Het is, bijna, gedaan met de ‘Ring’

De Nederlandse Opera huist aan het Waterlooplein, maar een tweedehands doorverkopen van de Wagnerproductie Der Ring des Nibelungen is er niet bij....

De Nederlandse Opera huist aan het Waterlooplein, maar een tweedehands doorverkopen van de Wagnerproductie Der Ring des Nibelungen is er niet bij. Buitenlandse operadirecties – ze kwamen vanaf de eerste Ring-voorstellingen in 1997 uit alle hoeken van de wereld – taaiden in de regel verbouwereerd af.

De kolossale ingrepen die de regisseur Audi en de ontwerper George Tsypin zich hebben gepermitteerd bij de vormgeving van het operavierluik, betekenden niet alleen een omkering van de grondbeginselen van het Wagnertheater. Audi’s door elkaar heen-monteringen van zaal, toneelbeeld en orkest zijn zo specifiek gericht op de proporties van het Muziektheater, dat verscheping naar Chicago of een convoi exceptionnel naar het Franse Montpellier niet aan de orde zijn.

Het betekent dat de drie cycli die de Opera tot half oktober opvoert ook echt de laatste zijn. Dan is het gebeurd met de loopbruggen en de zwevende publieksrijen, en is het afgelopen met de plexiglazen Rijnbodem en met de vliegende vuurkarren van Nibelheim. Dan is het gedaan met Brünnhildes rolbrancard, met het NedPhO in de rol van musicerend donkere-bomenbos, kortom, met de hele Amsterdamse catwalk naar het Walhalla. Want met die term kan Tsypins vermetele constructiewerk nog steeds worden samengevat, al toont zijn plexiglas inmiddels sleetse plekken.

Zo voelde maandag het applaus na het eerste luik ook als een afscheidsgebaar. Niet voor het alerte, langzamerhand geheel in Wagnersappen gemarineerde Nederlands Philharmonisch Orkest, dat met zijn voormalige chef Haenchen de hele cyclus van ritme en samenklank voorziet. Wel voor de tenor Chris Merritt, die na Das Rheingold niet meer te zien is in Amsterdam, althans niet in de rol van de listige vuurgod Loge (die hij behendig zong maar ditmaal wat minder spits acteerde). Ook de reus Fasolt (de bas Frode Olsen) en de in exotisch textiel gestoken Donner, Froh en Freia werden uitgewuifd, vanuit de zaal en vanuit de in het toneelbeeld hangende adventure seats.

In de bezetting van de Ring-populatie heeft sinds de eerste voorstellingen onvermijdelijk verloop gezeten. Niet meer weg te denken sinds 1997 – maar nu wel op het punt van uitsterven – is de kevervormige gedaante van Graham Clark in de rol van Mime, de dwerg. Clark, nog altijd de beste Mime die door de operawereld rondspringt, gaf opnieuw blijk van zijn vaardigheden, maar hij komt vrijdag in Siegfried pas goed in actie.

Wotan, de eenogige oppergod (klein gebrek geen bezwaar) wordt inmiddels niet meer vertolkt door John Bröcheler maar door de Duitse bas-bariton Albert Dohmen. De ervaren Dohmen, die de kunst verstaat zijn noten onverhoeds van timbre te laten veranderen zonder dat ze hun kernachtigheid verliezen, toonde waarachtigheid in zijn rol van de falende leider, die bij de afkalving van zijn regime voortdurend de ware oorzaken over het hoofd ziet. Meer dan Werner van Mechelen, een andere voorname zij-intreder (hij volgde Henk Smit op als de getourmenteerde Alberich), was Dohmen de spil in een fraaie, zij het niet steeds optimaal geconcentreerde voorstelling.

Verlies aan hoogspanning komt wel eens voor bij langer bestaande succesproducties. Waar een première is, zal ooit ook een dernière moeten zijn. Om een filosofie aan te halen van de regisseur Peter Stein: ‘Je maakt iets moois, dan komt de wind en die blaast alles weg.’

Roland de Beer


T/m 14 oktober in het Muziektheater in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden