goed & slecht gras

Het gras wil ook wat zeggen, volgens de poëzie

Bij een dichter die goed kijkt, merkte Arjan Peters, lijkt de natuur zelf iets te zeggen.

Scout Leader resting in tall grass at camp. Beeld Getty Images/The LIFE Picture Co

Je ziet het wel, en loopt er overheen, en kan het heus waarderen wanneer het fraai geschoren is, of ongehinderd heeft mogen woekeren. Maar over welke dingen je ook zoal nadenkt, gras zit daar nooit tussen. Tot deze week. Dat komt door het gedicht ‘Grassen’ van Amy Clampitt (1920-1994), vertaald door Elly de Waard en opgenomen in haar bundel Het heterogeen (De Harmonie; € 16,90). Clampitt wordt lyrisch van de veelvormige bloei van grassen, met hun schakeringen en emailleringen van goudbrons zonder ambachtelijkheid: ‘zelfs van de plebejische/ weegbree in het tuintje bij de voordeur/ verdient elke alledaagse kegeltop een/ halo, een serafisch// hoedenlint van garantie dat/ sterven, voor het/ ongestudeerde, het menigvuldige,/ het werkelijk nederige// geen betekenis heeft, niets is/ dan van het bloeien de zwermende/ geruststelling van nog één/ wederopstanding meer.’

Hierbij moest ik denken aan Jan Siebelink, die in Knielen op een bed violen (2005) schrijft: ‘De herderstasjes, de zegge en de weegbree zeiden dat mijn moeder weer beter zou worden.’ Mooi, omdat de zegge daar ook echt iets zegt. Maar dit terzijde.

Sterven heeft geen betekenis, bij zoiets onbeduidends als weegbree, zegt Clampitt, en dat geeft haar de troostrijke gedachte in dat sterven niets anders is dan van het bloeien de geruststelling van een wederopstanding. Zonder drama of mystiek gaat gras gewoon het hiernamaals binnen. Daar hoef je niet over na te denken. Dat kun je observeren.

Maar dan moet je jezelf even weglaten. Niet iedere dichter kan dat. In de bundel Alles waait (Atlas Contact; € 21,99) heeft Frans Kuipers het over wandelen in de zon en in de mist, over herderstas, insectengezoem, fluitenkruid, flamingohalzen en appelbloesemboompjes, maar het nadeel is dat we hem er ook steeds bij krijgen: ‘Iemand (er was eens, lang geleden een ik) die daar lag//languit op de bodem van een oude pieremachochel/ kijkend naar de optocht van wolken in het blauw’. Prettige herinnering, maar iets anders dan ‘lekker voor je dan, Frans’ kun je daar niet bij denken.

Kuipers: ‘Hoe goed het was, moe van het wandelen te liggen/ op de jas in het gras terwijl de zomerdag zoemde, murmelde,/ ritselde en floot, de aken voorbij voeren/ op de rivier’. Dat was goed  maar beter was het geweest om niet op je jas te gaan liggen, maar je om te draaien en eens onder je jas te kijken. Het gras wil ook wat zeggen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden