Het had zoveel erger gekund

Een echt afscheid is het niet. Maar het is wel bijzonder, omdat het de laatste keer is dat ze samen in een toneelstuk staan....

door Karin Veraart

Een meesterwerkje, zeggen de acteurs: Jacques Commandeur, Sigrid Koetse, Joop Admiraal en Kitty Courbois. De eerste twee gaan komend seizoen met pensioen, Courbois en Admiraal hebben nog tot 2002 te gaan. Dan is Toneelgroep Amsterdam (TGA) zo maar haar oude getrouwe garde kwijt.

Natuurlijk, ze kunnen terugkeren, in gastrollen, en ze zullen elkaar in televisieproducties nog tegenkomen, of op een filmset. Maar helemaal hetzelfde wordt het niet meer. Ook al niet omdat de groep waaraan ze sinds de oprichting in 1987 zijn verbonden, drastisch gaat veranderen.

In een vergaderruimte aan de achterkant van de Stadsschouwburg in Amsterdam schuiven ze tussen repetities door om beurten aan, en praten ze over 'Mooi weer vandaag' en volgende projecten, vroegere toppers en Gerardjan Rijnders.

Ze zijn niet weemoedig. Soms misschien een heel klein beetje, maar dat is onzin. Ze hebben allerlei plannen. Al valt het soms voor oudere acteurs niet mee een leuke rol te vinden. 'Vind maar eens een man voor mij!', roept Courbois. 'Afgezien van Joop en Jacques!'

Er was bijna geen tijd dat ze elkaar niet kenden.

Zes jaar geleden vielen ze allevier toevallig buiten het repertoire, en toen kwam Joop Admiraal met Mooi weer vandaag: een stuk ooit gebracht door de onaantastbaren van weleer, waaraan sindsdien geen mens zich meer durfde wagen.

'Ik dacht: nou zeg', zegt Admiraal (Ophemert, 1937). 'Ko van Dijk en Paul Steenbergen, daar kom je niet overheen, maar wij kunnen het best mooi doen.' Hij zit midden in de repetities van De Cid, maar van Don Diego geen spoor.

Aan tafel zit een bedachtzame Joop Admiraal, die af en toe een mentholsigaret opsteekt en niet bang is voor stiltes. 'Bijna alle stukken gaan over dertigers en veertigers. Vijftigers kunnen we nog doen, jonger niet.' Dus toen ze even niks hadden in 1993, gingen ze in piepkleine zaaltjes Mooi weer spelen. Nu hernemen ze het voor de grote zaal.

'We hebben eerst een video van toen bekeken', zegt Admiraal na een tijdje. 'Iets waar we allemaal bang voor waren.' En toen? 'Toen viel het mee. Ik vond die anderen allemaal goed, mezelf. . . nou ja, dan denk je: het kan niet zo zijn dat ik alleen meer slecht ben en die anderen heel goed.

'Het zijn mooie rollen: vier heel verdrietige mensen, heel eenzaam en depressief - allemaal hebben we een huilbui. Eenieder van ons zoekt contact, maar het gaat moeilijk.'

Hoogeveen, Heerenveen, Heerlen, ze moeten met het stuk op reis. Steeds vroeger vertrekken vanwege de files. 'Daar staat tegenover dat we niet repeteren. Dat is wel een luxe hoor.'

Ze zijn stuk voor stuk acteurs van het repertoiretoneel, zeggen ze, uitdrukkelijk geen eenlingen. Admiraal speelde bij Centrum, Studio, en het Werkteater. Pensioen betekent: uit de groep. 'Ja, dat vind ik wel jammer. . .' Even later, opgewekt: 'Eigenlijk betekent het alleen dat je geen vaste aanstelling meer hebt. Je mag zoveel werken als je wilt. Als ze je willen hebben, dan vragen ze je.'

Pauzeert even, dan: 'En als ze geen stukken hebben met oudere mensen, vragen ze je niet.'

Die vaste aanstelling was comfortabel, geeft hij grif toe, glimlacht: 'Het houdt je van de straat.' En al staan daar verplichtingen tegenover, 'als je het ergens heel erg niet mee eens bent, zeg je gewoon: ''Ik doe niet mee''.

'Ik heb dat niet zo sterk, dat ik een bepaald stuk per se niet wil spelen, of een zekere rol juist wel. In Zinsbegoocheling had ik een klein rolletje, maar wel een heel leuk - ik werd aangekleed op het toneel. Het zag er zo mooi uit! Na de pauze was ik niet meer op, maar het was te zonde van dat prachtige kostuum om niet bij het applaus te zijn.'

Joop, zeggen de anderen, doet niets liever dan op het toneel staan. Jacques Commandeur (Den Haag, 1935) is een stuk relaxter. Komt bedaard binnenstappen, donkerblauwe Burberry over de arm. 'Ik lig in de watten', zegt hij. 'Ik heb nog zin in Mooi weer vandaag, dat heeft ab-so-luut een speciale betekenis voor mij, maar dan vind ik het ook mooi geweest. Ik ben búitengewoon blij dat ik al die revolutionaire nieuwigheden niet weer hoef mee te maken.'

Toneelgroep Amsterdam gaat veranderen: Gerardjan Rijnders wordt als artistiek leider opgevolgd door Ivo van Hove; Rijnders blijft als huisregisseur verbonden aan de groep maar wil zich toeleggen op schrijven, filmen en buitenlandse producties.

Terugdenkend aan de begintijd van TGA: 'Die eerste jaren had ik het er heel erg moeilijk. Alles verliep sowieso stroef, omdat er verschillende bloedgroepen bij elkaar gegooid werden, plotseling.' Commandeur kwam van Centrum, dat samenging met het Publiekstheater, waaraan (onder anderen) Sigrid Koetse verbonden was.

'Dat ongeregeld zootje uit het zuiden met Gerardjan, kapotte spijkerbroeken, lange haren. Tja. Maar toen we eenmaal naar elkaar waren toegegroeid, werd het ook echt een hecht geheel, waarbij iedereen kon zeggen dat-ie trots was bij TGA te horen. Er was onderling respect.' Wat er nu gaat gebeuren, hij gaat er niet op vooruitlopen, maar hij zal er niet bij zijn.

'Ik heb genoeg van het reizen, overdag repeteren, 's avonds spelen. Niet alleen het hangen in de bus, en in kantines - gewoon het toneel overlopen vergt al energie, het publiek trekt aan je. En als je die energie niet hebt, moet je het toneel niet opgaan.'

Haastig: 'Ik houd er niet mee op. Echt stoppen wil ik niet. Op 26 februari word ik 65, en een week later sta ik in een stuk van Judith de Rijke. Dat vind ik wel heel erg lekker. Je duikt niet in een gat.'

Toch: leven is meer dan theater alleen. Eerder al maakte Commandeur aanspraak op een sabbatical year en deeltijdvut: niet meer dan twee rollen per jaar, om er dingen naast te kunnen doen. Bij radio en televisie, of soms filmwerk. Maar ook om zo maar wat voor zich uit te koekeloeren. Vakantie te vieren op een Grieks eiland (de buurman: Joop) met zijn vrouw (violiste), oudste zoon (violist) en jongste zoon (acteur). En te lezen, veel te lezen - maar geen toneelstukken: 'Dat is werk.'

Het is leuk samen weer aan de slag te gaan. Ook Commandeur is liefst teamspeler. Een 'solo', tuurlijk is dat mooi, alle aandacht is op jou gericht. Hij deed Keefman, en oogstte lof. Met De Verzoeking van Hugo Claus idem. Maakt een gebaar van: ja, nogal wiedes. Maar de energie, de andere inzichten, de inzet van je collega's, dat is belangrijk, de kracht van een vast gezelschap. 'Ik zou het vre-se-lijk vinden als het zou verdwijnen. Er zijn er toch al zo weinig.

'Het is niet helemaal zonder reden dat Gerardjan genoeg heeft van het leiderschap, er zitten vervelende kanten aan. De overhead is gigantisch geworden.'

'Maar in het algemeen ergert het me wel, dat er geen Nederlanders meer te vinden zijn voor dergelijke topfuncties: de directrice van de toneelschool is Turks, haar collega van het Theaterinstituut een Joegoslaaf, bij het RO zit Guy Cassiers en de directeur van het Holland Festival (Ivo van Hove, dit met TGA wil combineren) is ook een Vlaming. Ik bedoel het niet discriminerend; ik wil alleen maar signaleren dat de lasten zoveel groter zijn dan de lusten, dat er zoveel Nederlanders geen trek meer in hebben.'

'Alsjeblieft, ik schrok me rot', zegt Sigrid Koetse: haar reactie op de mededeling van dochter Sjoera dat ze in de voetsporen van haar moeder wilde treden. Met zo weinig grotere gezelschappen is de concurrentie moordend. 'Ze heeft het me een tijd niet durven zeggen. Maar ja, ik ben de laatste die nee kan zeggen. Ik heb het ook tegen de zin van iedereen doorgezet. Wat kun je zeggen: ''Ga maar, probeer maar.'' Je moet jezelf tien jaar geven vind ik.'

Koetse (Haarlem, 1935) - haar haar opgestoken, haar grote blauwgroene ogen passend aangezet en gekleed in een zilvergrijze creatie - is de eeuwige diva. Qua verschijning dan, want voor het overige is ze verre van hooghartig of afstandelijk.

'We zullen over meer dingen hetzelfde zeggen', merkt ze op als ze Commandeurs droevige schets van het huidige toneelklimaat bevestigt. 'We lijken alle vier op elkaar, in hoe we denken over toneel. We hebben deels dezelfde leermeesters gehad, het heeft natuurlijk ook met leeftijd te maken.'

Bij Toneelgroep Amsterdam, zegt ze, is ze verwend. Mooie dingen gedaan, weinig contrecoeur. 'Het gekke is, ik had Ivo nog best even mee willen maken. Hij heeft ideeën die mij erg aanspreken. Ik ken de man verder helemaal niet, hoe dan ook, een jaartje of zo, dat was leuk geweest.'

Trouw is ze. Meestal bij een gezelschap gebleven tot het om wat voor reden ook ophield te bestaan. Ensemble, Publiekstheater, en ja, nu weer bij TGA. Grinnikt: 'Met het verschil dat ik me nu niet druk maak over wat er van me worden moet.' Bij Ensemble werkte ze met Pjotr Sjarov, een naam die direct opduikt in het gesprek. 'Het is moeilijk uit te leggen, maar die man zit in je systeem als je ooit met hem hebt gerepeteerd. Ik denk heel vaak: o Pjotr, wat vind jij ervan?

'Mijn droom is dat ik straks niet hoef stil te zitten, dat er nog een paar leuke dingen op mijn weg komen, met leuke mensen - simpel eigenlijk. Misschien meer televisie. Maar op mijn leeftijd is dat nog niet eenvoudig. . .'

Fel opeens: 'Tegenwoordig zijn ze wel heel erg. Dat gedoe met die leeftijden is toch verschrikkelijk! Vroeger wist niemand hoe oud een actrice was. Dat was veel beter. Natuurlijk! Het gaat om het toneel. Als je veertig bent kun je een prachtige Julia spelen, wat dat meisje van achttien niet kan, dat geef ik je op een briefje. Ik heb Gerardjan wel eens voorgesteld: laten we een oudere Romeo en Julia spelen. Moet je zien wat er gebeurt!'

Binnen TGA, zegt ze even later grappend, zoeken de 'oudjes' elkaar meestal toch weer op. 't Is opvallend hoe snel je buiten de groep staat. Ben je even een tijdje niet gecast, loop je onwennig door het gebouw. Ze merkte het ook toen ze Callas deed, een solostuk over de zangeres. 'Ik dacht ik doe het nóóit meer. Ik vind het niks hoor, alleen. Maar ik heb er enorm succes mee gehad. Ik heb toen pas gemerkt dat ik een publiek had; je werkt gewoon en je doet af en toe een interview. Je weet dat je een bepaalde naam hebt, en dat ze niet denken: dat is kattepis, als wij wat doen. Maar die liefde van het publiek, daar was ik wel trots op. En verder denk ik: nooit meer alleen, nooit meer.'

Succes is leuk, maar gek genoeg was dit een beetje uit proportie. 'Alsof ik niet eerder mooie dingen had gedaan. Pinter, Koltès. De stukken van Gerardjan.'

Het gesprek is weer bij de artistiek leider. Ze zijn aan hem verknocht. 'Ja. Zonder hem waren we hier niet meer geweest. Raar hoor, want toe-ie kwam dacht ik: dit wordt helemaal niks. Wel dus. Ik roep altijd: je hebt me verpest tot en met, want sinds ik jou ken, kijk ik met heel andere ogen, en vind ik veel toneel niet interessant genoeg meer.'

'Toen hij zijn vertrek aankondigde, kon ik wel huilen, dat mag je best weten', roept Kitty Courbois met die karakteristieke gruizige stem. 'Gelukkig blijft-ie nou als regisseur. Want als hij niet zou blijven, zou ik me moeten beraden.'

Courbois (Nijmegen, 1937) zat bij Baal, toen op een dag Rijnders opbelde met de mededeling dat ze daar juist haar laatste voorstelling had gespeeld. '''Jij komt bij mij, zegt hij.'' Ik zeg: geweldig! Kort daarop kwam Joop.' Het eerste stuk van Rijnders was Bakeliet. 'Daar zaten Jacques en Sigrid in. Zegt Gerardjan: ''Die oudjes doen het nog goed hoor.'' Hij vond ze hartstikke leuk.' Enthousiast wipt ze op haar stoel op en neer, druk gebarend, lach-ogen in een gezicht zonder een spoor van make-up.

Rijnders móet ook andere dingen gaan doen, zegt ze even later, er moeten dingen veranderen. 'Ik vind het goed dat-ie dat zelf heeft gedaan, op tijd. Want ik heb een aantal scheidende gezelschappen meegemaakt. . . Baal was top! Maar de nadagen van Baal waren er ook. En als ik nu mijn afscheidsboekje van Baal opensla, denk ik wel: dit lijkt veel op de nadagen van TGA. En dat is niet leuk. Ik denk dus dat het precies de tijd is, dat het anders helemaal fout was gegaan. Hoewel we nog proberen er een topjaar van te maken hoor, wat ook lukt, met De Cid en Kwartetten .'

Ze heeft dat stuk nog niet gezien, ze zat in Frankrijk voor de opnamen van een nieuwe film, Monte Carlo. 'Te gek leuk, die film. Ik was eigenlijk iets te jong voor die rol, haha, dat gebeurt dus ook.' Je wordt helemaal een familie, zegt ze, tijdens zo'n draaiperiode. 'Als het dan afgelopen is, ben ik zo treurig.

'Het liefst wissel ik de genres af, film televisie, toneel. Film is nooit herhalen, wat je bij toneel wel hebt. Aan het eind van een tournee kan ik een stuk soms niet meer zíen. Eigenlijk is de repetitietijd de leukste tijd. Dat zei van Ko van Dijk, onze toneelvader. We zijn allemaal door hem opgevoed, behalve Jacques, meen ik.'

De andere drie zijn er heel voorzichtig mee, zeggen ze, maar Courbois wil zich nog wel bemoeien met de jongere TGA-garde. 'Ik ben gewend met jongeren om te gaan'. Ze geeft les op de toneelschool in Arnhem, waar ze ooit zelf zat.

Weemoedig, nee dat is ze niet. Ze heeft wel een kast thuis vol met herinneringen, foto's. Die is nog steeds niet opgeruimd, en mogelijk dat het daar niet van komt, want dat is wel gevaarlijk, natuurlijk.

Pensioen? 'Kitty, die gaat rustig door', zeggen de anderen. 'Het kan mij niet genoeg zijn', beaamt Courbois, 'en ik hoef bijna nooit ergens achteraan te jagen. Dat is een engeltje op m'n schouder of zo.'

'Wat is het nou, toneel', zegt Sigrid Koetse. 'Dat besef je op enig moment. Ooit vond je alles wat ermee te maken had enórm belangrijk. Nu denk ik: wat ik gedaan heb vroeger, het zal wel. Het is vluchtig, het is weg, zodra de laatste voorstelling is geweest. Je moet toneelspelen puur voor je lol.' Direct na haar pensioen speelt ze een gastrol in een stuk dat Rijnders speciaal voor haar schreef. Ook dochter Sjoera zit erin. 'Een afscheidscadeautje van GJ. Daar ben ik hartstikke trots op.'

'Het had zoveel erger gekund, om met Bloem te spreken', glimlacht Jacques Commandeur. Met zijn jongste zoon heeft hij opruiming gehouden onder dozen met teksten die hij nog had. 'Toen werd ik wel een beetje overvallen door een gevoel van weemoed, maar dat moet je meteen van je afduwen, daar is geen beginnen aan. We hebben zoveel mogelijk weggegooid hoor. Alleen sommige scripts heeft hij meegenomen. Kinderen zijn troostrijk, vind ik.'

'Als niemand me meer wil, kan ik altijd misschien nog een stuk over mijn vader maken', zegt Joop Admiraal. 'Maar als het niet hoeft, doe ik het niet, dan hoef ik me daar de zenuwen niet over te maken.' Begin jaren tachtig maakte hij het bejubelde U bent mijn moeder, een solovoorstelling (met hond Kino), waarin hij zijn eigen moeder speelde die aan de ziekte van Alzheimer leed.

'Een stuk over mijn vader heb ik steeds uitgesteld', zegt hij, 'want het wordt altijd minder dan het stuk over m'n moeder. Daar kom ik nooit meer overheen.' Peinzend: 'Eigenlijk ging U bent over euthanasie, maar daar was het toen te vroeg voor. Het stuk over mijn vader zou gaan over oud worden. Ik ben bang om oud te worden. Niet zo zeer voor doodgaan, maar de manier waarop. . . Maar nogmaals, als er ander werk is, hoeft ik hier niets mee. Want dit is heel ingewikkeld en dan ben ik weer alleen.'

'Heee', roept Courbois op de valreep, ze heeft haar jas al aan: 'Weet je wat ik nooit gespeeld heb: Tsjechov. Dat is raar!'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden