Het is gigantisch, het is gedurfd, het is megalomaan: Louvre Abu Dhabi

Zaterdag opent het nieuwe museum, de Volkskrant ging vast kijken

Als een luchtspiegeling verrijst het gebouw uit de dorre woestijngrond, half zichtbaar tussen de palmbomen, aan het einde van een brede oprijlaan die naar het parkeerterrein leidt. Louvre Abu Dhabi. Het museum, dat komende zaterdag voor het publiek open gaat, is de nieuwste attractie van de Arabische Golfstaat.

Het Louvre Abu Dhabi. Foto afp

Het gebouw is gigantisch. Het is gedurfd. Het is een wonder. En het is megalomaan. Met zijn zilvergrijze koepel waaruit duizenden sterren zijn gestanst lijkt het een decor uit de sprookjes van Duizend-en-een-nacht. Zeker als je eenmaal binnen rondloopt, te midden van het kashba-achtige parcours van museumzalen, dat net zo megalomaan is als de buitenkant. Het effect is overweldigend: door de duizenden openingen worden de wanden en vloeren met zonlicht bespikkeld als een dalmatiër.

'Spirituele' werking

'Rain of light', was de uitdrukking die de Franse sterarchitect Jean Nouvel eraan gaf, bij zijn eerste animaties. En nu de pers echt een glimp krijgt voorgeschoteld, en alle hoofdrolspelers van het Frans-Arabische spektakelgebouw aanwezig zijn (inclusief Louvre-directeur Jean-Luc Martinez), herhaalt hij het weer. Dat het binnenvallende licht een 'spirituele' werking moet hebben.

Nouvel had de dakconstructie tien jaar geleden bedacht, denkend aan de warme nachten in de woestijn, met alle denkbare sterren aan het firmament. Maar ook aan de oase, kijkend naar de zon, gefilterd door het gebladerte van een palmboom. Of een dadelboom, dat kon ook, want Nouvel mag dan de winnaar van de prestigieuze Pritzkerprijs voor architectuur zijn, in 2008, hij blijft natuurlijk ook een dromer zoals alleen Fransen dat kunnen zijn.

En om die dromen was hij juist uitgenodigd. Want ze wilden in Abu Dhabi maar al te graag groots en meeslepend uitpakken, met kunst en cultuur. En Nouvel en Martinez zouden geen Fransen zijn als ze niet in zo'n droom wilden participeren. En niet alleen architectonisch.

Het Louvre Abu Dhabi gezien vanaf de parkeerplaats. Foto Rutger Pontzen
Interieur van het Louvre Abu Dhabi. Foto Rutger Pontzen

Overspoeld met kunst

Wie eenmaal door het labyrint van zalen en zaaltjes dwaalt, wordt letterlijk overspoeld met kunst en cultuur. Niet omdat alle honderden kunstwerken van de allerhoogste niveau zijn, maar omdat het is opgehangen en neergezet met een diversiteit die je laat tollen op je benen. Griekse bustes van rond Christus, een Peruaanse kop van keramiek, schalen uit alle delen van het Midden-Oosten, landschapstekeningen uit China, een bosgezicht van Hobbema, Jacques-Louis Davids portret van Napoleon te paard, wild beschilderde doeken van Cy Twombly, tapijten uit België, een bronzen leeuw uit Duitsland, Frans Posts plantageschilderij uit Brazilië, Arabische teksten die Jenny Holzer in kalksteen liet uithakken, Franse zwaarden, hofkleding uit China, een zittend Ramses II van ver voor de jaartelling, vuistbijlen uit Algerije.

De hele wereld is vertegenwoordigd - wat ook de bedoeling is.

Want hoe zat het ook al weer? In maart 2007 tekende de Franse regering een militair contract met Abu Dhabi, een van de zeven golfstaten uit de Verenigde Arabische Emiraten. Frankrijk zou een legerbasis leveren en zijn invloedsfeer kunnen uitbouwen naar de Arabische Golf; Abu Dhabi verzekerde zich van een gewapende rust in de regio en kreeg als kers op de taart voor een kleine miljard dollar het Louvre als toeristische trekpleister erbij.

Cijfers over Louvre Abu Dhabi 

180 meter diameter koepel
7850 unieke stukken metaal voor het koepelpatroon
7.500 ton gewicht, bijna net zoveel als de Eiffeltoren
36 meter: hoogste punt
26 galeries
8600 vierkante meters expositieruimte
600 kunstwerken uit eigen collectie
300 bruiklenen uit Franse musea
30,5 jaar mag het museum nog de naam ‘Louvre’ dragen
650 miljoen dollar, totale kosten naar verluidt

President Macron opende het gebouw. Foto anp

Nieuwe inkomsten

Het was een deal uit het boekje. Met name omdat het Golfstaatje, net als de andere Emiraten en Qatar, op zoek was naar nieuwe inkomsten, voor als het met de oliebaten minder zou worden. Elke staat besloot tot het opstellen van een 'long-term roadmap', om op zoek te gaan naar een alternatieve financiering van hun bestaan. Uitkomst: nieuwe technologie en beter onderwijs, maar vooral toerisme en cultuur.

De komst van het Louvre was daaruit een welkom voortvloeisel. Net als de plannen die Abu Dhabi ontvouwde om op hetzelfde zandrijke Saadiyat-eiland een dependence van het Amerikaanse Guggenheim Museum te bouwen, het Zayed National Museum, een maritiem museum en een Performing Arts Centre. Gigantische projecten die, ook net als bij het Louvre, door giganten moesten worden ontworpen: Norman Foster, Frank Gehry, Zaha Hadid, Tadao Ando.

Het moet uiteindelijk, naast een uitgebreid aanbod van pretparken, strandresorts en gekoelde winkelstraten à la de Champs-Élysées, dé aanleiding zijn voor duizenden toeristen om, op weg naar hun vakantiebestemming in het Verre Oosten, Afrika of Europa, in het altijd zonovergoten Abu Dhabi voor een paar dagen een tussenlanding te maken; gebruikmakend van hun uitgebreide vloot aan vliegtuigen die hen uit alle windstreken naar de Golf brengen.

Ai Weiwei, Fountain of Light, 2007. Foto Rutger Pontzen
Papunga, a Rockhole Site West of Kintore, 2002 Foto Rutger Pontzen

De ganse wereldbevolking

Een culturele hub dus, liefst voor de hele wereld. Dat is waar Abu Dhabi op rekent en het nieuwe Louvre op anticipeert. Het museum wil een niet te vermijden aantrekkelijkheid hebben voor de ganse wereldbevolking, waarop de keuze van culturele en artistieke schatten in het museum is afgestemd.

De collectie die het museum nu laat zien - deels aangekocht met eigen middelen; deels als bruikleen afkomstig uit dertien Franse musea - is een dwarsdoorsnede van wat de mensheid aan kunst en cultuur heeft voortgebracht, vanaf de oertijd tot nu. Uit elke uithoek, van elke religie en van ieder volk is wel iets te zien. De panculturele opstelling streeft niets minder dan een vreedzame co-existentie tussen volkeren en godsdiensten na. In werkelijkheid mogen velen elkaar uit alle soorten onenigheid de hersens inslaan, maar niet in het nieuwe museale Elysée, dat een bolwerk moet zijn van 'tolerantie en acceptatie', verklaren alle sprekers op de persbijeenkomst gebroederlijk.

Het verklaart de 'cross culturele dialoog' waarin een Boeddhabeeld uit Laos niet tegenover een geschilderde Christus staat, maar gebroederlijk ernaast. Waarin een machtige Romeinse keizer wordt getoond naast Rodins Burger van Calais. Een Italiaanse wereldbol naast een Japans topografisch schilderij. Een zelfportret van Van Gogh bij het schilderij van een liggende emir. Een pracht-Mondriaan, aangekocht uit de collectie van modekoning Yves St. Laurent, naast een blauw-geel-rood-wit-zwarte mobiel van Alexander Calder.

Kitagawa Utamaro, Young Mother Playing the Shamisen, 1798. Foto Rutger Pontzen

'Universele esthetiek'

Kunst en schoonheid zijn van alle tijden, en kennen meer overeenkomsten dan verschillen, lijkt het beeldverhaal te suggereren. Of zoals Martinez het omschreef: het Louvre verbeeldt een 'universele esthetiek', waarin het beste van de 'humane erfenis' te bewonderen valt.

Je kan je afvragen hoe reëel zo'n opzet is, en of het geen vorm is van wishful thinking. Kunst als de reddende engel die de wereldvrede probeert af te dwingen, het ideaal staat haaks op het fanatisme waarmee in alle tijden oorlogen en onenigheden zijn uitgevochten, waarbij kunstwerken veelal de klos zijn.

Ook Louvre-directeur Martinez begrijpt dat de kunstwereld geen pacifistische vrijplaats is. Tijdens de persconferentie ontkwam hij er niet aan om in elk geval de mensenrechten van 'zijn' arbeiders aan het Louvre te bespreken. Juist omdat op die rechten de afgelopen jaren veel kritiek was. Goedkope buitenlandse arbeiders zouden worden uitgebuit, hadden nauwelijks een fatsoenlijk onderdak en werkten onder slechte omstandigheden. Dat mocht dan misschien zo zijn, memoreerde Martinez, maar niet bij het Louvre: 'Het is per slot van rekening ook een Frans museum.'

Jacques-Louis David, Napoleon doorkruist de Alpen, 1801. Foto afp

Kritiek

Bovendien was er in Frankrijk zelf veel kritiek op de uitverkoop van nationaal erfgoed aan de golfstaat, enkel gericht op geldelijk gewin. En zouden de uitgeleende kunstwerken geen schade van het transport ondervinden?

En dan was er ook de lange duur van het Louvre-project: tien jaar. De techniek om een overspanning van 180 meter te construeren, in acht verschillende lagen staal en aluminium, was hoog gegrepen. Ook om het geheel bestand te laten zijn tegen zandstromen en temperatuurschommelingen, tot boven de 50 graden.

Het waren tegenslagen die ook gelden voor de overige museumprojecten die het Saadiyat-eiland kent. En die er nog lang niet staan. Zoals het immense Guggenheim, naar een ontwerp van Gehry en Fosters Zayed National Museum, waarvan nu, omringd door enkel woestijnzand, alleen een minuscuul proefmodel staat opgesteld.

Abdullah Al Saadi, Naked Sweet Potato, 2000-2010. Foto Rutger Pontzen
Pablo Picasso, Portret van een vrouw, 1928. Foto Rutger Pontzen

Groots en verleidelijk

Neemt niet weg dat de artistieke vredesboodschap in het Louvre met veel aplomb naar voren wordt gebracht, zoals Fransen dat betaamt. Groots en verleidelijk. In streeploos gezeemde vitrinekasten van enige omvang, waarin meerdere beelden tegelijk worden geëtaleerd. Onder plafonds waarin elke glazen ruitje uniek is, en elke zaal een eigen kleur van geaderd marmer toont.

En ineens begrijp je ook hoe het museum er überhaupt is gekomen: als een bezegeling van een wapenakkoord om de regio meer stabiliteit te geven. Wat de Franse basis op militair gebied wil bereiken, staat het Louvre op cultureel niveau voor ogen: rust, geen ellende, afgedwongen met wapens en kunst - je zou het haast vergeten. Een droomwereld waarin het sprookjesdak met zijn duizenden sterren van Nouvel past als een handschoen.

Meer over