Het interview als mislukte geschiedschrijving

'OUDE MANNEN die over hun jeugd zitten te kwijlen.' De niet altijd zachtzinnige Britse historicus A.J.P. Taylor omschreef zo een manier van geschiedschrijving die hij weinig waardeerde: het interviewen van vroegere leiders van de samenleving over hun rol en hun motieven van destijds....

In Nederland werken beroepshistorici meestal ook zo. Maar er verschijnen veel, vooral politiek-historische, boeken die helemaal zijn gebaseerd op tientallen interviews. Voornamelijk journalisten doen dat, welllicht ook uit tijdgebrek. Zulke boeken worden in enkele maanden geschreven, soms zelfs alleen in de vrije tijd, terwijl het meer doorwrochte 'eigen' werk bijna altijd jaren kost.

De interviewmethode levert wel eens wat nieuws op. Zo hoorden Peter Bootsma en Willem Breedveld, werkend aan hun onlangs verschenen boek over het kabinet-Den Uyl dat toenmalig staatssecretaris Marcel van Dam wilde aftreden omdat dat kabinet prins Bernhard niet justitieel wilde laten vervolgen in het Lockheed-omkopingsschandaal (1976).

Een bloedlinke situatie, want na het aftreden van de populaire ex-VARA-ombudsman zou zeker een tumultueuze 'koningskwestie' zijn ontstaan in het land. Den Uyl wist Van Dam met grote moeite te bepraten en diens dreiging bleef dermate geheim dat diverse nog levende ministers uit dat kabinet het aanvankelijk niet geloofden, toen het boek verscheen.

Het interviewen van prominenten heeft ook nadelen. De ondervraagden zijn geneigd tot oversimplificatie en overdrijving van hun eigen rol. Bovendien passen ze hun verhaal nogal eens aan bij de afloop: wijsheid achteraf. Het Engelse The Contemporary History Handbook (1995) noemt ook de rol van de ondervrager. Deze kan manipuleren of juist te onderdanig zijn tegenover de grote man. Het maakt verschil of de interviewer een man of een vrouw is en oud of jong. En of het interview thuis wordt gehouden (waarbij plotseling papieren opduiken) of op neutraal terrein.

Maar het grootste probleem is het gebrekkige geheugen. Hoe ouder de ondervraagde en hoe langer diens heldendaden achter hem liggen, des te onbetrouwbaarder, hoewel interviews vlak na crises ook berucht zijn, zoals ook de Japanse film Rashomon in de jaren vijftig leerde. De recente prachtige BBC-serie The Major Years is tamelijk veilig, want het gebeurde allemaal enkele jaren geleden.

Het Handbook gebiedt dat alle feiten uit vraaggesprekken grondig gecontroleerd worden aan de hand van papieren bronnen. Gevreesd moet worden dit dat er bij snelle journalistieke producties niet altijd van komt.

Eind 1996 verscheen De onverstoorbare gang van W.F de Gaay Fortman, geschreven door Willem Breedveld en John Jansen van Galen op basis van zo'n dertig interviews met deze Anti-Revolutionaire politicus en minister van Binnenlandse Zaken in het kabinet-Den Uyl. Het was binnen het genre een voortreffelijk boek, maar helaas. De Gaay Fortman herinnerde zich dat minister van Defensie Henk Vredeling stomdronken het regeringscrisiscentrum voor de Molukse gijzelingen (voorjaar 1977) binnenviel en daar allerlei kwalijke taal uitsloeg. Maar Vredeling was op dat moment al Europees commissaris in Brussel en zijn opvolger, Bram Stemerdink, was in die dagen afwezig voor dringend internationaal overleg, zo schreef deze mij recentelijk. Stemerdink: 'Op Defensie was iedereen klaar om militair in te grijpen; Den Uyl hoefde maar op een fluit te blazen.' Zijn conclusie: 'Herinneringen... je koopt er niets voor.' Wellicht haalde De Gaay Fortman twee gijzelingsacties door elkaar, maar dat kunnen we niet weten. Zo komen de broodje-aapverhalen en apocriefe anekdotes in de geschiedboeken.

Ook de vakliteratuur kent een sprekend voorbeeld van verkeerd onthouden. Communistische leiders in het Noord-Italiaanse Terni wisten in de jaren tachtig nog precies hoe hun kameraad Luigi Trastulli door een hagel van politiekogels werd neergemaaid bij grote industriële rellen in 1953. Trastulli stierf vlak voor een grote blinde muur en leefde voort als een martelaar voor hoge idealen. Nader onderzoek in kranten wees echter uit dat Trastulli al zes jaar eerder was omgekomen bij een verder vreedzame demonstratie tegen de NAVO en dat was gewoon op straat gebeurd. Het geheugen van de partijgenoten had het voorval rijkelijk geïdealiseerd.

Mondelinge geschiedoverbrenging, ofwel oral history, is al oud en eerbiedwaardig en volstrekt onmisbaar in culturen met veel analfabetisme. Jules Michelet gebruikte vroeg in de vorige eeuw deze methode voor zijn beschrijving van de Franse revolutie, omdat hij (begrijpelijkerwijs) de officiële papieren van die periode niet vertrouwde.

In de jaren zestig en zeventig van deze eeuw beleefde oral history een nieuwe bloei. Er kwam veel meer aandacht voor de niet-prominenten en voor sociale geschiedenis in het algemeen. Sommige linkse historici gebruikten juist massaal interviews om de machtelozen 'een stem te geven'.

Nu, tegen de millenniumwisseling, zijn er enorme, soms nauwelijks hanteerbare projecten. De BBC liet voor The Century Speaks zesduizend interviews met belevenissen uit deze eeuw opnemen (kosten: 1,3 miljoen Engelse ponden) en zond die goeddeels regionaal uit.

Ze zijn voor ieder beschikbaar. Wie iets journalistieks met vroedvrouwen wil doen, kan hier terecht, want er zijn vijftig vroedvrouwen geïnterviewd. Na bewonderende verhalen over dit project meldde het Imperial War Museum in Londen in een ingezonden brief dat het 28 duizend uur aan (ook niet-militaire) interviews over de afgelopen eeuw in het archief heeft. Zo valt er erg veel te kiezen.

Recordhouder is het Shoa-project, gestart en grotendeels gefinancierd door Steven Spielberg, nadat hij in 1993 zijn succesfilm Schindler's List maakte. Over de hele wereld worden sindsdien tienduizenden overlevenden van de holocaust geïnterviewd, want nu kan het nog. Beroepshistorici hebben bezwaar gemaakt, want deze recordpoging wordt grotendeels door amateurs uitgevoerd. Dus onbetrouwbaar, menen zij. En onverantwoord, want weten ze wel met acute psychische crisis van de ondervraagde om te gaan?

In Nederland wordt oral history uiteraard veel gebruikt op radio en tv. Het VPRO-radioprogramma OVT, elke zondagmorgen om tien uur, en de nu lopende RKK/KRO-tv-serie Katholieken in de 20ste eeuw zijn professionele en hoogwaardige voorbeelden. Een groot (interuniversitair) project betreft het interviewen van mensen uit Nederlands Indië en Indonesië tussen 1940 en 1962. Het wordt een geluidsarchief met 750 interviews, een massieve aanvulling op het vele wat over de Indische dekolonisatie is geschreven en bewaard.

Oral history dient vooral voor meer persoonlijke verhalen en emoties en voor de sfeer, maar minder voor preciese factfinding, aldus de historische vakliteratuur. Bij het interviewen van prominenten zijn vaak hoge ambtenaren, secretarissen en figuren van het tweede plan het meest nuttig en betrouwbaar. De kopstukken hebben meer last van hun imago en ego. Het Britse Handbook vindt juist politici het minst geschikt voor deze vorm van geschiedschrijving, want zij hebben vanouds de neiging de feiten op te rekken en naar hun hand te zetten.

Toch wordt juist dát in Nederland vrij veel gedaan, wellicht wegens een tekort aan beroepsschrijvers. De historicus G. Puchinger deed het soms en dan meestal flemerig: Tilanus vertelde mij zijn leven (1966). Er verschenen interviewboeken (sommige heel goed) over Drees, Den Uyl, Burger en Van Riel (Joop van Tijn, 1970). Lubbers werd zo behandeld door Arendo Joustra en Erik van Venetië, terwijl Wiegel geportretteerd werd door Jan Hoedeman en zijn vele gesprekspartners. Alles heel leesbaar. Maar kloppen de details?

Een beroerder uitgevallen voorbeeld was De rogge staat er dun bij van Pieter Gerrit Kroeger en Jaap Stam. Hierin wordt de CDA-geschiedenis van de laatste decennia te weinig gecorrigeerd op CDA-eenzijdigheden. Bovendien zijn te veel ondervraagden aan het schateren en grijnzen. Andere CDA-boeken als De stranding (Marcel Metze, 1995) en De honden blaffen (Kees Versteegh, 1999) zijn behendiger opgeschreven.

Maar de grote vraag blijft in hoeverre de auteurs van dit genre wel de tijd en de (historische) professionaliteit hebben om alle 'herinneringen' van oudere en oude politici goed te controleren. Vermoedelijk zou de contemporaine politieke geschiedschrijving aan kwaliteit en volwassenheid winnen als het interviewgenre veel selectiever, en dan uiterst zorgvuldig, werd gehanteerd. Wat óók betekent dat uitgevers minder op een koopje kunnen werken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden