'Het is een absoluut onrecht wat er geschied is'

Toen Yvonne Keuls in 1985 een op feiten gebaseerde roman over een pedoseksuele kinderrechter schreef, kreeg ze traumatisch veel kritiek over zich heen. Nu komt het boek opnieuw uit. En daar is ze zacht gezegd ambivalent over.

Beeld Aisha Zeijpveld

'Dit boek heeft iets in mij vernield. Het heeft een streep door mijn leven getrokken. Al mijn goede bedoelingen, al mijn inzet om iets boven tafel te halen... het leidde alleen maar tot ellende. Als ik eraan terug denk, word ik bijna misselijk. En tegelijk is mijn strijdbaarheid er alleen maar groter door geworden.'

Wat gebeurde er, toen het boek verscheen?

'Vreselijk. Ik wil er gewoon niet meer aan denken. Journalisten wilden alles weten, ik dacht: ze gaan over het kindermisbruik schrijven dat ik aan de kaak stel. Maar dat gebeurde niet. In plaats daarvan kreeg de tegenpartij uitgebreid de kans om mij door het slijk te halen. Ik was in de Bijenkorf om te signeren, en er kwam een vent op mij af en hij spuugt in mijn gezicht. 'Dáár!', zei hij. Ik was zo uit mijn doen.

Yvonne Keuls is nog steeds uit haar doen als ze vertelt over 1985, het jaar dat haar roman Annie Berber en het verdriet van een tedere crimineel verscheen. Het was - is - een aanklacht tegen kindermisbruik en pedofilie, waar in die tijd vergoelijkend over werd gesproken. Dertig jaar later verschijnt het boek opnieuw, nu met de titel Rapport Tommie. De inhoud is vrijwel hetzelfde, maar het verschijnt onder een ander gesternte: de pedofielen van toen zijn nu volksduivels geworden.

De roman - fictie die wortelt in waarheid - stelt de praktijken aan de kaak van een pedofiele kinderrechter, 'Loulou', die de aan hem toevertrouwde zwerfjongens gebruikt voor zijn eigen gerief. En die op zijn beurt door de zwerfjongens wordt gebruikt. Loulou bestond echt, Yvonne Keuls kende hem goed, iedereen wist meteen om wie het ging. Maar tot haar verbazing keerde het boek zich tegen de schrijfster, en niet tegen de kinderrechter. 'Ze zeiden: hoe kun je een man die zo goed is, die zoveel kinderen helpt, dit aandoen?'

Hoe lang duurde de storm?

'Vier maanden. Het was september, ik durfde de straat niet meer op. Het waren toch mensen met macht die me aanvielen. Maar het ergste vond ik de kranten. Niemand vroeg mij om een weerwoord. De Volkskrant heeft me nooit gebeld om commentaar.'

In de Volkskrant maakte de procureur-generaal bij de Hoge Raad, Berger, zich kwaad. Hij zei: 'Ik vind het van mevrouw Keuls niet fair om de betrokken rechter drie jaar na de afwikkeling van de affaire nog een trap na te geven, verpakt in een roman.' Volgens hem was de zaak 'bijna verjaard', en daarom geseponeerd.

Beeld Aisha Zeijpveld

Wat dacht u, toen wij belden?

'Ik dacht: jullie kunnen me wat. Ik was afhoudend. Maar ik merk nu dat jullie werkelijk geïnteresseerd zijn in het verhaal. Dus laten we het proberen.'

Als Yvonne Keuls de deur van haar Haagse huis open doet, schieten twee katten door de gang, de trap op. 'Zwerfkatten', zegt ze, 'dit is een soort opvanghuis'. Ze is net 83 geworden. Ze heeft meer dan 92 titels op haar naam: romans, toneelstukken, scenario's. De energie waarmee ze die schreef, en waarmee ze zich soms lijfelijk in haar onderwerpen stortte, is nog lang niet geweken.

Ze werd beroemd met haar verhalen van de straat: Keuls is de uitvinder, en uitvoerder, van wat wel de sociale roman wordt genoemd. Klare taal, realisme en humor - de stof haalde ze zelf op, bijvoorbeeld in het opvanghuis in Den Haag voor weggelopen kinderen waar ze begin jaren zeventig ging werken.

Jan Rap en z'n maat (1977, over dat opvanghuis), De moeder van David S. (1980, over heroïne), Het verrotte leven van Floortje Bloem (1982, over een heroïnehoertje en haar loverboys). Annie Berber / Rapport Tommie was de laatste van die serie. Daarna ging het niet meer. 'Tien jaar heb ik me helemaal ingezet voor de sociale zaak. Mijn huis opengesteld, kinderen in huis gehaald, er geld in gestoken. Maar ik moest een slag draaien. Ik had ook nog een gezin en een ontzettend lieve man.'

Dit boek was de reden. Het kwam te dichtbij. Ze had psychische hulp nodig, zegt ze, om wat er gebeurde te verwerken. Yvonne Keuls, altijd onbevreesd onderweg, altijd tussen de mensen aan de onderkant, de ongehoorden, durfde haar huis niet meer uit.

Het begon met een jongen uit haar opvanghuis, die ze Peter noemt; hij was de eerste die vertelde over zijn omgang met de kinderrechter, begin jaren zeventig. 'Er waren altijd al geruchten, en ik vond dat het uitgezocht moest worden.' Uiteindelijk sprak Keuls uitgebreid en meermaals met negen jongens, 'van zes kon ik bewijzen dat hun verhalen klopten'. Ze kende de kinderrechter: hij zat in het bestuur van haar opvanghuis. 'Ik vond het zelf heel moeilijk om te geloven. Eerlijk gezegd heb ik het nooit echt helemaal geloofd - tot het eind.' Want wegloopjongens zijn in één ding goed: het verzinnen van verhalen.

Na bemiddeling door haar vriend, en rechter, Jan van Lelyveld, de man van Hella Haasse, vertelt Keuls het verhaal aan twee Haagse rechtbankpresidenten. 'Ze zeiden dat het onbewijsbare geruchten waren. Ach mevrouw, zeiden ze, laat u dit toch aan ons over. Gaat u toch door met het schrijven van die aardige columns. Beledigender kan echt niet. En toen dacht ik: zo laat ik me niet wegsturen.'

Namens zes jongens diende ze in 1982 een klacht in bij justitie. Maar de kinderrechter is nooit veroordeeld. Justitie heeft de zaak nooit onderzocht. Wel werd hij met zachte hand richting vervroegd pensioen geduwd - en dat is wat Yvonne Keuls nog steeds steekt. Zichtbaar vormt de woede zich in kleine plooien op haar gezicht, als ze erover praat. 'Ik kon álles op tafel leggen. Maar er is gewoon gezegd: nee, geen onderzoek. Hij kreeg een receptie, met kerels die op zijn schouder klopten. Maar niemand vond het erg wat hij had gedaan. Ze vonden het erg wat ík had gedaan: dat ik ervoor gezorgd had dat hij op die manier uit zijn loopbaan moest verdwijnen.'

Jaren later schreef ze de roman.

CV

Yvonne Keuls is geboren op 17 december 1931 in Batavia (voormalig Nederlands-Indië).

Ze schrijft sinds 1960 (romans, toneelteksten, scenario's) en heeft meer dan 92 titels op haar naam.


Een selectie

1977 Jan Rap en z'n maat

1980 De moeder van David S.

1982 Het verrotte leven van Floortje Bloem

1985 Annie Berber en het verdriet van een tedere crimineel (nu heruitgegeven als Rapport Tommie)

1988 Daniël Maandag

1995 Lowietjes smartegeld

1999 Mevrouw mijn moeder

2013 Koningin van de nacht

Is de heruitgave van het boek een revanche?

'Nee. Ik zou het nooit gedaan hebben. Jullie hebben er geen idee van wat het betekend heeft. Het was een hele, hele enge tijd.'

Waarom heeft u het dan opnieuw uitgebracht?

'Ik wilde het niet. Ik heb er helemaal nooit aan gedacht. Totdat er anderen kwamen die zeiden: wat in dat boek staat, is wat er nu ook speelt. Peter R. de Vries was de eerste die zich bij me meldde. Hij zei: ik wil met jou een uitzending maken. Wanda Gloude, mijn uitgever, belde. Ze zei dat de tijd er nu rijp voor is. Men denkt nu anders over pedofilie.'

Rapport Tommie draait om Tommie, de 'tedere crimineel': een nietsontziende jongen zonder toekomst of verleden, die de hoer speelt en daar sloten geld mee verdient. Kinderrechter Loulou neemt hem mee naar huis, naar dure restaurants, brengt hem onder in dure hotels. Hij houdt er thuis een aparte kinderkamer op na, waar hij de aan hem toevertrouwde kinderen tijdelijk onderbrengt.

Bestaat Tommie?

'Tommie bestaat uit negen jongens. De één is meer Tommie dan de ander. Ik heb hem samengesteld uit gesprekken en rapporten. Die jongens waren geen vrienden, ze vertelden het me onafhankelijk van elkaar. Ze waren tussen 15 en 20 jaar op dat moment. En behoorlijk crimineel al.

'Een kinderrechter had in die tijd drie petten op. Hij moest het kind straffen, maar ook in de gaten houden dat die straf werd uitgevoerd. En hij had een vertrouwelijke band met het kind - zo erg dus dat hij 'vader' werd genoemd. Het waren vaak kinderen uit incestueuze gezinnen. Die weggehaald zijn en vervolgens in tehuizen terechtkwamen. Deze kinderrechter had zoveel macht - hij regelde bijvoorbeeld dat een van die jongens verdween naar het buitenland, toen hij te lastig werd. Die kon kiezen: een kibboets in Israël, of naar de Libanon.'

Hoe zou u de kinderrechter omschrijven?

'Aimabel. Een heel zachte man. Hij werd gezien als dé autoriteit. Hij maakte het mogelijk dat wij dat opvanghuis konden beginnen. Maar hij had een dubbelleven. Hij liet de jongens ophalen uit de tehuizen, met taxi's of met de dienstauto, en naar een motel in Rijswijk brengen waar hij een vaste plek had.

'Ik zag hem elke dag. Hij was zo betrokken bij ons, kwam vaak langs. Ik heb hem meteen verteld over de verdenking. En hij zei: ja, daar ben ik altijd bang voor geweest. 'Die jongens deugen niet', zei ie, 'dat zijn criminelen. Je doet alles voor ze, maar dan zijn ze niet tevreden en dan weten ze je te pakken.' En dat vond ik reëel. Maar het werd steeds minder reëel, want die jongens die steeds elkaar opvolgden - ze mochten maar een maand in ons opvanghuis blijven - die kenden elkaar niet en vertelden steeds dezelfde verhalen.

'Er gingen jaren voorbij. Tot ik een nieuwe jongen ontmoette, de jongen die het meest op Tommie lijkt, hij zat op het station in Utrecht, waar het toen nog wemelde van de junks. Daar pikte hij mannen op. Hij had een vocabulaire, ongelooflijk, en hij verbleef in de duurste hotels - ik heb enorm met hem gelachen. Hij begon met te zeggen dat hij belangrijke klanten had. En toen kwam het uit. En toen ging ik medelijden met de kinderrechter krijgen. Dat was dan zo'n man die het voor het zeggen had, en dan zag ik hem ertussen genomen worden door zo'n rotjoch dat op zijn kosten voor 500 gulden uit eten ging.

'Deze jongens hadden geen huis. Ze hadden niks. Ze waren opgeleid tot volledige hoer; ze waren juist inzetbaar voor mannen die niet wilden toegeven dat ze... daar waren die jongens prima voor. Maar tegelijk kleedden ze die mannen uit. Ze wisten precies hoe ze dat spelletje moesten spelen.'

Keuls besluit er alsnog een boek over te schrijven. Ze is bezig met een ander onderwerp - de prille Haagse krakerswereld, waar ze zich ook met lijf en leden in had gestort. 'Ik had het andere boek al half klaar, dus ik kon dit er zo inschuiven.'

Waarom heeft u er een roman van gemaakt, als het de waarheid was?

'Dat heb ik in overleg met Jan van Lelyveld gedaan. Die heeft me altijd bijgestaan. Een man die echt correct is, absoluut correct. Hij zei: de klacht die je destijds hebt ingediend, was feitelijk geseponeerd. Het enige wat ik nog kon, was een roman schrijven.'

Wat vond de uitgever ervan?

'De toenmalige directeur van de uitgeverij wilde dit boek niet.'

Wat gaf hij als reden op?

'Bang.'

Dat zei hij ook?

'Hij vond het niks. Hij was een classicus. Uiteindelijk heeft zijn rechterhand ervoor gezorgd, dat het er kwam. Die vond hem een lafbek.

'Van alle kanten kwam het advies het boek niet uit te brengen, Ik heb een aantal schrijvers gevraagd mij te steunen. Moet je niet doen, zei er één, daar komt gelazer van. Maar het is een taak van schrijvers, vind ik, om maatschappelijk onrecht aan de kaak te stellen.'

Het gaat om jongens die van liegen hun leven hebben gemaakt. Was u niet bang dat ze de verhalen aandikten?

'O, zeker. Maar de kern is dat er jongens misbruikt werden. Ik ga niet over één nacht ijs. Ik heb het uitgebreid onderzocht. En het is al-le-maal toegedekt. En het gaat nog steeds door. Een paar jaar geleden werd de commissie Samson ingesteld (naar seksueel misbruik in de jeugdzorg, in 2010, red.). Die had bij mij moeten komen. Ik heb veel onderzoek gedaan, ik heb de namen, ik weet alles van de kindertehuizen. Ik heb ze gevraagd om met me te praten. Maar ze wilden dat niet. Mevrouw Samson was procureur-generaal; zij werkte decennia bij justitie. Zij is dus helemaal niet onafhankelijk, als het om justitie gaat.'

In de nieuwe uitgave van haar boek zit ook de ontslagbrief die Jan van Lelyveld schreef: de affaire rond de kinderrechter was voor hem een van de redenen om justitie te verlaten.

'Het is een absoluut onrecht wat er geschied is. Ik heb mij voor een zaak geplaatst waarvan ik vind dat 'ie onderzocht had moeten worden. Misschien was eruit gekomen dat de man onschuldig was, daar had ik me bij neergelegd. Maar het moet onderzocht worden. Het gaat om kinderen, om slachtoffers. Dat is mijn grote verzet. Dat hele leger ongelukkige kinderen dat we hebben gecreëerd. Ik hoop echt dat het nu allemaal naar boven komt, net als in de katholieke kerk.'

Ze staat op en haalt, trots alsof ze net zijn verschenen, boeken uit de boekenkast. Hier: tweehonderdduizend van verkocht. Daar: vijftig drukken. 'Ik geef je dit mee. Dit is echt zo'n leuk boek! Daar heb ik enorm veel plezier aan beleefd.'

Het lijkt wel alsof ze van gespreksonderwerp verandert.

'Ik voel me er nog steeds niet lekker over, dat dit boek er weer is. Ik ben best een strijdbaar mens. Ik sta er helemaal achter - maar ik voel opnieuw die machteloosheid. Ik weet ook niet wat jullie met dit gesprek gaan doen - ik denk dat jullie mij niet zwart zullen maken. Maar het kan. Dat wantrouwen is in die tijd geboren. En dat gaat nooit meer weg.'

Weerwoord

In een reactie zegt onderzoeker prof. Greetje Timmerman dat op verzoek van de commissie-Samson destijds wel contact is opgenomen met Yvonne Keuls, maar er uiteindelijk geen interview heeft plaatsgevonden omdat dat te ver voerde in het kader van de opdracht: onderzoek doen naar kindermisbruik in zorginstellingen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.