'Het is toch bijzonder wat ik allemaal met de koning heb meegemaakt'

'Als ik niet mee mocht, ging ik toch.' Telegraaf-verslaggever Rob Knijff over zijn jaren als volger van Willem-Alexander.

Concours hippique in 1983.Beeld Hans Peters

Noem het heimwee. Noem het een comeback die tevens een afsluiting is. Zestien jaar na het abrupte vertrek van sterverslaggever Rob Knijff bij dagblad De Telegraaf verschijnt vandaag zijn boek Willem-Alexander, in gesprek met de koning in wording, waarin hij verhaalt van een reeks bonte belevenissen overal op de aardbol met toen nog kroonprins Willem-Alexander.

Thuis in Amsterdam, in een huis vol herinneringen aan zijn jaren bij de wakkere ochtendkrant, zegt Knijff (64): 'Of noem het voortschrijdend inzicht, want dat is het ook. Het heeft altijd geknaagd. Rond de inhuldiging van Willem-Alexander in 2013 dacht ik opnieuw: het is toch wel bijzonder wat ik allemaal met die man heb meegemaakt. Maar ik had geen trek om snel iets in elkaar te flansen. Dus heb ik de afgelopen drie jaar in alle rust aan dit boek gewerkt.'

In elf hoofdstukken beschrijft Knijff elf memorabele gebeurtenissen met Willem-Alexander. Een bezoek aan Johan Cruijff in de kleedkamer van Ajax in 1983, zijn deelname aan de Elfstedentocht van 1986, een reis door Tanzania in 1995, een bezoek aan Nepal in 1997 - en zo nog even door. Wat opvalt in de verhalen is dat Knijffs reisbudget onbeperkt lijkt, dat er altijd een fotograaf aan zijn zijde vertoeft en dat de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) aanvankelijk afwezig is.

'Ik was een schelm'

Knijff: 'Ik opereerde volgens een vast adagium: als ik mee mocht, ging ik mee; als ik niet mee mocht, ging ik toch.' Hij lacht. 'Ik was een schelm, ja. In pak, met das. Het is een houding die ik nu weleens mis. Begrijpelijk ook, want het waren andere tijden. Dat is nog een reden geweest dit boek te schrijven. De Telegraaf drukte indertijd door de week 800 duizend kranten en op zaterdag een miljoen. Geld speelde geen rol. Die rijke wereld is als een plumpudding in elkaar gezakt en dat heeft gevolgen voor de journalistiek die je kunt bedrijven. Zie het als een waarschuwing: het is een verarming als je niet meer overal bij kunt zijn. Dan doe je je lezers én je onderwerp tekort.'

Knijff was bij De Telegraaf parlementair redacteur tijdens het kabinet Van Agt-Wiegel (1977-1981). Daarna werd hij algemeen verslaggever. Hij deed de ontvoeringen en Molukse gijzelingen uit die periode. Net toen het tijd leek voor een buitenlandse post, vroeg de hoofdredactie hem in 1993 fulltime royaltyverslaggever te worden. Knijff had al af en toe over het koningshuis geschreven, als de vaste verslaggever Jos Hagers afwezig was of als hij nieuws had geroken.

Maar toch. 'Ik vond het een belediging', zegt Knijff. 'Het had weinig status en ik vond het ongemakkelijk. Mijn vader was tot 1984 hoofd van de toenmalige Veiligheidsdienst Koninklijk Huis geweest. Hij ging mee met vakantie, kocht plantjes met Beatrix in Tavernelle in Toscane. Ik vreesde dat de krant dat op een wat ordinaire manier wilde gebruiken. Maar ik besefte ook dat als ik het goed zou doen, het mijn ticket naar het correspondentschap kon zijn.'

Twee dingen sprak Knijff af met de krant. Hij zou de portefeuille vier jaar onder zijn hoede nemen en dan correspondent worden. En hij zou de berichtgeving zakelijk houden. 'Geen variété, maar nieuws halen. Het was een tijd waarin de journalistiek niet goed raad wist met het Koninklijk Huis. Willem-Alexander was net afgestudeerd en niet toegankelijk. Hij zou een soort opleiding tot koning gaan doen waarover weinig duidelijk was.'

De Elfstedentocht van 1986.Beeld Hans Peters

In dezelfde hotels als Willem-Alexander

Juist in die tijd begon de prins aan zijn zelfstandige reizen. Knijff zorgde ervoor dat hij op dezelfde vluchten zat en in dezelfde hotels verbleef. Zo ook in mei 1994, toen Nelson Mandela werd ingehuldigd als president van Zuid-Afrika. Op de elf uur lange lijnvlucht naar Johannesburg bleek Willem-Alexander alleen twee beveiligers bij zich te hebben. En Knijff was de enige journalist aan boord. 'Bingo', dacht de Telegraaf-verslaggever. Na twee verzoekjes aan de beveiliging kwam de toen 27-jarige prins voor een praatje uit de business class. Wat een gesprek van een paar minuten had moeten zijn, werd een urenlange conversatie, staand in de ruimte tussen pantry en nooduitgang. Om de beurt haalden ze blikjes bier bij een stewardess.

'Hij begon met mij wat narrig te corrigeren over twee dingen die ik had geschreven. Dat is hij blijven doen. Het is een methode om in een gesprek meteen de bovenliggende partij te zijn, heb ik later ontdekt', zegt Knijff. 'Maar verder is hij een onderhoudend causeur, echt een aardige vent met humor. Hij is erg geïnteresseerd in de journalistiek en hij kon het wel waarderen dat ik zei: ik ben levensgevaarlijk voor u. Dat klonk natuurlijk vreemd uit mijn mond, maar zo was het wel: wij hadden tegengestelde belangen.'

Beeld Rechtenvrij

Goede verstandhouding

Na de reis naar Zuid-Afrika wordt 'het gat' rond Willem-Alexander gedicht: zijn net aangetreden particulier secretaris en de RVD zullen er voortaan altijd bij zijn. Maar de verstandhouding tussen reporter en prins blijft doorgaans goed.

'Wat me steeds is opgevallen, is zijn autonomie', zegt Knijff. 'Dat is een wat onderbelichte eigenschap. Hij noemde zijn moeder eens 'het opperhoofd in de grote wigwam'. Tegen mij, een journalist! Dat past bij de reden die hij indertijd Renate Rubinstein gaf om zijn middelbare school in het buitenland af te maken: 'Ik vond mijzelf niet lastig en mijn ouders vonden zichzelf niet lastig, maar wij vonden elkaar behoorlijk lastig.'

Dat hij zich koning Willem-Alexander heeft genoemd, en niet Willem IV, is nog een voorbeeld. Het beeld dat hij de zwakkere figuur was, die bepaalde dingen van zijn moeder niet mocht, is apert onjuist.'

Opmerkelijk afwezig in het boek is een grote Knijff-primeur: de verbroken relatie met Emily Bremers. 'Het is uit!', kopte de krant in het bekende vette lettertype op de voorpagina van 24 september 1998. Knijff: 'Dat verhaal was bijvangst bij een ander verhaal en ik had er aanvankelijk maar één bron voor. Ik heb altijd gezegd, ook tegen hem: ik doe geen meisjes, dat interesseert me geen bal. Behalve als hij de ware zou tegenkomen natuurlijk. Ik heb met hem nooit over Emily gesproken. Dit nieuws wist ik al weken, maar die relatie was al eens eerder uitgegaan en bovendien vond ik één bron niet genoeg. Totdat de echtgenote van eurocommissaris Hans van den Broek op een receptie in New York erover sprak met diplomatiek redacteur Willebrord Nieuwenhuis van NRC. Die kon er niet meteen iets mee, maar ik besefte: nu moet ik het wel opschrijven.'

Primeur op een dienblaadje

Tijdens het staatsbezoek aan China in april 1999 brengt Knijff de primeur dat Willem-Alexander sinds 1991 heeft geleden aan de ziekte van Besnier-Boeck, een auto-immuunziekte. De RVD bevestigde het. Knijff kreeg de primeur op 'een zilveren dienblad' aangereikt van toenmalig RVD-directeur Eef Brouwers. Waarom moest dat bericht acht jaar later nog naar buiten? Knijff: 'Dat blijft een mysterie. De prins baalde van berichten over schommelingen van zijn gewicht. Misschien daarom.'

De komst van Máxima Zorreguieta, een jaar later, luidde ongewild het einde in van Knijffs loopbaan bij De Telegraaf. Hij had de portefeuille koningshuis al langer gedaan dan de bedoeling was geweest, zou correspondent worden in Londen en was vader geworden van een - te vroeg geboren - tweeling. 'Ik zat veel in het VU-ziekenhuis, zomer 1999, en was sceptisch over die race rond Máxima. De begrafenis van de opgejaagde prinses Diana, twee jaar eerder, lag vers in mijn geheugen. De krant heeft toen voor de berichtgeving ingezet op het de rubrieken Stan Huygens Journaal en Privé, waarmee ik nooit heb willen samenwerken. Het leidde tot drie blunders op rij, met verkeerde foto's van vrouwen die Máxima niet bleken te zijn. Het gebeurde buiten mijn schuld, maar ik werd er wel op aangesproken. Dat was zeer schadelijk voor mijn reputatie.'

Als Knijff dan de portefeuille asielzoekers krijgt toegewezen, stapt hij naar de rechter. Na een dienstverband van 27 jaar wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden en Knijff krijgt 420 duizend gulden (ruim 190 duizend euro) mee. 'Behalve zijn integriteit heeft een journalist niet veel. Het was voor mij einde verhaal en ik ben andere dingen gaan doen. Maar ik kijk zonder rancune en met trots terug. Vandaar dit boek.'

Na een korte aarzeling: 'Alexander verdient het en ikzelf misschien ook wel een beetje.'

Rob Knijff, Willem-Alexander. In gesprek met de koning in wording. Foto's Hans Peters. Uitgeverij De Kring. 160 pagina's, 19,95 euro.

De kroonprins tijdens een training voor de reddingsbrigade van het Atlantic College in Wales, in 1984.Beeld Hans Peters
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden