Recensieoor

Het jubileumboek van tijdschrift Oor is verrukkelijk ★★★★★

Want More? Het beste van 50 jaar Oor kwam tot stand dankzij een crowdfundingsactie, die meer dan een ton opbracht.

Binnenwerk ‘Want More? Het beste van 50 jaar Oor’. Beeld Oor
Binnenwerk ‘Want More? Het beste van 50 jaar Oor’.Beeld Oor

50 jaar geleden, in april 1971, verscheen het eerste nummer van wat toen nog Muziekkrant Oor heette. Het blad heeft de afgelopen decennia nogal wat veranderingen ondergaan (in 1984 werd de naam gewijzigd tot OOR en sinds 2005 verschijnt het maandelijks in plaats van eens in de twee weken), maar het bestaat nog altijd.

Dat mag een wonder heten in een tijd waarin tijdschriften het moeilijk hebben en zeker muziekbladen overal ter wereld vechten om hun voortbestaan. Het ooit zo gezaghebbende Rolling Stone is vooral online achter een betaalmuur actief, terwijl ook van de ooit zo florerende poptijdschriftenmarkt nog maar een paar bladen over zijn.

Melody Maker, Sounds, Q, Smash Hits en Select: Oor heeft ze allemaal overleefd.

Hoewel de impact van het blad al lang niet meer zo groot is als in de jaren tachtig en negentig, blijkt Oor als merknaam nog altijd ongemeen sterk, zo bewijst het boek Want More? Het beste van 50 jaar Oor. Geen uitgever wilde gehoor geven aan het plan om het 50-jarig jubileum te vieren met een dik overzichtswerk, maar de gewenste 22.500 euro voor drukkosten werd met crowdfunding in een mum van tijd binnengehaald. Sterker nog, de website voordekunst.nl kon al snel melden dat de actie dan een ton had opgebracht.

Dat bedrag is goed besteed. Er ligt nu een prachtig boek met het gewicht en formaat van een stoeptegel. De selectie van de verhalen is knap, de fotografie onder eindredactie van ooit aan het blad verbonden topfotografen als Anton Corbijn en Gijsbert Hanekroot is oogstrelend mooi, en de intermezzo’s waarin vele faits divers voorbijkomen een genot om door te bladeren.

Oor, eerste jaargang, 1971. Beeld Oor
Oor, eerste jaargang, 1971.Beeld Oor

Nadat je bent begonnen met de reportages die Barend Toet van The Band en Constant Meijers van Neil Young maakte, word je vooral jaloers op de tijd die journalisten in die jaren nog kregen met artiesten. Oor heeft in de jaren die volgden veel exclusieve interviews gekregen, maar die werden met de jaren korter. Artiesten moesten hun tijd over meerdere media verdelen. Niet dat Oor zo veel concurrentie van andere muziekbladen had, die was er eigenlijk nauwelijks, maar kranten en tijdschriften schonken steeds meer aandacht aan popmuziek, zodat dat ene exclusieve pop-interview in de jaren negentig niet meer automatisch naar Oor ging.

De cover van Oor met Prince in 1981. Beeld
De cover van Oor met Prince in 1981.

Veel hier herdrukte interviews waren uniek, of in elk geval was Oor er vroeg bij. Stevie Wonder in 1976, Prince en Fela Kuti in 1981, Bob Marley in 1977: het moge meteen ook duidelijk zijn dat het onzin is te beweren dat Oor louter witte rockartiesten volgt.

Ook de stelling dat Oor vrouwen achterstelt, snijdt geen hout. De bijdragen over Patti Smith, Blondie, Björk en Amy Winehouse bewijzen het tegendeel. Dat een Madonna, Beyoncé of Rihanna niet voorbijkomen, ligt vooral aan henzelf. Zoals het de laatste jaren ook steeds moeilijker wordt grote hiphopsterren voor een interview te strikken. Kanye West is in dit boek eigenlijk de laatste.

De cover van Oor met Blondie in 1981. Beeld
De cover van Oor met Blondie in 1981.

Wel een feit is het dat Oor altijd vooral volgeschreven door mannen, die aanvankelijk ook een soort stoerejongensproza bezigden, waar later gelukkig vanaf is gestapt. Maar geen enkel stuk in het boek is door een vrouw geschreven. Waren er zo weinig vrouwelijke scribenten? Ja, eigenlijk wel. En daar hoeven we volgens een van hen, Bambi Bogert, niet al te verbaasd over te zijn. ‘Waarom heb je zo weinig vrouwelijke vliegtuigspotters?’, antwoordt ze in de recentste Oor, als een supplement bij het boek te lezen, op de vraag waarom er zo weinig vrouwelijke muziekjournalisten zijn.

De redactie van Oor is altijd een soort jongensclub geweest met één grote gemeenschappelijke hobby: popmuziek. Ze produceerden veel mooie verhalen, zoals het geweldige relaas van Paul Evers over Marvin Gaye of het verhaal van de Bert van de Kamp over Townes Van Zandt.

Ben Jerome

Hypes in de popmuziek zijn van alle tijden. In 1976 verzon journalist Peter van Bruggen er zelf een: Ben Jerome als ‘het Britse antwoord op Bruce Springsteen, Tom Waits en Patti Smith’. Naar het debuutalbum van de verzonnen artiest wordt in het ene artikel reikhalzend uitgekeken, een paar weken later valt een verslag te lezen over een optreden in Londen. Op 1 april volgt de ontknoping. We waren er allemaal ingestonken. Wat in Oor stond, was waar.

Verhalen en interviews waren eigenlijk niet de belangrijkste reden om elke twee weken uit te kijken naar een nieuwe Oor. Die kocht en las je om de uitstekende concertagenda en de albumrecensies. Pieter Franssen over reggae, Kees Smallegange over soul, Alfred Bos over Deutsche Welle en Swie Tio over punk: allemaal specialisten met autoriteit.

Mocht dit verrukkelijke boek nog een vervolg krijgen, dan graag een kloek deel vol recensies. Ook die waarin de recensent er goed naast zat, zoals Felix Meurders in de in het boek opgenomen recensie over de wereldhit Radar Love van Golden Earring uit 1973: ‘De compositie is nog altijd het tere punt bij George Kooymans en Barry Hay. Hiermee zal de Earring het door hen zo begeerde Engeland niet veroveren.’

Want More? Het beste van 50 jaar Oor

★★★★★

Argo Special Media; 538 pagina’s; € 49,50.

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden