Het intellect als de ware tempel van God

'En de mensen bewonderen de hoogte van de bergen, de geweldige golven van de zee, de brede stromen van de rivieren, de uitgestrektheid van de oceaan en de omwentelingen van de sterren, maar ze vergeten zichzelf.' Dat staat in het tiende boek van de Belijdenissen van Augustinus....

In de brief over de beklimming vertelt hij de Belijdenissen, in eenklein formaat, altijd bij zich te dragen. In de zak van zijn mantel.'Petrarch's Pocket' is de mooie titel van een hoofdstuk uit een studie overAugustinus en de renaissance. Het boek in de mantelzak - het is symbolisch:Augustinus was Petrarca's levensgezel en voorbeeld. In hem gingen detheoloog en de klassieke orator samen, geleerdheid en goddelijke kennis,de minnaar van de eenzaamheid en de man van de wereld. In Augustinus wisthij zich met de klassieke oudheid en het vroege christendom, het idealepaar, tegelijk verbonden.

Hij kende Augustinus' werk door en door - al in 1321 was hij in hetbezit van een een exemplaar van De stad Gods, dat voor hem en zijngeestgenoten ook een 'bekeerd' leerboek van de klassieke wereld was - enhij onderhield nauwe contacten met de eremieten van de orde van Augustinus.Hij zag hen als de erfgenamen van de kerkvader, in wiens geest hijdoordacht en verder dacht. In Augustinus erkende hij zijn eigen idealen entegenstrijdigheden.

Van de laatste is de sterkste die tussen verlangen naar de wereld enverlangen naar het klooster. Hij erkende de grootheid van de geest bovenalles, maar bleef bergen, zeeën, rivieren en oceanen liefhebben. Hetuitzicht uit zijn laatste huis in de bergen bij Padua zegt nog altijdalles.

Petrarca, de eerste humanist, koos Augustinus - Erasmus, misschien degrootste, koos Hiëronymus. De twee zullen in de renaissance , in hundubbele en onscheidbare gestalte van geletterde en theoloog, voor velenvoorbeeeldig zijn. Zij verzoenden het christendom met de klassieke wereld,waarheen, over de Middeleeuwen heen, de geesten reikten, over descholastiek ook heen en Ariastiteles naar Plato, die - Augustinus dacht hunvoor - de filosoof van de renaissance zal worden.

De twee kerkvaders werden ook - de beeldende kunst wijst het uit -renaissancegeleerden. Was Hiëronymus veelal afgebeeld als de wildewoestijnkluizenaar, met een steen zijn borst bekloppend (hoewel hij ook inkardinaalskleding in zjjn cel zat), nu krijgt hij een rijk studievertrek.De toe-eigening van Augustinus is het best af te lezen aan de reeksschilderingen van zijn leven in de Augustinuskerk in de torenstad SanGimignano: daar doceert , mediteert en reist een haast vorstelijke heer,in de macht van de 15de eeuw verheven (in iets vroegere schilderingen, inPadua bijvoorbeeld, is hij nog de monnik - voorbeeldig voor de leden vanAugustijner orde, die hij niet heeft gesticht - of de bisschop).

De Amerikaanse kunsthistoricus Meredith J. Gill (een zeer geleerdevrouw) onderzoekt in haar boek Augustine in the Italian Renaissance ondermeer de ontwikkeling van de iconografie van Augustinus; ze doet dat heelknap (in een hoofdstuk dat vooral over de orde van de Augustijnen gaat) ineen beschouwing waarin de ontwikkeling van beeld en geest beide wordtbeschreven. Zij is hier op haar best want heel dicht bij haar vak (en bijAugustinus!).

Het beeld dat zij in het eerste hoofdstuk van de relatie Augustinus ende renaissance geeft, is ook zonder meer voortreffelijk, heel grondig ook.Prachtig ontvouwt zich de leer in de eerste regels ervan beschreven: 'Hetbeeld van een heilige is een maatstaf van idealen. De heilige is eenuitzonderlijk brandpunt van geestelijke aspiraties en scheppendestrategieën van de verbeelding.' De heilige wordt geschapen naar de geesten idealen van de tijd. Men geeft hun meer of andere zaken terug dan hijheeft gegeven! De omgang van de renaissance met Augustinus kan hetbewijzen. Hij werd een autoriteit nadat hij eerst tot een autoriteit wasgemaakt!

Volgens mij denkt en schrijft Meredith Gill in de geest van dierenaissancisten. En dat al te zeer. Haar grote ontzag voor de kerkvaderdoet haar te veel aan hem toeschrijven. Zij geeft hem gezag dat ze hemvervolgens laat uitoefenen. Goede voorbeelden zijn de hoofdstukken over'Het licht van Augustinus' en 'Augustinus en de schepping'. Ze zijn beidemeesterlijk, maar, dunkt mij, niet helemaal op de rechte weg.

Haar interpretaties van Michelangelo's schilderingen in de Sixtijnsekapel - ook van de verhouding tussen het plafond, de schepping en deachterwand, het laatste oordeel - zijn prachtig. Maar, kan men zeggen, inhoofdlijnen conventioneel, groot theologisch gemeengoed, allemaal. Zij zietop veel plaatsen het denken van Augustinus als inspiratie, waarbijvoorbeeld ook de middeleeuwer Bonaventura (diens werk bleef zeer actiefin de renaissance) inspirator kan zijn.

We krijgen knappe verhandelingen over licht en schepping bij Augustinus- de kunsthistoricus moet ook een voortreffelijk filosoof en theoloog zijn- maar al die schitterende gedachten blijven in de Sixtijnse kapel toch inde lucht hangen, ze hechten zich niet aan wat daar is geschilderd.

Wie de studie leest, ontwikkelt een voorbehoud ten opzichte van zijnbewondering. Dit blijft toch als een zwakte achter: het boek, dat vanuitverschillende disciplines is geschreven, is eerder, niet alleen in hetgeheel, maar ook in de delen, een kleine verzameling verschillende studies.

Alleen vanuit een heel hoog standpunt, voor mij onbereikbaar, moet ereen samenhang tussen de delen te zien zijn en gaan het werk van Augustinus,de studie van zijn leer in de renaissance, de geest van de Augustijnerorde, leven en denken van Petrarca, het werk van Michelangelo blijvendeverbindingen aan. Nu liggen er delen die de gesuggereerde totale beheersingvan de renaissance door Augustinus ontkennen. Terecht, denk ik. MeredithGill ziet als elke specialist overal te veel.

Dit is het grote: in het boek wordt door alle prachtige citaten enverwijzingen heen, in de visie op Augustinus bij de renaissancisten, in demogelijkheid van het samengaan van intellectueel en gelovige in éénpersoon, in de combinatie van letteren en wetenschap, in de schitterendeidee dat theologie poëzie is, in de persoon van de kerkvader zelf, eenindrukwekkende spiritualiteit zichtbaar. 'Niets is meer de ware tempel vanGod dan het intellect', schreef een kardinaal, opkijkend van zijn studiesin Plato en Augustinus. Het boek bewijst zijn gelijk.

Meredith J. Gill: Augustine in the Italian Renaissance - Art andPhilosophy from Petrarch to MichelangeloCambridge University PressImportRoodveldt281 pagina's 83,50ISBN 0 521 83214 4

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden