'Het glorieuze moment zit in de punt die je achter het vers zet'

Nieuws heeft een korte levensduur. Wat gisteren nieuws was, is vaak de volgende dag vergeten. In een serie van twaalf afleveringen pakken de nieuwsbronnen van 1997 de draad weer op....

OP literaire avonden laat Arie van den Berg niet na om zich op speelse wijze van zijn collega-dichters te onderscheiden. 'Mijn volgende gedicht verschijnt in een oplage van driehonderd miljoen exemplaren', zegt hij op luchtige toon. Dan leest hij de ijsvogel voor, twaalf regels met binnenrijm.

Zijn publiek waardeert de luchthartige snoeverij. Van den Berg (49) geniet namelijk een zekere faam als auteur van het gedicht dat het jongste biljet van tien gulden siert. Hij wordt gevraagd om 'het tientje te komen voorlezen' en na afloop van voorleesavonden melden zich steevast fans met een bankje en het verzoek om een handtekening.

Van den Berg ondergaat de belangstelling met verwondering. Het tientje staat nauwelijks in de topvijf van belangrijke gebeurtenissen van dit jaar, zegt hij. Goed, op de tiende van de tiende heeft hij een tientjesfeest gegeven voor de bewoners van zijn hofje, maar verder?

Signeren doet hij de 'ijsvogels' dan ook niet. 'Dat vind ik onbehoorlijk. Een biljet is eigendom van De Nederlandsche Bank. Alleen mijn kinderen en een paar intimi hebben een tientje met handtekening en opdracht. Zo weet ik zeker dat gesigneerde biljetten nooit een handelsobject worden.'

Van den Berg kreeg het verzoek om op het tientje te dichten, per post. De brief van De Nederlandsche Bank blonk uit door zakelijkheid. 'Wilt u voor ons de publiekstekst schrijven voor de nieuw te ontwikkelen Drupsteen vier.' De dichter kreeg drie weken de tijd.

Was hij vereerd?

'Daar heb ik geen moment aan gedacht. Het glorieuze moment ligt voor de dichter niet in publiciteit of roem. Het zit in de punt die je, ook al is het maar in gedachten, achter het vers zet. Dat is het moment van triomf. Alles erna is vleierij.

'Wat ik me wel afvroeg is: gaat het me lukken? De afgelopen 27 jaar heb ik drie dichtbundels gepubliceerd. Ik heb een gemiddelde van anderhalf gedicht per jaar. Nu moest het binnen drie weken gebeuren. Daar was ik wel gespannen onder.'

Van den Berg werd op advies van het Letterkundig Museum benaderd. De Nederlandsche Bank zocht een schrijver die over vogels kon dichten, niet per se een P.C. Hooftprijs-winnaar of auteur van grote naam. Van den Berg had kort daarvoor een bundel gepubliceerd met gedichten over vogels als de uil en de beo. Van de zeldzame ijsvogel wist hij echter weinig.

'In de ochtend had ik een gesprek bij de bank, 's middags dook ik gelijk de boekhandel in. Pas bij de derde zaak vond ik een boek met spannende foto's van de ijsvogel. Wat mij het meeste opviel, waren zijn felle kleuren, terwijl je bij de naam ijsvogel denkt aan een kleurloos winterlandschap. De laatste regel kwam al snel: schokkend kleur geeft aan de winter.'

Van den Berg zon twintig lange dagen op mogelijke dichtregels. Maar toen het laatste woord was geschreven, ontbrak zijn handtekening nog onder het contract met De Nederlandsche Bank. Er was onenigheid over het honorarium. Van den Berg, die geregeld teksten schreef voor bedrijven als Libris en de PTT, toonde zich een hard onderhandelaar.

'Dit is geen chic onderwerp, maar vooruit. De economen van de bank hadden bepaald dat een dichter dertig uur nodig heeft voor een gedicht. Hoe ze daarbij zijn gekomen weet ik niet. Voor die dertig uur hadden ze een uurtarief geformuleerd, en over wat een dichter per uur hoort te verdienen, hadden ze - vriendelijk gezegd - vrij bescheiden opvattingen.

'Een reëel bedrag voor zo'n opdracht is 1 procent van de ontwikkelingskosten. Die zijn uiteindelijk op ongeveer 1,8 miljoen uitgekomen. Maar over royalty's viel niet te spreken.

'Ik heb nog even overwogen om detectives in te huren om na te gaan hoe vaak mensen een tientje van vrienden lenen. Dan had ik bij het ministerie van OC & W leengeld kunnen aanvragen, zoals je krijgt voor het uitlenen van boeken. Dat zeg ik nu voor de grap, maar het geeft aan dat het me niet lekker zat. Uiteindelijk hebben we een acceptabele overeenkomst gesloten.'

Van den Berg denkt met plezier aan de onverwachte reacties die zijn gedicht oproepen. Op de Amsterdamse Ten Kate-markt staat een poelier die het gedicht uit zijn hoofd kent. Een vriendin stuurde hem een kaart met de tekst: je zult wel met enige verrukking uitzien naar al die vrouwenhanden waar je doorheen gaat.

En een studente aan de school waar hij les geeft, probeerde zijn gedicht in het Guiness Book of Records te krijgen. Ze ontving een beleefd afwijzingsbriefje. Het gedicht kende weliswaar een recordoplage, schreef het Guiness Book, maar Van den Berg had niets aan de enorme verspreiding bijgedragen.

Achteraf is Van den Berg blij dat hij De Nederlandsche Bank niet onmiddellijk de deur heeft gewezen. Geaarzeld over het aannemen van de opdracht heeft hij wel degelijk. Hoe prettig is het om je grootste triomf als dichter op een bankbriefje te behalen?, vroeg hij zich af. Zijn eigen woorden hadden hem kunnen geruststellen. Ooit schreef hij:

Al wat ontkiemt gaat

zwanger van het eind

De 'ijsvogel' verdwijnt in 2002 met de komst van de euro. Dat stond al vast voordat Van den Berg aan het schrijven sloeg. Hij vond het een plezierige gedachte: 'Het geeft me het gevoel dat ik mijn eigen zerk overleef.'

Mark van Driel

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden