werk: hoe beelden en geluiden die je nóóit met elkaar zou associëren, toch een symbiotische relatie aangaan. Hoe je op de vloer spetterend bloed ‘maakt’ met het geluid van een zeemlap die wordt uitgeknepen. Hoe een prikje in een sinaasappel versmelt met een in de huid gestoken injectienaald, of het uitwringen van bleekselderij met een geplette hersenpan.

Doorprikken van huid. Beeld Pauline Niks.

‘Maar ook als de relatie tussen het beeld en geluid één op één is, kun je er iets bijzonders van maken’, aldus Van der Veer. ‘Toen ik de foley deed voor de misdaadthriller Bellicher: Cel (2012), zag ik dat hoofdpersonage Bellicher (Daan Schuurmans) een bodyguard (Tim Murck) had die veel kleiner was dan hij. Best gek, vond ik. Daarom heb ik in overleg met de sound designer – degene die eindverantwoordelijk is voor het geluid van de film – de stappen van de bodyguard extra zwaar gemaakt. Dan slik je het makkelijker dat nou net híj Bellicher beschermt. Op zo’n moment helpt de foley het verhaal echt verder.’

Magie van geluid

Aanvankelijk wilde Van der Veer filmcomponist worden, maar die ambitie liet hij varen toen hij tijdens zijn opleiding muziektechnologie aan de HKU verliefd raakte op het foley-ambacht. Vanaf zijn debuut Life Is an Art (Jayant R. Harnam, 2010) ‘foleyde’ hij uiteenlopende films en series als Doodslag (2012) en Smeris (2014) en internationale producties als The Lobster (2015) en het Belgische Girl, dat op het afgelopen filmfestival van Cannes de Camera d'Or voor Beste debuut won. Inmiddels is hij fulltime bezig met Geräuschemacherei; iets wat in Nederland alleen zijn collega Vladimir Rakic (foley voor onder meer Aanmodderfakker en Dorst) kan zeggen.

Ondanks de vele opdrachten is Van der Veers verwondering over de magie van geluid nooit weggesijpeld. Laat hem vertellen over de dierengeluiden die hij maakte voor de nog te verschijnen documentaire Het nieuwe Artis, en zijn ogen gaan glinsteren. ‘In natuurdocumentaires zijn de dierengeluiden vaak nep. Alleen al doordat beesten vaak op grote afstand worden gefilmd, is het onmogelijk om hun eigen geluid te registreren. En dan is het in Artis ook nog eens ontzettend rumoerig. Bij close-ups van een tijger wil je geen blèrende kinderen op de achtergrond horen, wat ter plekke opgenomen geluid erg lastig maakt.’

Gelukkig weet Van der Veer hoe hij de stappen van zo’n tijger natuurgetrouw kan nabootsen. Hij haalt een gele tuinhandschoen tevoorschijn, op drie vingertoppen voorzien van ingenaaide paperclips. ‘Die zijn voor het geluid van de nagels op de ondergrond’, zegt Van der Veer, waarna hij de handschoen aantrekt en tikkend op een houten kistje demonstreert hoe dat nou klinkt, paperclip-tijgernagels: ongetwijfeld zeer geloofwaardig, met de juiste beelden erbij. Maar waarom slechts drie paperclips, en niet vijf? ‘Omdat een katachtige vaak zijn nagels intrekt en op kussentjes loopt. Ik wil twee vingers overhouden zonder paperclips, zodat ik snel kan schakelen tussen die geluiden.’

Tijgerstappen. Beeld Pauline Niks.

De kleine kamerplant in de hoek gebruikte hij dan weer bij apengewoel in de bomen. En zo lijkt ieder object in Van der Veers studio te wachten tot het zijn eigen klankrol mag spelen. Voor wat voor scènes zou die metalen weegschaal gebruikt kunnen worden? Waarom ligt daar een ovenrooster?

‘Dat ovenrooster heb ik gebruikt voor Jan Matthys’ Vele hemels boven de zevende (2017). In een scène zie je parkieten in een kooi, en ik moest hun gefladder en geklauter langs de kooiwand krachtiger laten klinken. Zoiets krijg je nooit synchroon met echte parkieten. Dus heb ik met een metalen flamenco-plectrum aan de spijlen van het ovenrooster geplukt, en dat gefladder van de vleugels nagedaan met een plumeau met veren. Als je dat combineert en onder de beelden zet, klinkt het zeer aannemelijk.’

Levensecht 

Van der Veer denkt niet dat de foley artist ooit vervangen zal worden door een digitale databank met hapklare geluiden. ‘Een effect als zo'n vogelkooi met parkieten krijg je niet goed voor elkaar door wat samples onder de beelden te zetten. Dat moet je echt uitvoeren. Bovendien is het de kunst om foley zo gedetailleerd te maken dat het levensecht wordt.’

Een tijd terug was hij op bezoek bij zijn grote voorbeeld, de Belgische foley artist Philippe van Leer, die onder meer de foley deed voor Elle van Paul Verhoeven. Bij een scène waarin iemand zijn jas van een stoel pakt, plaatste Van Leer subtiel de klank van een tegen de stoel tikkend knoopje. ‘Een prachtvondst, die het karakter van zowel de jas als de stoel benadrukt. Zo wil ik zelf ook met foley omgaan: zie ik een filmpersonage lopen met een tas, dan laat ik misschien de rits van die tas wat trillen, of een riempje ritselen.’

Of zo’n effect ook daadwerkelijk te horen valt in de film, heeft Van der Veer meestal niet in de hand. Het is doorgaans aan de sound designer en regisseur om te beslissen welke foley nodig is, en welke niet. Zo zit in Lodewijk Crijns’ Alleen maar nette mensen (2012) een komische seksscène waarvoor hij zich helemaal uitleefde en bijvoorbeeld het piepen van de bedspiraal volop accentueerde. In de uiteindelijke film bevat de scène veel muziek en vrijwel geen foley. Voor Van der Veer een belangrijke les. ‘Als foley artist kun je maar beter niet te verliefd op je geluiden zijn.’

Drumkruk

Behalve foley artist is Ronnie van der Veer ook de drummer van funk- en soulcoverband Beejay and the Memphis Project. Maar zelfs wanneer hij Uptown Funk of Crazy Love zit de drummen, blijft de Geräuschemacher in hem alert. ‘Ik vond dat de drumkruk in de oefenruimte erg lekker kraakte, en stelde me meteen voor hoe ik dat geluid kon gebruiken voor bijvoorbeeld een piepende deur of het werkend hout van een schip. Dus heb ik die kruk van de vorige eigenaar overgekocht en nu staat hij hier in mijn studio.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden