Goed & SlechtGedichten over de natuur

Het is een misverstand dat een gedicht ergens over moet gaan

Informatie vinden we op Wikipedia, poëzie hoeft niet ergens over te gaan, vindt Arjan Peters.

Beeld Getty

Al leven insecten vlakbij, we kennen ze niet goed. Volgens de flaptekst van Zoveel nabijheid (Meulenhoff; € 19,99) schiet de dichter Frans Budé ons tegemoet, door zich ‘in zijn rijke verbeelding te verplaatsen naar het leven van bomen en insecten’. Dan moet u denken aan de steenrode heidelibel, de dambordvlieg, de zwarte metselaar en de pyjamaschildwants. De taal is de bonus van de natuur. Dat zie je ook aan Caspar Janssen, die al maanden door Nederland wandelt, ziet welk landschap aan het verdwijnen is, en onlangs aantekende dat daardoor straks niemand nog weet wat de woorden schurveling en haaymeet betekenen. Ik zag een verhaal voor me van Hermans, Bordewijk, Van Oudshoorn of Rosenboom, met een hoofdrol voor het genadeloze incassobureau Schurveling & Haaymeet.

Ter zake. Frans Budé over de pyjamaschildwants: ‘Hij loopt niet, hij veegt met zijn buik een blad schoon,/ borststuk, achterlijf worden zichtbaar, dan ineens de vleugels/ en dekschilden, felgekleurd, omhooggeklapt. Dat geluid!/ En toch stelt hij het vliegen uit, met zijn steeksnuit/ bezig nog met de fijnste sappen uit een plantenlijf,/ pootjes en antennes in waakstand, één tel later stijgt hij/ op, blij en voldaan, zoekt langs de bosrand die ene boom/ met losse bast, om al luisterend te schuilen voor de regen.’

De rijke verbeelding van Frans Budé kun je met minder poeha Wikipedia noemen. Dat de pyjamaschildwants graag in boombastscheuren schuilt, vind ik daar ook. Budé gaat gebukt onder het oude misverstand dat een gedicht ergens over moet gaan. Toen we nog geen boekdrukkunst hadden, tóén was het handig om informatie in dichtvorm uit het hoofd te leren. Maar je gaat toch geen dichtbundel kopen om te lezen hoe een kamervlieg zijn achterlijf borstelt?

Om af te kicken las ik En weg was haar neus, de verzameling Engelse baker- en nonsensrijmpjes die Robbert-Jan Henkes vertaalde (Van Oorschot; € 24,99): ‘Pissebed, pissebed, pens vol graan,/ Zo zwaar is je kontwerk, je kan niet meer staan’. Dat gaat nergens over, maar pretendeert dat ook niet.

Versjes verlost van de vloek om de lezer feiten te verstrekken: ‘Er zat een uil al op een tak,/ Falderalderare,/ En al wat onze uil ooit sprak,/ Was: Falderalderal.// Een jagerman die kwam voorbij,/ Falderalderare,/ Die zei: Ik schiet je dood, stom beest,/ Falderaderal.’

 Groot gelijk, jagerman. En het kind dat dit vlak voor bedtijd hoort, gaat grinnikend slapen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden