Kunstrecensie Gelatin

Het is de ervaring die telt bij deze tentoonstelling met vier grote drollen (****)

Gelatin in de tentoonstelling Vorm - Fellows - Attitude. Beeld Jason Schmidt

Gelatin: Vorm-Fellows-Attitude (****).

Museum Boijmans Van Beuningen, t/m 12 augustus.

‘Een jaar geleden kwamen we hier voor het eerst op bezoek’, zegt kunstenaar Florian Reither bij de presentatie van het Oostenrijkse kunstcollectief Gelatin in museum Boijmans Van Beuningen. ‘Sindsdien is het nationalisme in Oostenrijk, net als in Nederland, wéér toegenomen. En kunst is daar onderdeel van. De definitie van cultuur is namelijk een rechts ding geworden. De vraag is nu steeds: wat is ‘onze’ cultuur? Welnu: wij zijn vier witte, westerse mannen en dit is onze bijdrage.’

Kanttekening: dit gesprek werd gevoerd door kunstenaar en verslaggever, beiden gekleed in stoffen naaktpakken of bodysuits. De kunstenaar had zijn graatmagere lijf in een zandkleurig tricot met fier omhoog wijzende borsten gestoken, ik had gekozen voor een roze, in de patentsteek gebreid mannenpak met bungelend klokkenspel. En o ja, terwijl we praatten, leunde hij nonchalant tegen een metershoge drol.

Daarvan liggen er nog drie in de grote Bodonzaal. Vier enorme uitwerpselen van polyester, klei en stro, behoorlijk realistisch. Alsof er vier reuzen met aandrang boven de zaal hebben gehurkt en daarna het plafond er weer op hebben gezet. De bezoeker komt de zaal binnen na een bezoek aan de kleedkamer waarin hij of zij kan (het hoeft niet) kiezen uit honderd kostuums in alle mogelijke maten, voor alle leeftijden, huidskleuren en geslachten. Praktisch, ook: er is er een bij waar je de vagina naar buiten kunt vouwen als een penis en omgekeerd.

Knipoog

Vorm-Fellows-Attitude heet het. Misschien een knipoog naar het functionalistische architectuur adagium Form follows function; of de historische expositie When Attitude becomes form van Harald Szeemann uit 1969; of gewoon flauwekul. De kunst van de ‘fellows’ van Gelatin, drie Oostenrijkers en een Duitser die sinds 1993 samen kunst maken, is ongrijpbaar als, nou ja, als gelatine. Ali Janka, Florian Reither, Tobias Urban en Wolfgang Gantner veranderen de groepsnaam wel eens (en heten dan zomaar ‘gelitin’), ze werken vrijwel altijd met andere mensen samen, die dan ook de credits krijgen, en hun projecten variëren van piepklein tot heel groot. 

Of allebei tegelijk, zoals het eenpersoonsbalkonnetje dat ze in 2000, een jaar voor 9/11, aan het World Trade Center in New York hingen, nadat ze een raam uit een kozijn hadden gehaald. Nu on-denk-baar, zo’n actie. Ze bouwden een reusachtig (55 meter lang, 3 meter hoog) roze wollen knuffelkonijn in een Italiaans skigebied, ze veranderden expositieruimten in een pretpark, in een tunnel, in een moeras of in een claustrofobische stelsel van kasten waar je doorheen kruipt. Eén van de mooiste werken moet de human elevator zijn: een houten stellage waarin sterke mensen (bodybuilders, bouwvakkers) staan die bezoekers naar boven en naar beneden doorgeven. ‘Ongelooflijk erotisch’, vond een bezoekster.

Daarbij loopt er ook een bruin draadje van poepkunstwerken door het oeuvre van Gelatin. Van het letterfont ‘kakabet’ (een alternatief alfabet, zoek het maar even op) tot een toilet waarin de bezoeker via spiegels live zijn eigen aars kan bekijken. Dat is zowel melig, vrolijk als superdemocratisch bedoeld. Koning keizer admiraal, poepen doen ze allemaal. Dát is in ieder geval ook ‘onze’ cultuur.

Als tentoonstelling stellen de vier drollen misschien niet zo veel voor, het is de ervaring, zoals vaker bij Gelatin, die telt. Kinderen rennen rond en zien hun ouders los gaan, iedereen wordt er lacherig van en in zo’n pak wordt een gesprekje net even makkelijker aangeknoopt. De kunstenaars zijn niet alleen de nar, ze maken narren van alle bezoekers. Zelf begreep ik eindelijk waar de drang tot manspreading  (breed, met de benen wijd, zitten) toch vandaan komt. En wanneer discussieerde u voor het laatst met iemand binnen 5 minuten over politieke oriëntatie en voorkeur voor formaten van lichaamsdelen?

Gelatin in de tentoonstelling Vorm - Fellows - Attitude. Beeld Aad Hoogendoorn

Poepkunst

De beroemdste poep is waarschijnlijk de Merda d’Artista van Piero Manzoni. In 1961 blikte hij 90 drollen in. (Zijn vader had een blikfabriek en vond zijn werk ‘shit’, wil de anekdote). Merda d’artista is niet onbeperkt houdbaar, verzamelaar John Hunov klaagde een Deens museum aan (en kreeg gelijk) omdat zijn uitgeleende blik aan te hoge temperaturen was blootgesteld: het lekte.

Kunstenaar Paul McCarthy, we kennen hem hier van 'kabouter Buttplug', begon met performances waarin hij zich met zijn eigen uitwerpselen insmeerde (zoals in Class Fool, 1976). In 2008 leverde zijn opblaasbare reuzendrol Complex Shit in het Zwitserse Bern nog problemen op. De wind kreeg vat op het ding, dat zo in de tuin van een kinderdagverblijf belandde.

Stationnement Genânt heet de kunststof drol van kunstenaar en televisiemaker Wim T. Schippers (‘Kijk naar de schoonheid van nederige dingen’) Het werk werd voor een openluchttentoonstelling gemaakt in 2009 en in 2011 aangekocht door de VPRO, die het voor de ingang van hun gebouw plaatste. Eén lid zegde zijn abonnement op.

Joep van Lieshout heeft ook van alles met poep en de machinaties van het menselijk lichaam; zijn Belgische collega Wim Delvoye maakte daadwerkelijk een machine kon eten, verwerken en uitscheiden: de ruim 11 meter lange machine Cloaca (2000). Inmiddels is er ook een Cloaca Turbo en een Cloaca Mini.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.