Interview

'Het is comfortabel en vertrouwd samen op te treden'

Hun stemmen matchen prachtig, dat leerde hun instantklassiek liedje 'Ik heb een man gekend'. Vanaf zaterdag gaan Yentl en De Boer bewijzen dat ze meer kunnen.

Christine de Boer (links) en Yentl Schieman. Beeld Ivo van der Bent

Yentl en De Boer gaan zelfs met elkaar op vakantie. Na een loeidruk en succesvol 2015 bracht het muzikale cabaretduo de feestdagen samen door in Thailand. De vriend van Christine de Boer en twee andere vrienden waren overigens ook nog mee. Ze hebben helemaal niet over werk gepraat, zeggen ze. Yentl Schieman: 'Oké, we hebben vanuit het hotel wel nog een paar factuurtjes verstuurd.' Maar verder was het tien dagen even geen liedjes schrijven of sketches bedenken. Een stuk uitgeruster zijn ze nu klaar voor de première van De snoepwinkel is gesloten, hun eerste officiële cabaretvoorstelling, dit weekend in het Amsterdamse theater de Kleine Komedie.

Geen cabaretduo is de laatste tijd zo glansrijk doorgebroken als Yentl en De Boer, dat wordt gevormd door de voornaam van de één (Yentl Schieman, 29, blond, piano) en de achternaam van de ander (Christine de Boer, 32, rood haar, gitaar en piano). Het begon in 2013 met het winnen van jury- en publieksprijs op het Amsterdams Kleinkunst Festival, maar echt hard ging het nadat ze in mei 2015 de Annie M.G. Schmidtprijs hadden gewonnen voor het beste theaterlied met Ik heb een man gekend, een geestige opsomming van de talloze feitjes waarmee mannen denken een vrouw te kunnen imponeren tijdens een date: 'Ik heb een man gekend die zei dat Elvis nog leeft in een dorpje ergens in Mexico / En hij treedt daar ook nog op voor een vaste schare fans / Hij leeft daar in een flat / Nu weet ik het.'

Vervolgens kregen ze een wekelijks lieditem in cultuurprogramma Opium van Cornald Maas. En dat leidde er weer toe dat De snoepwinkel is gesloten, vorig jaar geboekt voor de kleine zalen, inmiddels in veel schouwburgen naar de grote zaal is overgeplaatst - en veelal is uitverkocht.

Hoog en laag

Hoe ontstaat de verfijnde tweestemmigheid van Yentl en De Boer? De zangeressen doen er zelf nuchter over. Yentl Schieman: 'We beginnen altijd met de eerste stem en dan zingt de ander er een tweede stem tegen aan. Het mooiste is wanneer beide stemmen in principe de hoofdmelodie hadden kunnen zijn.' In hun liedjes zingt Schieman meestal de hoge partij en De Boer de lage. De Boer: 'Dat kleurt het mooist samen.'

Tweestemmige zang

Hun belangrijkste kenmerk is de bijzondere, muzikaal verfijnde tweestemmige zang, waarmee ze de luisteraar zowel betoveren als aan het lachen maken. Maar zij zijn meer dan zangeressen: wie hun voorstelling bezoekt, ziet dat hun zelfgeschreven liedjes worden vergezeld door absurde, stevige scènes, die vaak geïnspireerd zijn door sprookjes, fantasy en zelfs horror. 'We merken dat het publiek dat ons van tv kent, daar soms door verrast is', vertelt Christine de Boer. 'Maar wij zijn geen lieve meisjes die de hele dag hun haar aan het kammen zijn. Je wilt juist lelijke dingen laten zien om dan vervolgens iets moois te kunnen doen.'

De uitdrukking 'De snoepwinkel is gesloten' werd bedacht in de periode vóór de volle zalen, toen ze nog te vaak voor een reiskostenvergoeding optraden. De Boer: 'We hadden nog geen impresariaat, moesten alles zelf regelen en waren alleen maar aan het weggeven en vriendendiensten aan het verlenen. Op een zeker moment zei Yentl: we moeten nu even voor onszelf kiezen, de snoepwinkel is gesloten.' Yentl Schieman: 'We dachten dat het een bestaande uitdrukking was, maar toen we het gingen googlen stuitten we enkel op nieuwsberichten over gesloten snoepwinkels. Het was een eigen vondst! Toen wisten we dat onze voorstelling zo moest gaan heten.''

Yentl en De Boer. Beeld Ivo van der Bent

De voorstelling zit vol met liedjes en scènes die gaan over het grensvlak van altruïsme en egoïsme. Het duo speelt scènes over ruziënde fantasyfans en vrouwen die zich inzetten voor het goede doel, en ze zingen over een eenzame man die zich beklaagt over een leven zonder contactmomenten. Dit alles is ondergedompeld in een sprookjesachtige sfeer: er kloppen aparte figuren aan bij een mannetje die een huisje van snoep bewoont, er wordt gezongen over de wens om een superheld te zijn en er is een horrorscène waarin een jong meisje het publiek de stuipen op het lijf jaagt.

De Boer: 'We hebben voor de voorstelling onderzocht hoe wij verschillend omgaan met sociaal contact. Ik wil veel voor andere mensen doen en graag aardig gevonden worden. Maar aan het eind van de dag voel ik me overspannen omdat ik het gevoel heb dat ik niet genoeg terugkrijg.'

Schieman: 'Ik houd mensen eerder op afstand, zodat ik ook niets hoef terug te geven.'

(Tekst gaat verder onder foto).

Beeld Astrid Verhoef

Kleinkunstacademie

De Boer en Schieman ontmoetten elkaar op de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie, waar ze bij elkaar in de klas zaten. De Boer was er beland omdat ze wilde acteren en liedjes schrijven, Schieman was op de middelbare school gegrepen door de humor van De Vliegende Panters en was al meer op cabaret gericht.

Tijdens de opleiding besloten ze al dat ze later een duo zouden gaan vormen. De Boer: 'We hebben dezelfde interesses en gevoel voor humor, maar eigenlijk zijn we verschillende personen, met een andere opvoeding. Daardoor vullen we elkaar ook juist mooi aan.' Bovendien bleken ze goed samen te kunnen creëren: wanneer Yentl en De Boer samen iets maken, gaat dat zo organisch dat achteraf nog moeilijk te zeggen is wie wat heeft gemaakt. Schieman: 'We zijn allebei perfectionistisch op andere vlakken. Christine is veel strenger op de teksten, en ik juist op de muziek.'

Toch kwam het niet meteen van een samenwerking. Na hun afstuderen in 2009 gingen ze ieder hun eigen weg. De Boer speelde twee jaar lang de 'moffenhoer' Ada in de musical Soldaat van Oranje. Schieman: 'Het was goed om ons verder te ontwikkelen, maar door Soldaat van Oranje zag ik haar nauwelijks nog. Ik werd ongeduldig, wilde met het duo beginnen.'

Amsterdams Kleinkunst Festival

In 2013 was het zover en schreven ze zich in voor deelname aan het Amsterdams Kleinkunst Festival. Schieman: 'Onze eigen vorm hadden we nog lang niet gevonden. Het halfuurtje waarmee we het festival wonnen bestond vooral uit wat we dachten dat cabaret moest zijn. Ook de voorstelling De meisjes, waarmee we daarna hebben getoerd zagen we als een soort studie: wat willen wij maken?'

Met De snoepwinkel is gesloten menen ze hun eigen vorm gevonden te hebben. De Boer: 'We spelen scènes en zingen liedjes als onszelf, maar ook als personages, en dan improviseren we ook nog met publiek. Het moeilijkste is om al die verschillende dingen tot één geheel te smeden. Dat is volgens ons gelukt.'

Het duo werkt inmiddels zo hecht samen dat ze zich een theatercarrière zonder elkaar nauwelijks kunnen voorstellen. Schieman: 'Het is zo comfortabel en vertrouwd om samen op het podium te staan, maar ook om samen interviews te geven of andere spannende dingen te doen. Omdat je weet dat de ander je aanvult of opvangt als je het even niet weet. Laatst ging ik in mijn eentje naar een draaidag voor een sketch in het tv-programma Draadstaal. Ik vond het heel raar dat Christine er niet bij was. Het was ineens veel en veel spannender.'

De snoepwinkel is gesloten door Yentl en De Boer, première 24/1 in De Kleine Komedie, Amsterdam. Tournee t/m 17/4. Volgend seizoen reprise.

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Beeld Ivo van der Bent

Het beste cabaretlied volgens Yentl en De Boer

1) Herkenbaarheid
Yentl Schieman: 'Eigenheid is cruciaal in een liedje. De luisteraar merkt het als de observatie echt is, dus is het belangrijk dat de details kloppen. Ons lied Ik heb een man gekend zit vol met dingen die we zelf hebben meegemaakt.De luisteraar denkt: hé, ik dacht dat ik de enige was, maar dit hebben blijkbaar meer mensen.'

2) Niet te letterlijk
Christine de Boer: 'Een liedje wordt pathetisch als je iets wat triest is letterlijk benoemt en op een triest melodietje zet. Het is veel makkelijker om te beschrijven hoe een bootvluchteling aanspoelt en hoe erg je dat vindt dan om te beschrijven wat het met ons als mensen doet, wat het grotere plaatje is. De mooiste liedjes gaan verder dan de letterlijke situatie, dat is poëzie. Het beste voorbeeld hiervan Ne me quitte pas van Jacques Brel.'

3) Melodie benadrukt de tekst
Christine de Boer: 'De melodie moet samenvallen met wat je aan het vertellen bent. Dit lijkt logisch, maar toch gebeurt dat in veel liedjes niet, waardoor je de tekst niet goed meekrijgt. Een goed voorbeeld hiervan is De olielamp van Maarten van Roozendaal, waarin hij gewoon heel rustig een verhaal vertelt terwijl de melodie ook nog prachtig en spannend is.'

4) Omkering aan het eind
Yentl Schieman: 'In een goed cabaretlied zit bijna altijd een omkering of verrassing aan het slot. Het luistert nauw, want het mag niet geforceerd zijn. Wij doen het zelf in onze liedjes Ik heb een man gekend en Heel lang geleden. In popmuziek komt dit veel minder voor, maar bijvoorbeeld in The Art Teacher van Rufus Wainwright, waarin hij zingt vanuit het perspectief van een meisje dat verliefd is op haar leraar, zit het bijvoorbeeld weer wel.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden