Het instinct dwingt Cura het podium op

Jarenlang heeft hij met zijn stem getobd, en haatte hij het zingen. Nu wordt de tenor José Cura door de kenners in één adem genoemd met Domingo, Carreras en Pavarotti....

EN DAAR ARRIVEERT Pavarotti', becommentarieert een voorbijganger met denkbeeldige microfoon de wezenloze scène op de Prinsengracht. Het duurt dan nog twee dagen voordat daar het traditionele muziekfestijn zal losbarsten, dat dit jaar voor het eerst is ingebed in een meerdaags Grachtenfestival. Er gebeurt nog niets, toch wordt er al een weinig samengeklonterd. Aandachtig staart een plukje mensen vanaf de stoep voor het Pulitzer Hotel richting het water.

Waarnaar eigenlijk? Hoe mooi de ponton er weer bijligt? De ster van het Prinsengrachtconcert is in elk geval allang gearriveerd. Die heeft zijn hotelkamer al hoog en droog betrokken. En hij heet niet Pavarotti. De ster van het Prinsengrachtconcert heet Cura, José Cura.

Wie?, zegt u misschien. Cura, José Cura. Geboren op 5 december 1962 in Rosario, Argentinië. Woont even buiten Parijs. Is van beroep én roeping tenor - tevens toondichter, arrangeur en dirigent. Heeft de afgelopen jaren in diverse operahuizen een dusdanige indruk achtergelaten dat hij wel 'de vierde tenor' wordt genoemd - na Pavarotti, Domingo en Carreras.

In Nederland zong hij één keer eerder, in de kerstmatinee van 1996, in I Pagliacci van Leoncavallo. Die samenwerking beviel zo goed dat Chailly en het Concertgebouworkest voor Decca die opera op cd gaan zetten mét Cura. En in Londen nam hij deze zomer Samson et Delila van Saint-Saëns op, met het London Symphony Orchestra onder leiding van Sir Colin Davis; die cd moet begin 1999 verschijnen.

Cura is niet dwars, hij wil wél graag een likje poeder op de neus voordat hij op de foto gaat, om sporen van vermoeidheid weg te werken. En hij wil ook graag de foto eerst even zíen voor publicatie. Verder gaat de ijdelheid van de - naar aller verwachting - aanstaande megasuperster niet.

Hij is een bereidwillige gesprekspartner, óók voor het Zuid-Amerikaanse radiostation dat hem live vanuit Amsterdam in de uitzending haalt. 'Ola', roept Cura beminnelijk door de telefoon. 'Un momento por favor.' Vijf interviews op één dag is gewoon, een peuleschil; veertien is zijn record.

Op het conservatorium in Rosario studeerde hij compositie. 'Ik hield van symfonische muziek', zegt hij. Dus toen de dirigent van het schoolkoor, wiens assistent hij was, hem aanraadde serieus werk te maken van een zangstudie, stond hij niet meteen te juichen van enthousiasme. Het zou hem goed doen, meende de leraar. Hij zou er hoe dan ook een beter componist en een beter dirigent van worden.

Cura was toen een jaar of negentien. Zeven jaar lang heeft hij getobd met zijn stem, haatte het zingen, hield ermee op en begon dan weer. 'Knettergek werd ik ervan.' Totdat hij eindelijk een geschikte leraar vond en in technisch opzicht vat kreeg op zijn stem. In 1991 vertrok hij naar Verona om daar verder te studeren. En in het najaar van 1994 won hij de 'Operalia', een internationaal operaconcours waaraan Placido Domingo zijn naam heeft verbonden.

Zijn carrière ontwikkelt zich via lijnen van geleidelijkheid, zegt hij. Wie denkt dat hij over één nacht ijs is gegaan, heeft het mis. Vanaf zijn twaalfde heeft hij op het toneel gestaan, 'al was het in het begin alleen maar om te vegen'. Cura wist wat hij wilde, hij móet op een podium staan. Die drang is bijna 'instinctmatig, zoals een renpaard moet draven, het zit in mijn bloed'. Lekker achterover leunen of aandachtig luisteren in een stoel in een zaal terwijl iemand anders optreedt? Hij kan het nauwelijks verdragen. 'Ik wil zelf de bühne op.'

Zijn loopbaan is als een ontdekkingsreis; hij is geen echte planner, hij werkt gedegen, hij repeteert, hij bouwt gestaag aan een repertoire, en dan blijkt zomaar ineens dat hij wederom in staat is gebleken zichzelf te overtreffen. Telkens weer staat hij verbaasd van wat het menselijk lichaam vermag, van wat zijn eigen stem vermag.

Een voorbeeldje. Aïda wilde hij niet zingen, geen denken aan. Was niet interessant, hij had er geen zin in, en zo had hij nog wel meer smoezen paraat. Wat er achter stak: hij was bang, Cura was doodsbenauwd voor Aïdia, vanwege die eerste aria, Celeste Aïda.

En wat gebeurt? Op een goede dag vindt de zanger zichzelf terug op een podium, liggend, let wel: op z'n rug, terwijl hij de hoge bes in Celeste Aïda eruit gooit, spatzuiver. 'Ineens doe je het! Het is als in de sport. Je denkt: nog harder, hoger of verder, dat kan niet, dat is onmogelijk, en dan komt er iemand die toch weer het wereldrecord verbetert.'

Vooral zijn moeder heeft hem 'cultureel' opgevoed. Zij draaide thuis Beethoven én Frank Sinatra, Ella Fitzgerald én Bach op de pick-up. Zij houdt van boeken, van schilderijen, van mooie dingen. Cura is haar dankbaar voor die 'eclectische' achtergrond. Voor hem is het vanzelfsprekend om spirituals en jazz te zingen naast Palestrina en Gesualdo en Beatlesliedjes en Frans repertoire.

Fauré staat op het programma vanavond. Opera-klassiekers: veel Puccini. En ook Argentijnse 'canciónes' van zijn zojuist verschenen cd Anhelo ('Sehnsucht'). Cura zíngt niet alleen op die plaat - smaakvolle liedjes van heimwee en verlangen. Hij zette ook gedichten van Pablo Neruda op muziek, schreef er arrangementen voor en dirigeerde het orkest.

Nee, verbetert hij, het is geen plaat van een man 'who longs for his homeland', maar van een man 'who belongs to' - die ergens thuishoort. Zeker, hij had na het succes van zijn Puccini-cd (onder leiding van Placido Domingo) heel gemakkelijk nog meer opera-hits kunnen opnemen, maar dat wilde hij niet. Deze plaat móest hij maken, omdat hij zijn roots wilde laten horen - zoals iedere Duitse zanger uiteindelijk niet om Schubert en Schumann heen kan. Het is geen folkloristische muziek, het is muziek van een 'historisch compromis', zoals hij het uitdrukt: van Argentijnen die in de klassieke Europese traditie zijn geschoold met behoud van het eigene, het volkse.

Voor een showman als hij, die leeft voor de 'ontmoeting' met het publiek, is het niet zo eenvoudig om ook te presteren in de studio, geeft hij toe. Maar Cura heeft daar iets op gevonden. Hij gaat vóór het orkest staan als hij cd-opnamen maakt, met het gezicht naar de musici toe. 'Dat werkt heel goed. Eerst is er schrik en verwondering, want daar staat iemand die hen toeschreeuwt, die bekken trekt, gek doet, of wat dan ook. Maar wat er dan gebeurt, is heel mooi: ik zing voor hen en zij spelen voor mij.'

Prinsengrachtconcert. Vanavond 20.30 uur, Prinsengracht, Amsterdam. De Avro zendt het tweede deel rechtstreeks uit. Nederland 1, 22.06 uur.

Het Prinsengrachtconcert voor kinderen, vanmiddag 17 uur, wordt ook uitgezonden op Nederland 1.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden