Het juiste tempo

In een steeds drukkere wereld vol multitaskende medemensen, werd componist Cornelis de Bondt gevraagd een muziekstuk te maken met als thema onthaasting....

‘Ik keek naar mijn kinderen die hun huiswerk zaten te maken achter de computer’, zegt Cornelis de Bondt. ‘De tv stond aan. Ze hadden een MP3 in hun oor. Ze zaten te sms-en met een telefoontje. Honderdduizend dingen tegelijk.’ En o ja. Synchroon met de aardrijkskunde en andere prikkels was er nog het plinkplonk van de chatbox. Geen probleem voor de jongste generatie De Bondt.

Wel voor Cornelis de Bondt (56). ‘Voor mij is dat stress. Het betekent ook, dat je niet meer met één ding de diepte in gaat. Dat zal zich onherroepelijk wreken in onze maatschappij.’

‘Alles gaat hoe langer hoe meer over zappen’, constateert De Bondt, componist, compositiedocent aan het Haagse Koninklijk Conservatorium en vertegenwoordiger bij uitstek van de ‘Haagse School’ – een muzikale categorie die zich begin jaren tachtig aan het Haagse conservatorium vormde, en bekend werd om haar procesmatige componeerstijl, forse klappen en oriëntaties op rock en elektronica.

‘Alles gaat over dingen waar je direct iets van moet vinden. Over emoties, oprispingen. Het gaat steeds minder over taal. En met taal bedoel ik gestructureerde taal, de écriture.’

‘Taal wordt steeds meer blabla’, is de hypothese van De Bondt, die behalve als componist ook als deelnemer aan het cultuurpolitieke debat zijn mannetje staat, en een niet onaanzienlijk oeuvre aan ingezonden brieven op zijn naam heeft. In de ‘taal’ van Geert Wilders’ PVV, het ‘klagen en zeuren als een oud wijf’ ziet hij niet alleen een steens des aanstoots, maar vooral een teken des tijds.

Toen een uitvoering van zijn muziek hem de eerste keer naar New York bracht, ontwaarde De Bondt een stad vol ‘kankerherrie’. Hoge gebouwen? Die lieten me onberoerd. Mijn shock was dat continue gedruis, en dat snelle lopen van de mensen, als ze van de metrohalte een straat op gaan en de zijstraten in.’

Gevoelig blijken de antennes van De Bondt, componist van grote ensemblestukken als De Deuren Gesloten, Bloed en ander werk dat vorm kreeg op basis van computerberekeningen en ijzeren structuurwetten naar eigen ontwerp. Het leek dus wel of er telepathie in het spel was toen Robert Nasveld, producent van de NPS, hem een orkeststuk vroeg waarmee hij reliëf kon geven aan concerten en een Radio 4-uitzending onder het motto De onthaasting.

Het idee kwam als geroepen. De Bondt droomde al van een ‘symfonie in Beethovenstijl’. ‘Niet uitpakken, zoals in zijn Negende. Ook geen Tiende Symfonie van Beethoven maken, waarvan schetsen bestaan, waarmee hij misschien wel over zijn Negende heen wilde. Ik had een Elfde van Beethoven in mijn hoofd, een soort late Beethoven, waarin hij helemaal ‘naar binnen’ gaat, net zoals in die waanzinnig mooie, late pianosonate opus 101.’

Het is vooralsnog geen elfde van Beethoven geworden, maar Il Tempo Giusto van De Bondt. Onderdeel van een Gran Sinfonia waarvan drie andere delen nog rondspoken in het brein van de componist en op zijn werktafel aan de Laan van Meerdervoort. Wat klaar is, is een orkeststuk van twintig minuten met een muziekterm als titel: het tempo giusto slaat op een ‘juist tempo’, een vloeiende, natuurlijke beweging die niet afgedwongen hoeft te worden met voorschriften als andante of allegro ma non troppo.

Strijkers, hout- en koperblazers. Pauken. De bezetting is ‘klassiek’, aangevuld met een synthesizer die strijkersklanken haast onmerkbaar moet bijkleuren of ‘opkrikken’. Verder verraadt de partituur de aanwezigheid van drie maracas- of sambaballenspelers, wier permanent ritselende bijdragen de sfeer van een veld met krekels beloven. De NPS heeft er een licht uitgebreide Radio Kamerfilharmonie voor gemobiliseerd, onder leiding van Otto Tausk. Nasvelds onthaastingsprogramma zal ook nieuw en recent werk bieden van de Engelse cultcomponist Gavin Bryars en de Fransman Pascal Dusapin. Alles volgens de NPS in het teken van weerzin tegen ‘informatieoverlast, e-mailbombardementen, bliepende mobieltjes, multitasken’.

Maar opgepast. Nasveld kwam erachter dat De Bondt ging nadenken over tempo. ‘Ik ben gaan onderzoeken hoe snel muziek eigenlijk kan gaan’, zegt De Bondt, ‘tot het zó snel gaat dat je vanzelf grotere verbanden gaat leggen, en je de muziek via een onderliggende laag weer ervaart als langzaam. Ik heb een proefje gemaakt en heb dat aan Nasveld opgestuurd. Die hoorde het en dacht, dit gaat helemaal fout. ‘Je gaat toch niet mijn idee dwarsbomen?’, vroeg hij.

Ook Mendelssohn blijkt een voorbeeld te zijn geweest, de altijd kwieke Mendelssohn-Bartholdy, wiens Italiaanse Symfonie een presto-finale tot sieraad heeft. ‘Als ik voor orkest schrijf, kijk ik altijd naar Mendelssohn. Kijken, maar niet jatten ditmaal. Als je die muziek hoort, denk je dat hij het op een achternamiddag geschreven heeft, terwijl het in werkelijkheid enorm tobben was. In die dubbelzinnigheid zit spanning.’

‘De beweging is snel, maar het tempo is langzaam’, analyseert De Bondt de patronen in zijn eigen Tempo Giusto. Langzaam is het harmonisch ritme, de ontwikkeling van de ene samenklank naar een andere. Het komt tot stilstand in een statig slotkoraal. ‘Het is geen behandeling van het thema zappen, maar iets dat daar tegenover ligt, in symfonievorm.’

Hoe De Bondt naar een repetitie toeleeft, naar zijn eerste confrontatie met de feitelijke klank – het is ‘eigenlijk spannender dan een première’. ‘Ik herinner me De Deuren Gesloten. Louis Andriessen zag de partituur en had geen idee of het zou werken. Reinbert de Leeuw, de dirigent, liep aanvankelijk alleen maar te schelden. Later is het Nederland Blazers Ensemble ermee op tournee gegaan, tot en met de Proms in Londen.’

Repetitie van de Radio Kamerfilharmonie in het Muziekcentrum van de Omroep Hilversum. Consternatie. Het management heeft extra hoornisten, trompettisten en trombonisten moeten inhuren. Zonder uitbreiding kwamen RKF-blazers adem en embouchure tekort voor De Bondts langdurig vastliggende koperklanken. Maar nu wordt Il Tempo Giusto toch onuitvoerbaar geacht, wegens identieke problemen in het hout. Verder blijkt het stuk niet twintig maar veertig minuten te duren.

Tot De Bondt arriveert. Hij heeft menig gesprek gevoerd op zijn mobiel en heeft in een bliksemactie per e-mail al uitdunningen in de partijen voorgesteld. Maar nu openbaart zich de kern van het probleem. Het is de vorm van één nootje in de tempo-aanduiding boven het stuk. Een tikbordduiveltje in de pc van De Bondt heeft het thema onthaasting letterlijk genomen, en heeft een noot met dicht bolletje bij het metronoomcijfer gezet in plaats van een met een open bolletje. Zo werd alles twee keer te langzaam gedacht en geprobeerd, en twee keer te adembenemend. Maar nu kan er gespeeld worden, zes extra blazers voor de gezelligheid incluis.

‘Zou ik niet weten wat een hoornist kan?’, zegt De Bondt, nog wat pips. ‘Gelukkig, zó stom was ik ook weer niet. Een dirigent zei me ooit: componisten lezen in hun stuk niet wat er staat, ze lezen wat ze dénken dat er staat.’ De Bondt moet zich haasten. Naar De Doelen in Rotterdam. Daar wordt een nieuw stuk voor drie harpen van hem gerepeteerd, Sur emprise.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden