column theater

Het is te hopen dat Milo Rau geen gevangene wordt van zijn eigen manifest

Milo Rau Beeld Kevin Faingnaert

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Merlijn Kerkhof, Rutger Pontzen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, ­muziek, theater of beeldende kunst.

Goed, hij heeft soms ideeën die op zijn minst de wenkbrauwen doen fronsen, Milo Rau. Zoals een perverse martel- en verkrachtfilm van Pasolini na te laten spelen door mensen met Down (in Die 120 Tage von Sodom). En hoewel zulks in zijn handen dan toch een fascinerende voorstelling wordt, overheerst achteraf wel de vraag: waarom? Uiteindelijk waren in deze opzet de wreedheden uit Pasolini’s film helemaal niet nodig. Wat Rau wil, dat is de werkelijkheid het toneel op sleuren, nee, meer nog: de voorstelling de werkelijkheid laten zijn. En daarom keken wij twee uur lang naar mensen met een verstandelijke beperking die verliefd zijn, halfnaakt ronddansen, seks hebben, en vertellen dat ze ooit door een leraar zijn verkracht. Reële zaken waar we misschien liever van zouden wegkijken. Door die te tonen in de theaterzaal, dwingt Rau ons ze onder ogen te zien.

Het net beëindigde Festival Brandhaarden liet het Amsterdamse publiek uitputtend kennismaken met de methode-Rau, die de hoogtijdagen van Dogma 95 van filmvernieuwers Von Trier en Vinterberg in herinnering brengt. Ook Rau, sinds dit seizoen artistiek leider van NTGent, maakt kunst volgens  strikte set regels. In Gent trad hij aan met een heus manifest. Dat heeft iets kinderachtigs, maar Rau méént het. Neem regel 1: ‘Het gaat er niet alleen meer om de wereld voor te stellen, het gaat erom die wereld te veranderen.’ Dat realiseert hij heel concreet door gewone burgers bij het maakproces en de voorstelling te betrekken, door onderzoek te doen en te repeteren in stadswijken buiten het theater (regel 5) en door zich bijvoorbeeld te verplichten ook te spelen in conflictzones zonder enige culturele infrastructuur (regel 9).

Soms zijn de regels flauwekul: ‘In elke productie moeten op toneel minstens twee talen worden gesproken’ (6). Soms zijn ze grappig en lief: ‘Minstens twee van de acteurs op het podium mogen geen professionele acteurs zijn. Dieren tellen niet mee, maar zijn welkom’ (7).

Rau beseft dat beperking noodt tot creativiteit: de regels waar hij zichzelf aan onderwerpt, hebben geresulteerd in een volstrekt nieuwe kunstvorm: een spannende mengeling van onderzoeksjournalistiek, live documentaire en theatrale verbeelding, waarin het maakproces (research, audities) vaak wordt meegenomen in de voorstelling. De keerzijde is dat al te strikte beperking leidt tot, nou ja, beperking. Vijf van de zes voorstellingen van Rau in Brandhaarden volgen een intussen beproefde formule. Hoe mooi sommige daarvan ook zijn (Five Easy Pieces, La Reprise), voorspelbaarheid ligt op de loer. Het maakt een traditionelere voorstelling als Lenin, gemaakt in Berlijn toen het manifest nog niet gold, gek genoeg een welkome verademing.

Regel 4 van Rau’s manifest stelt dat de bewerking van klassiekers op het podium is verboden. Jammer, want ik zou Rau juist graag met de grote toneelklassieken aan de haal zien gaan. Het is te hopen dat hij geen gevangene wordt van zijn eigen manifest en oude conventies simpelweg verruilt voor nieuwe. Het theater is niet de plek voor dogma’s.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden