Het had ook zonder de affaire-Kluivert gekund

Jan Tetteroo (1961) debuteerde vijf jaar geleden met de roman No Flash, die goed ontvangen werd. De jonge auteur was opvallend publiciteitsschuw....

WIE SCHRIJVEN er eigenlijk hele boeken met zijn tweeën? Jan Tetteroo, een déél van Jan Tetteroo, werpt de vraag op en beantwoordt hem peinzend, zoekend. Want er zijn er zo weinig. Betje Wolff en Aagje Deken. Lang geleden. En verder? Er zijn er wel een paar geweest, maar die vielen dan weer uit elkaar. Brill en Van Weelden. Verder? De gebroeders Goncourt, natuurlijk, Jules en Edmond de Goncourt.

Jan Tetteroo is een lange, gebruinde man met een bril. Jan Tetteroo is ook een korte, stevige man met kleine handen. Hij is zowel Hans Münstermann, degene die zich de broers Goncourt ten voorbeeld stelt, als Jacques Hendrikx. Tetteroo is hen allebei, en tegelijk, zeggen ze, ook niet. 'Hij bestaat wel en hij bestaat niet.'

De man die in 1992 debuteerde met de korte roman No Flash kreeg een geboortejaar mee, en een korte biografie: Jan Tetteroo (1961) is een naoorlogse, echte Amsterdammer, een man die in Afrika heeft gereisd, en die wel eens wat voor het toneel heeft gedaan.

Dat jaartal, 1961, was belangrijk, het maakte Tetteroo beduidend jonger dan zijn geestelijk vaders, iemand van begin dertig: oud genoeg om iets te hebben meegemaakt, jong genoeg om nog allerlei plannen en kansen te hebben.

Zo rond 35, dat is een mooie leeftijd, een waarmee jonge en oude mensen zich kunnen identificeren, de leeftijd ook van Jessica Rodermond, de vertelster in Tetteroo's nieuwste boek De fantastische Boris Engel.

De leeftijd van filmsterren. 'Hoe oud is James Bond?', vraagt Münstermann retorisch.

Ze hebben zich lang verscholen, Hendrikx en Münstermann, interviews gaven ze niet, op de foto wilden ze niet; dat Tetteroo een pseudoniem was, was bekend, maar van wie hielden ze liever geheim. Nu het vijfde boek er ligt, is dat anders. 'Jan Tetteroo is gevestigd. Hij is nu gewoon een schrijver. We hadden deze incubatietijd nodig om hem volwassen te laten worden', zegt Hendrikx. 'Tetteroo was op een heel onplezierige manier onder druk gekomen als onmiddellijk duidelijk was geweest hoe het zat. Ik ben heel blij dat we dat tegengehouden hebben.'

Hoe kun je hele boeken schrijven met zijn tweeën?

Omdat ze elkaar al zo lang kennen, al zeker tien jaar samenwerken. Ze studeerden samen aan het Amsterdamse Instituut voor Theaterwetenschappen, en hielden zich in het begin vooral bezig met, zoals Münstermann het uitdrukt, 'het veroorzaken van theatergebeurtenissen'.

Het debuut No Flash, waarin de figuren op Rembrandts Nachtwacht een belangrijke rol spelen, kwam voort uit een theaterstuk dat niet doorging. 'Toen besloten we dat het dan maar een roman moest worden', zegt Münstermann.

'Op een gegeven moment, na tien jaar, is het niet meer goed uit te leggen hoe wij werken. Je weet alleen dát het werkt. Ik denk dat het komt doordat we in de kern op hetzelfde spoor zitten, en omdat we elkaar veel gunnen.'

Hendrikx: 'Voor we een boek in elkaar zetten, werken we er ieder apart aan, zonder veel te overleggen, en zien we elkaars werk ook niet. We spreken een thema af, we praten erover, maar we schrijven onze eigen stukken. Het in elkaar schuiven is een heksentoer, maar omdat je in ieder geval een paar dingen hebt afgesproken, is het ook geweldig leuk om dingen te herkennen, te zien hoe het thema bij de ander heeft uitgewerkt.'

Münstermann: 'Ik ben er heilig van overtuigd dat, als ik hem erbij betrek, het een beter boek wordt. En ik denk dat hij dat ook denkt.' En over de versnippering in hun werk, de korte stukjes, de vele witregels: 'Het zou niet uitmaken, als ik alleen schreef, zou dat precies zo zijn. Er is in mij niet meer eenheid dan in een boek van ons tweeen. Je moet een kader scheppen waarin je je onenigheid kunt invullen.'

Ze zijn allebei eigenwijs, zegt Münstermann op verschillende momenten in het gesprek. Maar ruzies worden gedempt door de aanwezigheid van Jan Tetteroo. Münstermann wijst naar het plafond. 'Want Tetteroo is een soort vorstelijk personage dat op de bovenverdieping hier woont, en dat ons steeds strategische wenken geeft. Hij zegt: ik wil een mooi boek over voetbal en pulp. Dat heeft hij ons gevraagd en dat doen wij vervolgens. Als wij daar ruzie over krijgen, zeggen we: maar het gaat om Jan Tetteroo, daarboven, het gaat niet om óns. En dat redt ons altijd.'

Dat boek over voetbal en pulp werd De fantastische Boris Engel, waarin een columniste voor een roddelblad een seizoen lang het voetballen volgt, vooral het in vormcrisis verkerende Ajax - we schrijven het voetbalseizoen 1996-'97. Noem een Ajax-voetballer en hij komt erin voor, noem Van Gaal en hij staat voor de spiegel te peinzen over zijn vertrek, noem een wedstrijd en hij wordt in het boek gespeeld.

Toch schrijft Jan Tetteroo in een verantwoording: 'Dit boek is een product van mijn verbeelding en pretendeert niet de waarheid weer te geven.'

Niet voor niets. In Boris Engel, de nieuwe spits van Ajax, is zonder veel moeite Patrick Kluivert te herkennen, ook al komt Engel uit Limburg en heeft hij een blonde moeder. Engel wordt ervan beschuldigd met twee vrienden een meisje te hebben verkracht, bij hem thuis, naast de wieg voor zijn aanstaande baby. Uit angst voor claims - van Kluivert, van het meisje dat zei door hem verkracht te zijn, van wie eigenlijk niet - besloot de uitgever vlak voor de beoogde publicatiedatum het boek vast te houden. Jan Tetteroo protesteerde.

Ze vertellen het verhaal allebei tegelijk. 'De uitgeverij was bang voor claims van een heel rijtje mensen', zegt Hendrikx.

'De advocaten verschilden van mening over wie dan die claims zouden neerleggen', zegt Münstermann. 'De ene advocaat zei: 'Kluivert, dat wordt oppassen', de andere zei: 'Nee, juist Kluivert, daarvoor hoef je niet bang te zijn. Maar dat meisje.' '

'De advocaten hebben het gescreend en van hen kwam het verbod. Terwijl de uitgever wist waarmee wij bezig waren. We hadden het in december al ingeleverd.'

'Onze redacteuren waren allemaal enthousiast, en die hebben ook eigenlijk niets gezegd. Er was geen probleem.'

Hebben ze het boek aangepast?

Hendrikx: 'In vorm een beetje, in inhoud niets, totaal niets.' Er is een verantwoording bij gekomen en de achterflap, die repte van een jongen en een meisje en een disco, is gewijzigd, neutraler gemaakt: 'Een jonge vrouw schrijft columns over voetbal. Alle emoties van een veelbewogen voetbalseizoen passeren de revue.'

En zijn er claims, nu het boek uit is?

Münstermann: 'Jammer genoeg niet, zou ik bijna zeggen.'

En de affaire-Kluivert had het boek net zo goed niet kunnen halen, want het plan te schrijven over voetballen, een boek te maken dat een soort kroniek zou zijn, dicht op de actualiteit, dat plan was er voor Kluivert van verkrachting werd beschuldigd. Tetteroo was al aan het schrijven, volgde Ajax al, voor in juni 1997 de beschuldigingen tegen Kluivert werden geuit.

'Dat was wel prettig, dat dat opdook, omdat we het achteraf, toen we aan het componeren waren, konden gebruiken om structuur te geven aan het boek', zegt Münstermann. 'Boy meets girl. Dat is altijd leuk.'

Dus kwam alle commotie de schrijver Tetteroo bijzonder goed uit?

Münstermann: 'Anders hadden we een ander verbindend element gevonden. Dan was het misschien Duisenberg geworden.'

Hendrikx, terzijde: 'Nou, dan was het boek niet op tijd klaar geweest.'

Boris Engel heet de door schandalen geplaagde spits. B. Engel, bengel?

Ach, zucht de een en haalt zijn schouders op alsof de vraag hem vermoeit. 'Is leuk gevonden', zegt de ander ondertussen. Münstermann: 'Het is een combinatie tussen hoog en laag. Boris, dat is echt zo'n naam van een vette, Russische zatlap. En Engel, ja. Het gaat om de combinatie. Dat is ook de bedoeling van het boek, om het uitermate vulgaire erbij te betrekken. Veel literatuur gaat dat uit de weg, zeker de nette, Hollandse literatuur over het algemeen, met uitzondering van een paar jonge schrijvers.'

Ernaar gevraagd geeft hij Joost Zwagerman ('Ik noem maar wat, hoor') als voorbeeld van een gunstige uitzondering, iemand die het vulgaire wel laat meezingen in zijn boeken, en Rascha Peper als iemand die dat niet doet. 'Een goede schrijfster, niks mis mee, maar als ik het lees denk ik: de hel is er toch niet echt. De duivel wordt toch op afstand gehouden.' Hij schreeuwt ineens: 'Satan áf' en zegt dan weer rustig: 'En bij ons zit hij absoluut erin.'

'Literatuur is een getto voor nette mensen. Daar zijn wij sowieso een beetje afkerig van. Dit boek is een bewuste poging om te zeggen: waarom mogen literaire schrijvers zich niet op terrein begeven waarop al die andere klootzakken wel mogen komen. Dit laatste boek is precies zo ontstaan als de Privé en Story ontstaan. Je slurpt het gewoon op uit het nieuwsaanbod van die dag. Dat doen zij ook.'

Toeval of niet, parallel met de publicatie van De fantastische Boris Engel, waarin pulpbladen zo'n grote rol spelen, besloot Jan Tetteroo zich aan het grote publiek voor te stellen - nu mag gezien worden wie er achter die naam schuilgaan. Voor lezers die dachten dat Jan Tetteroo werkelijk bestond, is dat misschien even schrikken.

'Als het twee mensen zijn, moet het wel van verdomd hoge kwaliteit zijn, wil ik ervoor vallen', zegt Münstermann. 'Dat doe ik voor de gebroeders Goncourt. Wat die schrijven vind ik echt leuk. Ik kan alleen maar hopen dat wij, daarop mikkend, kwaliteit genereren.'

Hanneke de Klerck

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden