InterviewBebel Gilberto

‘Het is maar goed dat ik geen vrolijke feestmuziek maak’

De Braziliaanse bossanovazangeres Bebel Gilberto (54), van wie afgelopen zomer een nieuw album verscheen, hoopt ermee een periode vol verdriet af te sluiten.

Bebel Gilberto. Beeld Heidi Solander
Bebel Gilberto.Beeld Heidi Solander

Op Agora, het nieuwe album van de Braziliaanse zangeres Bebel Gilberto staat een nummer dat O que não foi dito heet, Portugees voor ‘wat niet is gezegd’. De 54-jarige zangeres schreef het voor haar vader, João Gilberto, de grondlegger van de bossanova die vorig jaar op 88-jarige leeftijd overleed.

‘Het was bedoeld als brief die ik graag aan hem had voorgelezen of gezongen. Het mocht niet zo zijn. Hij heeft het liedje nooit gehoord, daar heb ik nog altijd vreselijk veel moeite mee. Er is zo veel onuitgesproken tussen ons’, zegt Gilberto over de telefoon vanuit Rio de Janeiro.

Luister naar me, laat me voor je zorgen, dat was volgens Gilberto de boodschap van het liedje. Een van de mooiste nummers op haar nieuwe album Agora (‘nu’ in het Portugees), dat ze heeft gemaakt met de Amerikaanse producer Thomas Bartlett. Op het album horen we Gilberto de moderne variant op de bossanova verder uitbouwen. Het zacht wiegende ritme en de warme, loom klinkende stem zijn ingebed in zoemende elektronica. Agora is haar beste album sinds Tanto Tempo, dat twintig jaar geleden haar internationale doorbraak betekende.

‘Thomas bleek precies hetzelfde over klank en ritme te denken als ik. Ik wil niet ouderwets klinken en ben ook niet bang voor beats. Mijn muziek was altijd al een combinatie van traditie en vernieuwing, een oud bossanovaritme in een hedendaags jasje.’

Zolang de droevige, melancholische klank die we met bossanova associëren, de saudade, maar alle ruimte krijgt. ‘Dat blijft de essentie. Ik denk weleens dat het maar goed is dat ik geen vrolijke feestmuziek maak, want daar had ik nu totaal niet mee uit de voeten gekund. Er zit veel treurnis in me, en die moest eruit.’

Dat is niet helemaal gelukt, vindt ze. Ja, haar plaat heeft de juiste diep melancholieke toon. Maar ze is de ellende die haar de laatste jaren overkomen nog lang niet kwijt. ‘Het is nog altijd te veel voor me’, zegt ze. ‘Ik kan er ook moeilijk over praten.’

Niet alleen de dood van haar vader en de dingen die nooit zijn uitgesproken zitten haar dwars. Twee jaar geleden overleed haar beste vriend en kort daarop haar moeder, zangeres Miúcha. ‘Ik was nog altijd bezig dat te verwerken toen mijn vader overleed. Dat was op zijn leeftijd en met zijn slechte gezondheid geen verrassing, maar het was toch een klap.’

De gebeurtenissen volgden op een langdurig verblijf van Bebel Gilberto in Puglia. In de hak van Italië had de zangeres zich in 2017 na een Italiaanse tournee teruggetrokken. ‘Ik wist natuurlijk niet wat me allemaal in korte tijd zou overkomen, maar ergens had ik toen al het gevoel dat het goed voor me was om me even van alles en iedereen af te zonderen. Ik nam mijn intrek in een familiehotel in Ostuni, en daar, in het witte stadje, overzag ik mijn leven.’

Bebel Gilberto met haar vader João in New York, 1998. Beeld Getty
Bebel Gilberto met haar vader João in New York, 1998.Beeld Getty

Dat klinkt dramatisch. Dat was het misschien ook wel, denkt Gilberto nu. ‘Ik heb mijn hele leven problemen met mijn vader gehad. Zo vond hij aanvankelijk mijn muziek niet mooi, want te modern. Op mijn beurt verbaasde ik me over de mensen met wie hij zich omringde, vooral zijn partnerkeuze beviel me helemaal niet. Uiteindelijk zag ik hem verloederen, en niemand die iets deed. Hij woonde al jaren samen met iemand die zijn dochter had kunnen zijn. Mijn vader regelde zijn zaakjes slecht, had onnodig enorme schulden, dementeerde en kon niet meer voor zichzelf zorgen. Die vrouw van hem liet het het gewoon gebeuren.’

Zelf had ze haar portie mislukte liefdes ook wel gehad, vond ze, terwijl ze lange wandelingen maakte en genoot van het Zuid-Italiaanse landschap. ‘Ik besloot single te blijven, en dat ben ik nog steeds. Het verblijf was heel louterend. Ik kreeg ook allerlei ideeën voor liedjes, die ik dan inzong op mijn iPhone.’

Met die liedjes ging ze terug naar New York, waar ze eerder al 25 jaar had gewoond, en bezocht ze Thomas Bartlett. ‘We zijn meteen de studio ingegaan. Ik liet hem wat horen en hij ging achter de synths zitten en begon wat te spelen. Zo ontstond er steeds de basis voor een liedje waar ik dan tekst bij schreef.’

Het ging lekker zo, met een opgeruimd hoofd teruggekeerd uit Italië en vastbesloten haar leven verder op orde te houden. Wat kon muziekmaken toch leuk zijn.

Maar gaandeweg de productie drong het onheil zich aan Gilberto op. Werken aan haar album bracht haar wat afleiding, maar ‘ik voelde het af en toe duizelen in mijn hoofd’.

Op Agora staan uiteindelijk maar twee liedjes die over haar vader gaan.  Beeld
Op Agora staan uiteindelijk maar twee liedjes die over haar vader gaan.

Agora moest geen treurplaat worden, vond ze. ‘Ik probeerde over andere zaken te zingen, die wat minder dicht bij me stonden. Uiteindelijk zijn er maar twee liedjes die direct over mijn vader gaan, en die heb ik nog net voordat hij overleed geschreven.’

Behalve O que não foi dito is dat het nummer Cliché, dat ze in juni 2019 vlak voor João’s overlijden opnam. Ze bezingt het verlangen om nog één keer met hem te kunnen dansen. ‘Dat is er nooit meer van gekomen. Weet je, eigenlijk ben ik blij dat mijn vader is overleden voordat de pandemie Brazilië aandeed. Die ellende is hem bespaard gebleven.’

Zelf zit Gilberto er middenin, voegt ze er snel aan toe. ‘In maart reisde ik van New York naar Rio. De bedoeling was een paar weken te blijven, wat zaakjes te regelen en dan weer terug te gaan.’ Het waren hoopvolle tijden. Ze voelde zich goed. Een album waar ze trots op is zou snel uitkomen en een grote tournee, waarmee ze ook Europa zou aandoen, stond op stapel.

‘Ik was nog niet in Rio of corona werd wereldnieuws en trof Brazilië.’ Gilberto zelf kreeg koortsaanvallen en belandde even in het ziekenhuis. ‘Ik was als de dood dat ik ook was besmet. Het ziekenhuis lag bomvol coronapatiënten. Ze wilden me niet opnemen, zelfs niet testen, omdat ik er niet erg genoeg aan toe was. Ik kon doodziek terug naar huis.’

De situatie in Brazilië is al maanden nauwelijks houdbaar, vindt Gilberto. ‘Onze president neemt het nog altijd niet serieus. Het enige waar mensen zich aan houden zijn de mondkapjes. Voor de rest doet iedereen maar wat. Ik kom al maanden nauwelijks buiten. Eten laat ik bezorgen, familie en vrienden zie ik zo min mogelijk.’

‘Ach’, zegt ze, ‘het zal bij jullie niet veel anders zijn. En ik heb in ieder geval mijn hond nog. Iedere dag probeer ik een nieuw liedje te bedenken dat ik voor hem zing als hij moet eten, poepen of slapen. Een goede therapie voor mezelf ook, merk ik. Zo blijf ik ook op het creatieve vlak een beetje scherp.’

Verder heeft Gilberto niet veel om handen. Er is ‘onverkwikkelijk juridisch getouwtrek om de nalatenschap van mijn pa’, waar ze nu even niks over kwijt wil. ‘Te pijnlijk, te genant en vooral niet handig als alles nog onder de rechter is.’ Teruggaan naar New York is ook geen optie, want ‘alles is daar net zo erg als hier’. Dus blijft ze in Rio. Binnen met haar hond.

‘Wat ik misschien wel het ergste vind is dat ik mijn nieuwe liedjes nergens kan laten horen. Die plaat is er, daar ben ik ook blij om, maar ik wil mijn band instrueren en publiek zien. Ze zeggen dat mijn tournee naar mei is verschoven, maar dat lijkt me gewoon een verzekeringssmoesje. Alles is een jaar vooruitgeschoven, zodat niemand zijn geld terugvraagt. Ik zie het niet gebeuren, ook al is mei nog ver. Ik denk dat ik hier nog maanden met mijn hond zit. Nou, we redden ons wel. We zullen wel moeten.’

Agora van Bebel Gilberto is verschenen bij Pias.

The Girl from Ipanema

Wereldwijd het beroemdste bossanovaliedje is The Girl from Ipanema, waarvan de muziek in 1962 werd geschreven door Antõnio Carlos Jobim. De bekendste versie werd in 1963 opgenomen door João Gilberto met tenorsaxofonist Stan Getz.

De zangeres in dit liedje is Astrud Gilberto, destijds de echtgenote van Gilberto. Ze is niet de moeder van Bebel. ‘Ik ben van 1966. Toen waren Astrud en mijn vader alweer gescheiden en was hij getrouwd met Miúcha, een andere zangeres. Onvoorstelbaar hoe vaak ik wel niet moet uitleggen dat Astrud niet mijn moeder is.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden