Het is soms zoeken naar de rode draad, maar die is er wel: wat is de essentie is van de Joodse identiteit?

Het tweede deel van Schama's geschiedenis van de Joden staat in het teken van de emancipatie. De Nederlanden gingen hierin voorop, revolutionair Frankrijk volgde. Maar het antisemitisme bleef.

De vraag wat de essentie is van de Joodse identiteit fungeert als rode draad in De geschiedenis van de Joden van Simon Schama. In deel twee, dat de periode van 1492 tot 1900 beslaat, beschrijft Schama gedetailleerd en met behulp van veel persoonlijke vertellingen het leven van Joden uit diverse sociale klassen - van hofjood en financier tot voddenkoopman met alles daartussen: arts, goudsmid, textielbewerker - in vele landen: Italië, Vlaanderen, de Nederlanden, Engeland, Polen, Duitsland, Rusland, het Ottomaanse Rijk, Frankrijk, Amerika, zelfs China en India.

Non-fictie

Simon Schama
De geschiedenis van de Joden - Deel 2: Erbij horen 1492 - 1900
Uit het Engels vertaald door Sylvie Hoyink, Huub Stegeman, Maarten van der Werf, Josephine Ruitenberg en Paul Heijman.
Atlas Contact; 935 pagina's
€49,99

Het duizelt je af en toe van de kleurrijke personages die door de auteur aan de vergetelheid worden ontrukt. De overdaad waaraan Schama zich hier bezondigt, maakt dat het soms zoeken is naar de al gememoreerde rode draad. Maar die is er wel en wordt ook helder geformuleerd: is het jodendom een gesloten of een open cultuur? Is het tijdloos of wordt de beleving ervan bepaald door de geschiedenis? Moet het aanraking met niet-Joodse culturen vrezen of kan het daardoor juist worden verdiept en verrijkt? Al hun hele bestaan zijn de Joden zelf hierover verdeeld.

De ondertitel van deel 2 luidt: Erbij horen en dat geeft aan wat in dit tijdvak de belangrijkste tendens was: het streven naar emancipatie, gelijke rechten, burger zijn met de anderen in de opkomende natiestaten.

De Nederlanden waren in dit opzicht voorloper. In Amsterdam werd in 1616 de mogelijkheid geopend voor Joden om het poorterschap aan te vragen, 'voor het eerst', aldus Schama, 'in de hele Joodse geschiedenis in christelijk Europa'.

Schama staat uitvoerig stil bij Moses Mendelssohn die in de eerste helft van de achttiende eeuw in Berlijn het boegbeeld werd van de Joodse Verlichting. Mendelssohn beschouwde de wetten van Mozes als in oorsprong Joods, maar bedoeld voor de hele mensheid.

Mendelssohn was er trots op dat hij vrienden had met een andere religieuze overtuiging en dat zij elkaar wederzijds in hun waarde lieten. Hij bepleitte een 'absolute scheiding tussen kerk en staat', nodig om 'de onontbeerlijke gewetensvrijheid' te beschermen. En hij zette zich ook in voor rehabilitatie van de vrijdenker Baruch Spinoza die in het tolerante Holland door intolerante Joden in de ban was gedaan. Mendelssohn: 'Werkelijke tolerantie (...) moest zich ook uitstrekken tot degenen die als ketters werden beschouwd, tot de buitenstaanders, zelfs tot atheïsten, tot iedereen, met elke mogelijke opinie.'

Met zijn verlichte denkbeelden was Mendelssohn (zelf praktizerend Joods) zijn tijd vooruit en het is de vraag of ze in de Duitse landen van zijn tijd, buiten Berlijnse debatfora als de Montagsklub en het Gelehrtes Kaffeehaus, veel invloed hebben gehad. Maar in de Europese intellectuele wereld kende men elkaar en zo inspireerde Mendelssohn de Franse revolutionair Mirabeau om zich sterk te maken voor gelijke rechten voor de Joden in het Frankrijk van de Revolutie, een streven waarin de revolutionairen slaagden, hoewel het aanvankelijk op flinke weerstand stuitte.

Napoleon Bonaparte, wiens naam 'het goede deel' door de Joden in het Hebreeuws was vertaald - ze noemden hem 'Chelek Tov' - werd in Italië door hen als bevrijder ingehaald. Toen de Franse legers Rome veroverden dansten de Joden in het getto rond de vrijheidsboom. De verplichte, gehate 'gele emblemen werden van de jassen gerukt en vervangen door kokardes in de kleuren van de Franse vlag. De naam van Chelek Tov werd geheiligd in de synagogen.'

Lang niet alle christelijke of Joodse Europeanen lieten zich meevoeren door de idealen van de Verlichting. Onder de Joden in Oost-Europa ontwikkelde zich in de achttiende en negentiende eeuw een machtige nieuwe stroming, het chassidisme. De chassidim legden in hun religieuze beleving alle nadruk op overgave, extase en het geloof in wonderen.

Beeld Martyn F. Overweel

Van groter belang was dat de Joodse emancipatie geen eind maakte aan het antisemitisme, integendeel, in Polen, Rusland, Oostenrijk-Hongarije, Duitsland en ook Frankrijk werd dat in de negentiende eeuw steeds virulenter. Pogroms, gewelddadige aanvallen op Joodse wijken, kwamen steeds vaker voor in Oost-Europa.

In Oostenrijk en Duitsland organiseerden de antisemieten zich en gingen zich beroepen op rassentheoriën. In Frankrijk verdeelde de affaire Dreyfus - deze Joods-Franse kapitein was ten onrechte veroordeeld voor spionage - het land in twee ongeveer even grote delen; de antisemiet Drumont stond recht tegenover de humanist Zola.

De toekomst van de moderne natiestaat stond op het spel, meent Schama. 'Zouden de (...) naties worden gegrondvest op ethiek of etniciteit, tribaal romantisme of constitutionele principes?' Een vraag met een echo tot op de dag van vandaag. Niet de geringsten onder de Joden - de socialist Moses Hess, de liberale journalist Theodor Herzl - begonnen te denken dat de Joodse toekomst alleen veilig kon worden gesteld door nationale zelfbeschikking in een eigen vaderland, in Palestina.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden