InterviewVaclav Smil

‘Het is volkomen onredelijk om telkens meer, meer, meer te verwachten’

Vaclav SmilBeeld Andreas Laszlo Konrath / Trunk Archive

Vaclav Smil, de favoriete denker van Bill Gates en een eigenzinnige intellectueel, beschrijft de wereld zoals die is – en hij ziet niet veel plaats meer voor groei.

Volmaakt gelukkig was hij. Maanden, jaren, hele decennia, bracht Vaclav Smil de dagen door met lezen en schrijven. Het ging over van alles: milieu, voedsel, energie, economie, innovatie. In tientallen vuistdikke boeken zette hij grote thema’s uiteen. Taaie kost, vol cijfers en berekeningen. Nauwelijks opgemerkt door het grote publiek, hoog aangeschreven door experts. Geen andere wetenschapper kan rekenen op zoveel boekbesprekingen in het vakblad Nature als Smil. Foreign Policy en The Guardian noemen hem een van ’s werelds belangrijkste denkers.

Een paar jaar geleden ontsnapte Smil – inmiddels met emeritaat als hoogleraar milieukunde aan de Universiteit van Manitoba in Winnipeg, Canada – aan de anonimiteit. Bill Gates liet weten dat hij naar een nieuw boek van Smil uitkijkt, zoals anderen kunnen smachten naar een nieuwe film van Star Wars. Dat werd opgemerkt. Mediaverzoeken kwamen binnen van over de hele wereld. Bijna allemaal werden ze afgewezen. Smil trekt zich liever terug. In al die jaren gaf hij slechts af en toe college. De meeste van zijn collega’s zagen hem nog nooit.

Toch was er, met dank aan Gates, geen houden meer aan. Vaclav Smil werd bekend, tegen wil en dank, aangehaald door iedereen die zijn mening wil voorzien van intellectuele autoriteit. Smil kreeg ook fans in Nederland. Rutger Bregman en Jesse Frederik van De Correspondent namen een podcast op, waarin ze niet ophielden het werk van hun nieuwe held te bewieroken.

En nu is er zijn eerste boek voor een breed publiek. De 71 korte hoofdstukken in Cijfers liegen niet zijn net zo eclectisch als de interesses van de auteur. We lezen over wat mensen gelukkig maakt, hoe zweten de jacht bevorderde, hoe de graanoogst meer opleverde en hoeveel mensen hebben gebouwd aan de piramide van Cheops.

In uw boek ontkracht u de nodige misvattingen. Wilt u mensen anders over de wereld laten denken?

‘Absoluut. Als je schrijft over hoe de wereld in elkaar zit, moet je veel dwalingen rechtzetten. Ik schat dat 98 procent van de bevolking geen begrip van de werkelijkheid heeft. Wie weet hoe afhankelijk glastuinbouw is van de verlichting en verwarming van aardgas, 24 uur per dag? En wie weet het verschil tussen de korrels van rogge, tarwe en gerst? Of dat motoren er eerder waren dan fietsen? Of hoe je staal maakt? Mensen hebben geen flauw idee.’

Waarom is het belangrijk om dat te weten?

‘In Europa wil iedereen overstappen op 100 procent groen en het liefst volgende week al. Welnu, staal zit in alles: gebouwen, bruggen, auto’s, álles. Het kost veel energie om staal te maken. Je moet ijzer winnen uit een mijn en je moet het ijzererts smelten in hoogovens, die worden verhit met cokes die worden gemaakt uit steenkool. Er is op dit moment niet een andere manier om staal te maken in de hoeveelheid die we nodig hebben: 1 miljard ton staal per jaar. Het zal vast eens lukken, ooit, maar dat gaat niet zomaar van de ene op de andere dag.’

Dus we hebben volgens u te weinig kennis over de complexe systemen in onze moderne samenleving om haar snel te kunnen veranderen?

‘Precies. Het is gemakkelijk om te zeggen dat de wereld groen moet zijn, maar hoe doe je dat als je voedsel zult moeten produceren en als je toch huizen, bruggen en auto’s zult moeten bouwen? Al die productie en consumptie hebben een impact op het milieu, want je zult altijd grondstoffen uit de natuur moeten rukken en bewerken.’

Terwijl de politiek eindelijk vaart wil maken met de energietransitie zijn steeds meer ogen gericht op Vaclav Smil. Hij schreef niet één, maar meerdere standaardwerken over energie en eerdere transities, zoals die van hout naar steenkool. Zijn conclusie: zo’n omschakeling duurt lang. Heel lang.

Toen de tractor eind negentiende eeuw verscheen, bleef de inzet van paarden op het land nog twintig jaar stijgen: een oud boerengebruik dat zelfs in de Verenigde Staten, het rijkste land ter wereld, nog vele generaties door zou gaan. Evenmin daalt het gebruik van fossiele brandstoffen, die samen verantwoordelijk zijn voor zeker 80 procent van alle energie in de wereld. Zon en wind leveren nog altijd maar zo’n 1,5 procent. Dat nuchtere besef betekent niet dat Smil de noodzaak van de energietransitie in twijfel trekt. Zijn zelfgebouwde huis is supergoed geïsoleerd. Hij kweekt zijn eigen tomaten en paprika’s. Vlees eet hij zelden. Hij heeft geen mobiele telefoon.

Het eenvoudige leven kent hij van vroeger. Smil werd geboren tijdens de Tweede Wereldoorlog in wat vandaag Tsjechië is. Voordat hij natuurwetenschappen ging studeren in Praag  groeide hij op in een afgelegen bergdorpje, waar hij elke dag hout hakte. Toen de troepen van de toenmalige Sovjet-Unie zijn land binnenvielen, emigreerde hij in 1969 met zijn vrouw naar de Verenigde Staten. Net op tijd. Enkele maanden later gingen de grenzen dicht.

In zijn omvangrijke oeuvre is het boek over groei een fenomenaal sleutelwerk. In de 664 pagina’s van Growth, verschenen in 2019, behandelt Smil de patronen in alles van groei van kinderen en bossen tot de groei van steden en complete beschavingen. Groei is volgens Smil een obsessie geworden in de moderne wereld. Groei is het tegengestelde van het leven dat hij zelf leidt.

Tijdens uw leven heeft de wereld heel wat economische groei doorgemaakt.

‘Wat heet! Dertig jaar geleden zag ik in China nauwelijks auto’s op straat. Nu maakt China ieder jaar meer auto’s dan de Verenigde Staten. Dit gaat ook gebeuren in India, in Nigeria, in Ethiopië, noem maar op. Er is altijd iemand onderaan de ladder die omhoog kijkt en wil wat de anderen hebben. De Chinezen zijn vandaag welvarender dan de Spanjaarden in de jaren zeventig – en nog wil China zijn economie in de komende vijftien jaar verdubbelen. Het houdt niet op. We leven in een systeem waarin we telkens meer, meer, meer verwachten. Dat is volkomen onredelijk en irrationeel, want de aarde kan het niet ondersteunen.’

Sinds u werd geboren, 77 jaar geleden, leefden we langer en gezonder en werden we rijker en vrijer. Als groei inderdaad zo slecht is, zouden we toch allang bergafwaarts gaan?

‘De gevolgen die u noemt, zijn natuurlijk geen slechte zaak. Het is goed als we steeds meer kinderen kunnen vaccineren, zodat ze niet al jong sterven. Het is goed als er steeds meer voedsel beschikbaar is, zodat mensen niet sterven van de honger. Maar het wordt zorgwekkend als economische groei alsmaar door blijft gaan, als we telkens meer willen. Is het goed als een gezin vier auto’s heeft? Is het goed als we nutteloze spullen kopen die we toch weer weggooien? Is het goed als Europeanen voor een weekendje naar Cyprus vliegen? Vóór covid-19 vlogen Chinezen voor een uitje naar Rome, Madrid, Parijs. Er is een maat voor alles. Als we doorschieten, wordt het belachelijk.’

U bekritiseert Europeanen die een weekendje naar Cyprus vliegen, maar ik las …

‘Nee, wacht. Ik stel gewoon de vraag of het echt nodig is om het zo vaak te doen. Kijk toch eens naar hoe vaak mensen reizen. Daar is een woord voor: overtoerisme.’

Ik las dat u elk jaar naar Japan gaat, al tientallen jaren. Waarin is uw jaarlijkse bezoek aan Japan anders dan een weekendje Cyprus voor Europeanen?

Smil is zes seconden stil. ‘Ik kan nu zeggen dat ik voor mijn werk reis, maar dan zou u zeggen dat dit niet uitmaakt. Dus vooruit, prima, ik geef het op, u heeft gelijk. Laat ik u vragen: vindt u dan dat er geen enkele beperking aan het vliegverkeer moet zijn? Vindt u het goed als iedereen vijftig keer per jaar de wereld over vliegt?’

Nou ja, zover zijn we toch nog lang niet?

‘Vertel eens, hoe wilt u ongelimiteerd vliegen, zonder CO2-uitstoot in 2050?’

Tja, eh... Misschien met schone kerosine?

‘Oké, legt u eens uit hoe je schone kerosine produceert. Kom maar op. Ik luister.’

Sorry, dat weet ik niet.

‘Natuurlijk weet u dat niet, want er ís geen manier om schone kerosine te produceren. De enige manier om driehonderd mensen in een vliegtuig te proppen en over de oceaan te vliegen is met kerosine, een destillaat van aardolie. Dat is een realiteit waar we mee te maken hebben. Het is een grens waar we tegenaan lopen. Wie meent dat iedereen de Amerikaanse levensstandaard moet kunnen hebben, moet maar eens aantonen dat we daarvoor de grondstoffen hebben. Er moet een grens komen aan hoeveel we vliegen, aan hoeveel kunstmest we gebruiken, aan hoeveel vlees we eten, aan hoeveel energie we verbruiken, et cetera. Alles moet worden begrensd.’

Als er grenzen aan de groei komen, kunnen de miljarden mensen in arme en opkomende landen dan ooit wel een fatsoenlijk leven leiden?

‘Wacht, ik heb het over óns, de mensen in de rijke landen. Alle anderen zullen alles doen wat ze kunnen om ons te naderen, zo snel ze kunnen. Dat kunnen we niet stoppen.’

Hoe kijkt u aan tegen groene groei, dus dat we welvarender worden met een steeds lagere milieu-impact?

‘Groen? Wij zijn een beschaving die elk jaar 10 miljard ton fossiele brandstoffen opstookt. Totdat we dit drastisch veranderen, is er niets groens aan wat we doen.’

Maar als we vaker met de trein reizen, vegetarisch eten en biologisch voedsel verbouwen, dan wordt een duurzaam leven misschien mogelijk?

‘Duurzaam voor wie? Voor u, uw gezin, de hele wereld? Duurzaam voor hoe lang? Voor tien jaar, honderd jaar, een miljoen jaar? Het kan best duurzaam zijn om in een elektrische auto 300 kilometer per uur op de snelweg te rijden, maar vast niet langer dan een paar seconden.

‘Al die persoonlijke keuzes in onze levensstijl: die komen er niet zomaar. Mensen kunnen niet eens de discipline opbrengen om een paar weken thuis te blijven en een mondkapje op te zetten als ze de deur uit gaan. Is dat zo moeilijk? Stelt u zich eens voor als we mensen vragen een groter offer te brengen, zoals hun auto inleveren. We zullen groei moeten begrenzen op manieren die mensen niet leuk zullen vinden.’

Dat vraagt meer regulering. Vindt u dat niet bezwaarlijk, gezien uw achtergrond in een communistisch land?

‘Regulering brengt meer macht in handen van bureaucraten, wat ik inderdaad niet prettig vind. Leven en laten leven: dat past beter bij mij. Maar ik erken de noodzaak voor meer regulering.’

Hoe zou die regulering er volgens u uit moeten zien of tot stand komen?

‘Ik ga niets voorschrijven. Wie ben ik om iets voor te schrijven aan wie dan ook? Regulering is niets nieuws. We doen het nu ook al: waar je een huis mag bouwen, hoe zuinig je auto moet zijn, hoe je afval verwerkt, hoe duur iets is, et cetera. Het is de enige manier om de gevolgen van groei te beheersen in een complexe, moderne samenleving. Het kan niet anders.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden