Achtergrond Horrorfilms

Het horrorgenre bestaat ruim honderd jaar. Hoezo is het ineens ongekend populair?

Geen ingeslagen schedels, geen spook dat plotseling opdoemt in de spiegel: horror is ongekend populair, maar wél horror met een twist.

Horrorfilm Inferno (1980).

‘Het horrorgenre bestaat ruim honderd jaar, maar het blijft bijzonder als een horrorfilm doorbreekt naar het grote publiek.’ Dat zei de Mexicaanse filmmaker Guillermo del Toro in januari dit jaar tijdens het prijzengala van filmcritici in Los Angeles, een opwarmavondje voor de Oscaruitreiking, waar hij werd bekroond voor zijn monsterfilm The Shape of Water. Hij klonk niet zozeer miskend als wel verheugd. Del Toro noemde zijn eveneens bekroonde Amerikaanse collega Jordan Peele, maker van de sociaalkritische horrorsatire Get Out, en richtte zich tot de organisatie: ‘Bedankt, ook namens alle monsters, dat jullie horror een kans hebben gegeven.’ 

In maart zouden beide films enkele belangrijke Oscars verzilveren. The Shape of Water en Get Out staan daarmee symbool voor een nieuwe, hartstochtelijke opleving van het genre. Peele en Del Toro laten op het grootst denkbare podium zien wat horror óók kan zijn: niet de zoveelste variant op de gemaskerde man die een verzameling bronstige tieners afslacht, maar metaforische verhalen over de maatschappelijke positie van de buitenstaander (The Shape of Water) of de noodlottige gevolgen van niet-kwaadaardig bedoeld racisme (Get Out).

Mainstreamhorror is op zich niets nieuws: in de naoorlogse filmgeschiedenis braken vrij geregeld horror- of horrorachtige films door naar de massa, van Rosemary’s Baby (1968) tot The Exorcist (1973), van Jaws (1975) tot The Shining (1980) en van The Silence of the Lambs (1991) tot The Sixth Sense (1999). Maar zo’n massale doorbraak van horrorfilms, en dan vooral van zo’n hoge kwaliteit, is zelden vertoond.

De recente opleving begon mogelijk met It Follows (2014), waarin het kwaad bestaat uit bezeten mensen die traag op hun slachtoffer aflopen. Hier geen jump scares, de horrorfilmequivalent van iemand die je van achteren besluipt om heel hard ‘boe!’ in je oor te roepen (steevast aangehaald als belangrijkste voorbeeld van waar het misgaat met horrorfilms), maar een film die onder de huid kruipt, waar het spanningsniveau wordt opgeschroefd tot het haast ondraaglijk wordt. OokThe Witch (2015) – bloedserieuze heksenhorror geïnspireerd door rechtbankverslagen van daadwerkelijke heksenvervolgingen – geldt als moderne genreklassieker.

 ‘De grootste Nederlandse horrorpremière ooit’

En er lijkt momenteel geen rem op te zitten: na het succes van Del Toro en Peele haalde de ingenieuze horrorfilm A Quiet Place (april dit jaar) wereldwijd 320 miljoen dollar op. Niet omdat de film keurig een checklist afwerkt met regels waaraan het genre moet voldoen, maar door de regels te buigen: het gezin in de film dat wordt belaagd door blinde monsters met een hypergehoor, kan alleen overleven door geen enkel geluid te maken. Het occulte Hereditary, een familie/rouwdrama dat vloeiend transformeert tot nogal uitzinnige spookhorror, staat in de startblokken. In een ronkend persbericht belooft de distributeur voor aanstaande vrijdagavond in 76 zalen tegelijk ‘de grootste Nederlandse horrorpremière ooit’. Een week later volgt de reguliere première.

‘Er was in de filmgeschiedenis niet eerder zo’n vruchtbare periode voor horrorfilms in de mainstream’, schreef The Washington Post medio april in een trendverhaal. De krant munt tevens de enkele jaren geleden geïntroduceerde verzamelterm ‘elevated horror’, bedoeld voor de films die spelen met de regels en clichés van het genre, die de geijkte formules omzeilen door hun publiek te geven wat het níet verwacht, die kiezen voor herkenbare personages en doortimmerde verhalen in plaats van plotjes die bestaan bij de gratie van luidruchtige schrikeffecten en een maximale dosis bloedvergieten.

Die term helpt bij de emancipatie van het genre, want het is duidelijk dat horror, op het grote podium waar het zich momenteel manifesteert, nog altijd lijdt onder een slechte naam. Horrorfilms zijn relatief goedkoop te maken en daardoor populair bij producenten die snel willen verdienen: dat zorgt volgens critici voor een stroom aan voorgeprogrammeerde films. Daarbij is het een relatief gesloten type film, dikwijls gemaakt voor trouwe fans, die mogelijk totaal niet zitten te wachten op de artistieke ontmanteling van hun lievelingsgenre. ‘De meeste horrorfilms zijn schuldig tot hun onschuld is bewezen’, zegt Ari Aster, regisseur van Hereditary, in een interview dat volgende week in de Volkskrant verschijnt.

Film: The Shining van Stanley Kubrick (1980).

Goede horrorfilms

De Franse horrorfilmmaker Pascal Laugier, berucht vanwege zijn marteldrama Martyrs en momenteel in de bios met Ghostland, zei vorige maand in deze krant dat er te weinig volwassen horrorfilms worden gemaakt. ‘Een film als Paranormal Activity, een megahit, vind ik niet om aan te zien. Een beveiligingscamera filmt een kamer waar je iets bovennatuurlijks verwacht, maar meestal is er niets te zien. Kom op!’

Laugier: ‘Gore special effects of een goed getimed schrikmoment, waarna het publiek weer opgelucht adem haalt, hebben niets te maken met een goede horrorfilm. Het is een genre dat je transporteert naar werelden en gevoelens die niet de jouwe zijn. Een goede horrorfilm zorgt ervoor dat je elk gevoel voor realiteit en redelijkheid verliest.’

Daniela Doria in Paura nella città dei morti viventi (1980).

De schoonheid van horror

Horror wordt vaak geassocieerd met misselijkmakend gedoe: veel ingewanden en slurpende zombies, u weet wel. Maar wie goed kijkt, ziet ook schoonheid. Want esthetiek en angst horen bij elkaar. Waarom is dat?

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.