Het ijsprethiaat in ons beeldgeheugen

Deze rubriek belicht alledaagse fenomenen met een kunstblik. Vandaag: winterplaatjes...

Rutger Pontzen

De kranten staan er vol van: dat de winters de komende eeuw alleen maar warmer worden. In de lijsten met nadelen daarvan staat van alles te lezen over de laatste Elfstedentocht, tegenvallende gasverkoop en agressievere beren. Maar het ontbrak steeds aan één ding: de Nederlandse winter stond ook altijd garant voor prachtige plaatjes. Grote kans dat pittoreske foto’s van uitgestrekte witte vlakten, een dakgoot met ijspegels of schaatspret op een ondergelopen weiland met koek-en-zopiekraampje definitief tot het verleden gaan behoren.

Zoiets moet toch doorwerken in ons nationaal bewustzijn. Temperaturen in januari alsof het oktober is, zijn op zich al bevreemdend. Maar het ontbreken van winterscènes in de krant en klunende schaatsers op het Journaal – dat veroorzaakt een hiaat in ons gevoel. Nergens zal het verlangen naar strenge vorst, stuifsneeuw en dikke kleren nog worden gevoed. Kortom, de hang naar uitersten, naar het extreme, zoals de beeltenis van Reinier Paping met ijsbaard (wat op zich al opmerkelijk is voor een volk dat zo wordt gedomineerd door polderoverleg en consensus).

Bijzonder ook, dat gemis aan winterbeelden, omdat de Nederlandse beeldtraditie juist fameus is vanwege zijn winterlandschappen. Er is buiten Holland geen land dat in zijn historie zo veel aandacht heeft besteed aan het uitbeelden van besneeuwde molens tegen egaal grijze luchten en bomen onder een dikke laag ijs. En dat terwijl er in vele andere landen meer meters sneeuw per jaar vallen, rivieren langer bevroren blijven en de temperatuur langer dik onder nul ligt. Maar ja, die hebben weer geen beeldgeschiedenis die dat verbeeldt, met sleeënde kinderen, schaatsers, boerenpaarden die karren door de sneeuwvlokken trekken en huizen die tegen een strakblauwe vrieslucht een pluimpje rook uit de schoorsteen laten ontsnappen.

Wintertaferelen zijn er vanaf de 16de eeuw in Nederland altijd geweest, van Breughel, Avercamp en Van Ruisdael tot Tholen, Jongkind en Anton Pieck. Het zal wel komen door het oog voor anekdotiek en het realistische gehalte van onze kunst. De schilderijen die dat opleverde, zijn verantwoordelijk voor de Nederlandse winterromantiek. Je moet er niet aan denken dat daaraan een stilzwijgend einde komt.

Afbeeldingen van ijs en sneeuw die de laatste tijd wél frequent (wat heet: dagelijks) te zien zijn geweest, wijzen helemaal niet op welke vorm van ijspret ook. Ze zijn nauwelijks romantisch te noemen of weemoedig. Sterker, eerder afschrikwekkend en desastreus. Lawines en smeltende ijskappen, en een Noordpool die aan het krimpen is en waarschijnlijk over enkele decennia niet meer zal bestaan. Drama dat tot een nieuwe traditie kan leiden. Het wachten is op de eerste kunstenaar die dáár werk van gaat maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden