Achtergrond

Het Hollywood van de gebroeders Coen

In Hail, Caesar! spotten en pronken de Coen-broers met het Hollywood van de jaren vijftig. Een droomfabriek, bijeengehouden door fixer Eddie Mannix, een van de beruchtste types uit de filmhistorie.

Scarlett Johansson in Hail, Caesar!

Clark Gable kon niet zonder. Als de ster zijn auto onder invloed tegen een boom parkeerde, of een tegenspeelster ongewenst bezwangerde, dekte een fixer het potentiële schandaal toe. Fixers: probleemoplossers die in Hollywoods 'gouden jaren' bij de studio's op de loonlijst stonden. Mannen die de roddelcolumnisten dresseerden, het politieapparaat afbetaalden en ook bij nacht nog een discrete arts wisten op te duikelen.

Die van MGM (Metro Goldwyn Mayer), de studio die Gable onder contract had, was berucht. Eddie Mannix (1891-1963), begonnen als manusje van alles bij een pretpark in New Jersey, waakte decennialang over de sterrenstal én de dagelijkse uitgaven op de filmsets.

Een van de aan hem toegeschreven meesterstukken in crisismanagement figureert in Hail, Caesar!, de nieuwe komedie van de broers Joel en Ethan Coen, die vanaf deze week te zien is in de Nederlandse bioscoop. Daarin arrangeert hij de adoptie van een buitenechtelijk verwekte baby door de biologische moeder zelf. Zo hoeft de promiscue en grofgebekte actrice DeAnna Moran (Scarlett Johansson) geen afstand te doen van haar door het publiek zo gewaardeerde en voor de studio lucratieve zedige imago.

The Coen Brothers

Als het aan Joel Coen (61) en Ethan Coen (58) ligt, komt er nooit een 'definitieve biografie' over hun leven en werk. Dat kreeg filmjournalist Ronald Bergan te horen toen hij de broers benaderde voor medewerking aan zijn biografie (The Coen Brothers, 2000). Hij kreeg een fax terug, waarin de broers lieten weten zijn cv te hebben bekeken, met daarin Bergans biografie over Laurel en Hardy. 'Als u dat boek nogmaals zoudt willen uitgeven, maar dan Laurel en Hardy vervangt door Joel en Ethan, heeft u onze zegen.'

Een 'vloekpot' op de set

Vrij naar Loretta Young: de steractrice (The Farmer's Daughter, Oscar voor beste actrice in 1948) die haar dochter eerst anderhalf jaar onderbracht in een weeshuis, waarna de pers werd opgetrommeld om verslag te doen van de adoptie. Zo kon de studio de voormalige kindster blijven uitbaten als dat devoot katholieke meisje met haar 'vloekpot' (crewleden werden geacht een dollar te doneren als ze in Youngs bijzijn iets of iemand verwensten). En de beroemde vader (Gable, natuurlijk) kon gewoon verder met rokkenjagen, zonder ooit zijn dochter te erkennen.

Het filmpersonage Mannix (rol van Josh Brolin, die eerder voor de Coens acteerde in No Country For Old Men) is een gewone man die graag op tijd thuis is voor het eten, biecht als hij een zondig sigaretje rookt en al die dwaze, uit de band springende sterren tijdig corrigeert, zo nodig via een tik met de vlakke hand. Hij worstelt met zijn rol: is al die moeite voor wat escapistisch vermaak wel gepast?

'De echte Eddie Mannix was een motherfucker', merkte Ethan Coen onlangs op in een interview met The Economist. Misschien, meenden de broers, hadden ze achteraf toch beter níét diens echte naam moeten gebruiken in hun film.

Mannix, die soms maffiose vriendjes uit New Jersey invloog om opstandige sterren te motiveren, werd in verband gebracht met de wel/niet zelfmoord van Superman-acteur George Reeves in 1959. Ook wist hij een in 1937 op een MGM-feest door een studio-employé verkrachte aspirant-actrice effectief te belasteren: de zaak (in 2007 opgediept in de documentaire Girl 27) leidde nooit tot een veroordeling.

George Clooney als acteur Baird Whitlock, die een centurion speelt.

Hoskins als notoire fixer

Ook Bob Hoskins speelde de notoire fixer al eens, in Hollywoodland (2006) met Ben Affleck in de rol van Superman. Mannix klom op binnen MGM en werd zelfs vicepresident van de studio.

Een leven dat zich leent voor een donker getinte Coens-bewerking, zoals hun debuut Blood Simple (1984). Maar Hail, Caesar! valt juist binnen de luchtiger helft van hun oeuvre. Zozeer zelfs dat verschillende Amerikaanse critici spreken van een liefdesverklaring, of in elk geval ode aan Hollywood. De Coens, nooit scheutig met analyses van het eigen werk, stellen dat ze eenvoudigweg meer geïnteresseerd waren in de werking van Hollywood 'als open inrichting', dan als oord van verderf.

In Hail, Casear! beheert fixer Mannix diverse producties van zijn studio, van de titelfilm - het zwaarden & sandalen-epos met George Clooney als filmster/Romein - tot een zogenaamde aquamusical, met eerdergenoemde zwangere ster DeAnna Moran (Johansson). De moeite die de Coens zich getroosten om dit vergeten en verdwenen genre, dat enkel bestond zolang zwemster Esther Williams acteerde, tot leven te wekken is ongekend.

De matrozenscène in Hail, Caesar!

Recensie: Hail, Caesar! (***)

De wijze waarop de Coens al die filmsets in beeld brengen en van elk genre een miniportie uitserveren, is ronduit virtuoos. Lees hier meer.

Technicolor!

Het originele zwembad op de oude MGM-studiocomplex (thans van Sony) werd opgeknapt en gevuld, en een clubje synchroonzwemsters (de Aqualillies - ze zijn te huur) schoolden zich in de originele technieken, die voor een caleidoscopisch effect (Technicolor!) werden afgestemd op de extreme camerastandpunten.

En dat alles voor een prachtig kitscherige, in Hail, Caesar! slechts een paar minuten lange, maar verbluffende hommage aan een tamelijk mal genre, dat echter ongekend populair was onder het Depressie- en oorlogmoeie Amerikaanse publiek. Ook omdat vrouwelijk naakt in badpak op deze manier - dit was sport! - wel langs de production code kwam (Hollywoods zelfopgelegde censuur).

De Coens portretteerden de filmstad (anno 1941) eerder al in het surrealistischer Barton Fink, waarin een gevierde en zelfgenoegzame New Yorkse toneelschrijver zich laat verleiden tot het schrijven van een worstelfilm. De broers kwamen op dat idee toen ze lazen over een kortstondig Hollywoodavontuur van Nobelprijswinnaar William Faulkner, die meeschreef aan het worsteldrama Flesh (1932).

Raising Arizona.

De gebroeders Coen als buitenstaanders

Toen golden de broers - net als hun hoofdpersonage - nog als buitenstaanders in Hollywood. Inmiddels behoren ze tot het establishment, concludeerden de Coens eerder dit jaar naar aanleiding van hun scenarioklus voor het spionnendrama Bridge of Spies. Wie meerdere Oscars won, dineert en werkt met Steven Spielberg, kan zich niet langer tooien met een indie-imago.

Hun creatie Barton Fink keek neer op de filmindustrie: hij wilde de 'gewone man' verheffen met de bestelde B-film en werd subiet de nek omgedraaid door de studiobons die hem eerder nog had voorgehouden dat de schrijver 'de koning is, hier bij Capital Pictures!' - ook de naam van de filmstudio in Hail, Caesar!.

Na de release van Barton Fink, in Cannes bekroond met de Palme d'Or, haastten de Coens zich te zeggen dat hun eigen ervaringen met studiobazen veel aangenamer waren. Eigenlijk hadden ze nooit problemen, daar in Hollywood.

Dat valt deels te verklaren door de recettes: een op de drie Coen-titels is een hit, zelden tot nooit maken ze verlies. Maar het blijft opmerkelijk. Waar veel van hun collega's klagen over de tegenwoordig zo weinig avontuurlijke studio's, deden de Coens de gangbare kritiek in filmblad Variety af met een citaat van oud-congreslid Barney Frank: 'Mensen klagen over politici, maar soms zijn de kiezers ook geen feest.'

Hollywood, redeneren de gebroeders Coen, maakt simpelweg de films die het publiek wil zien. Soms is dat een film van de Coens. En soms een aquamusical.

The Big Lebowksi.

De beste Coens

1 Fargo (1996) - ingenieus ontsporend misdaadcomplot in Minnesota bevat alle vertrouwde Coen-ingrediënten, maar nu menselijker en minder ironisch uitgeserveerd.

2 The Big Lebowksi (1999) - Jeff Bridges' ultieme slacker is het minst gemotiveerde en geliefdste hoofdpersonage in de moderne filmgeschiedenis; zo veel eindeloos te citeren, perfect geschreven en vertolkte scènes in één film: the dude abides.

3 No Country For Old Men (2007) - superieure en inktzwarte adaptatie van Cormac McCarthy's roman over het kwaad, waarin enkel de haardracht van Javier Bardems seriemoordenaar Anton Chigurh nog Coensiaans valt te noemen.

4 Barton Fink (1991) - meest surrealistische Coens ademt de sfeer van Polanski. Een bijtende satire op Hollywood en het artistieke schrijverschap.

5 Raising Arizona (1987) - voor het doen van de Coens zeer los gefilmde, doldwaze babykidnapkomedie met jonge en ontwapenende Nicolas Cage als onbenullige en goeiige crimineel. En een - relatief - happy end.

No Country For Old Men.

De minste (maar nog best goede) Coens

1 The Ladykillers (2004) - duffe casinoroof-caper met bekwaam lispelende maar weinig grappige misdaad-don Tom Hanks en te veel diarreegrappen. Enige echte misser in het oeuvre.

2 Intolerable Cruelty (2003) - Clooney in vorm als echtscheidingsadvocaat in een op scriptniveau onvoldoende geslepen, maar nochtans aangenaam cynische romantische komedie.

3 Burn After Reading - soms wel heel melige, maar ook dan nog doeltreffend melige pastiche op de jarennegentigspionagethriller. Met Brad Pitt als mallotige fitnessinstructeur-amateurspion.

4The Hudsucker Proxy (1994) - slimme screwballcomedy over naïeve stroman van industrieel, voedde het verwijt dat de Coens hun personages niet serieus nemen.

5 Hail, Caesar! (2016) - kan nog klimmen/dalen, want een nieuwe Coens-titel moet soms even rijpen.

The Ladykillers.

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden