beeldende kunst

Het grootste zelfportret van Rembrandt komt (even) naar het 200-jarige Mauritshuis

Het museum in Den Haag viert zijn jubileum in 2022. Het grootste zelfportret van Rembrandt van Rijn wordt bij hoge uitzondering uitgeleend door The Frick Collection in New York.

Bart Dirks
Zelfportret van Rembrandt van Rijn (1606–1669) uit 1658, eigendom van  The Frick Collection in New York. Beeld The Frick Collection
Zelfportret van Rembrandt van Rijn (1606–1669) uit 1658, eigendom van The Frick Collection in New York.Beeld The Frick Collection

Het Mauritshuis in Den Haag viert in 2022 zijn 200ste verjaardag met murals, een jubileumboek, een ‘onmogelijke’ bloemenzee én met een bijzondere gast: het grootste zelfportret van Rembrandt van Rijn. Het wordt bij hoge uitzondering uitgeleend door The Frick Collection in New York.

Die bruikleen is vermoedelijk tegen het zere been van wijlen Henry Clay Frick (1848-1919). In zijn testament legde hij vast dat de door hem verzamelde kunst nooit zijn woonhuis annex museum aan het Central Park mocht verlaten. ‘Maar The Frick Collection wordt momenteel verbouwd en daarom mochten we een keuze maken uit zijn verzameling’, aldus Quentin Buvelot, curator van het Mauritshuis.

Bovendien heeft het Mauritshuis, toen het zelf werd verbouwd, in 2013 vijftien werken uit de 17de eeuw uitgeleend aan het museum van de Amerikaanse industrieel. De expositie Vermeer, Rembrandt and Hals werd met ruim 200 duizend bezoekers de best bezochte expositie van Frick – niet in de laatste plaats dankzij het meegereisde Meisje met de parel van Johannes Vermeer.

Het Mauritshuis koos in New York tien werken uit, waarvan er negen nooit meer in Europa te zien zijn geweest nadat ze ruim een eeuw geleden naar de VS gingen. Rembrandt maakte zijn zelfportret in 1658, toen hij 52 was en failliet verklaard. Hij beeldde zichzelf af in ouderwetse, 16de-eeuwse kledingstukken met oosterse motieven. Welke andere werken naar Den Haag komen, houdt het museum nog even voor zich. De expositie opent in september 2022.

Het 200-jarig bestaan wordt echter al vanaf begin volgend jaar gevierd, met onder meer een speciale tentoonstelling over bloemstillevens en het jubileumboek Pennen over penselen. Daarin schrijven 200 auteurs (onder wie Margaret Atwood, Nicci French en Herman Koch) in 200 woorden over hun 200 favoriete schilderijen. ‘De steekwoorden voor ons jubileum zijn vrolijkheid, inspiratie en delen’, zegt Martine Gosselink, sinds april 2020 directeur van het Mauritshuis.

Zo zal er tegen de gevel van het museum een ‘onmogelijk boeket’ gaan groeien, geïnspireerd op het stilleven Vaas met bloemen (1670) van Jan Davidsz. de Heem. Hij schilderde een boeket dat niet echt zou kunnen bestaan, omdat het is samengesteld uit bloemen die in verschillende seizoenen bloeien. In de zestien museumzalen hangen vanaf juni foto’s van zestien fotografen, onder wie Rineke Dijkstra, Erwin Olaf en Stephan Vanfleteren. Zij laten zich inspireren door meesterwerken uit de collectie, en door het gebouw zelf.

Bovendien gaat het Mauritshuis de stad in. In vijf Haagse buurten, waaronder de Schilderswijk, zullen murals worden gerealiseerd met afmetingen tot 80 vierkante meter. ‘We hopen daardoor nieuw publiek te bereiken’, zegt directeur Gosselink, ‘en we hopen dat onze trouwe bezoekers nieuwsgierig worden naar wijken waar ze misschien nog nooit zijn geweest.’

Het Mauritshuis opende in 1822 voor het eerst zijn deuren voor het publiek als Koninklijk Kabinet van Schilderijen en Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden. Koning Willem I (1772-1843) was waarschijnlijk een van de initiatiefnemers. Volgens de Staatscourant van 3 januari 1822 kon het museum worden bezocht ‘door een ieder, die wel gekleed is, en geene kinderen bij zich heeft’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden