Beschouwing

Het gepubliceerde dagboek is een paradox

Het beste voornemen voor 2016: hou een dagboek bij. Niet alleen zijn alle deskundigen het erover eens dat het goed is alles van je af te schrijven, het levert ook schitterende literatuur op. Wie een dagboek bijhoudt, voert een gesprek met de belangrijkste persoon in zijn leven: zichzelf.

Zelfportret van de Franse schilder Eugène Delacroix (1798-1863). Beeld The art archive/corbis

'Ik voer hierbij het zo dikwijls voorgenomen plan uit een dagboek bij te houden', noteerde de Franse schilder Eugène Delacroix op 13 september 1822. 'Het is mijn grootste wens om niet uit het oog te verliezen dat ik voor mijzelf alleen schrijf; naar ik hoop zal ik daardoor waarheidsgetrouw zijn. Daar word ik een beter mens van. Deze bladzijden zullen het me verwijten als ik van gedachten verander. Ik begin er goedgeluimd aan.'

Hoe onleesbaar grote delen van zijn dagboek verder mogen zijn, in die allereerste alinea zegt Delacroix drie interessante dingen aan de hand waarvan zich de kern van het dagboekwezen laat duiden.

Interessant ding 1:

'Het is mijn grootste wens om niet uit het oog te verliezen dat ik voor mijzelf alleen schrijf; naar ik hoop zal ik daardoor waarheidsgetrouw zijn.'

De dagboeken van Delacroix werden in 1932 in drie delen uitgegeven en zijn sindsdien te lezen door wie maar wil, ook in het Nederlands; in 2007 verschenen ze als nummer 263 in de Privé-domeinreeks onder de titel: Eugène Delacroix - Ik heb het niet over middelmatige mensen. Dagboeken en brieven.

Dus wat nou 'voor mezelf alleen'? Goed, Delacroix heeft de aantekeningen, brieven en reisverslagen waaruit zijn Journal is samengesteld niet eigenhandig op de drukpers gelegd, maar hij heeft ze wel bewaard en aan zijn vriend Théophile Silvestre gegeven, met het doel er na zijn dood stukken uit te laten publiceren.

Sommige auteurs komen er rond voor uit dat ze hun geheime dagboek bijhouden met het oog op publieke eeuwigheid. Zoals de Franse schrijvers en uitgevers Edmond en Jules de Goncourt, die hun dagboek zelfs als hun belangrijkste werk beschouwden: 'Wij hebben dus geprobeerd om voor het nageslacht onze tijdgenoten tot leven te wekken zoals ze werkelijk waren, en wel door een levendig verslag van een gesprek, door hen te betrappen op een typisch gebaar, door die kleine emotionele trekjes waaruit blijkt hoe iemand werkelijk is, door al die moeilijk te omschrijven zaken waarin het echte leven naar voren komt en, ten slotte, door iets vast te leggen van de koorts die de kern vormt van het opwindende bestaan in Parijs.'

Vaker zijn gepubliceerde dagboeken schijnheilige krengen, handig inspelend op de voyeurist in ieder van ons die maar wat graag kennis wil nemen van andermans diepste en ongecensureerde gevoelens. 'Voor mezelf alleen': ja hoor. Als de auteur van die dagboeken werkelijk had gewild dat niemand van die allerintiemste uitingen kennis zou nemen, had hij ze nooit bewaard. Het gepubliceerde dagboek is een paradox. Als er al eerlijkheid in het spel is, dan toch zwaar gestileerde eerlijkheid.

Interessant ding 2:

'Daar word ik een beter mens van'. Zo is dat! Welke andere redenen iemand ook heeft om een dagboek bij te houden (een dagboek 'schrijf' je niet, dat 'houd' je 'bij'), de diepste drijfveer is doorgaans toch het verkrijgen van inzicht. De rusteloze geest zoekt woorden waarmee hij greep kan krijgen op de wereld en vooral op de eigen plek daarin, op zijn overwegingen en drijfveren en daarmee op zijn krachten en zwaktes - woorden die uiteindelijk zullen leiden tot een beter ik. Wie zich 's avonds achter zijn bureau zet en de pen ter hand neemt, gaat het gesprek aan met de belangrijkste persoon in zijn leven: zichzelf. 'Ken uzelf', luidde het gebod van de tempel van Delphi, en volgens de Griekse wijsgeer Socrates deed je dat door je op gezette tijden terug te trekken en te luisteren naar wat hij de 'daimon' noemde, de innerlijke stem die in ieders hoofd huist en die ons begeleidt bij alles wat we doen. Socrates haalde zijn wijsheid niet alleen uit het net zo lang ondervragen van de mensen die hij tegenkwam tot ze wanhopig om genade smeekten, maar vooral uit die stem in hemzelf.

Tot de eerste (en trouwens ook mooiste) bewaard gebleven dagboeken in die betekenis horen de Persoonlijke notities van keizer-filosoof Marcus Aurelius, die van 161 tot 180 over het Romeinse Rijk heerste. Waar andere beroemde stoïcijnen als Seneca en Epictetus zich in hun aantekeningen richten tot een vriend of andere op te voeden lezer, spreekt Marcus Aurelius vooral zichzelf toe: 'Graaf in je binnenste. Daar is de bron van het goede en die kan steeds weer opborrelen als je steeds weer graaft.' Ieder mens beschikt over een 'innerlijk kompas', schrijft de keizer: 'Bedenk dat je innerlijk kompas onoverwinnelijk is wanneer het zich terugtrekt op zichzelf, tevreden is met zichzelf en niets doet wat het niet verkiest, zelfs als die weigering onredelijk zou zijn.'

Schrijven is helend. De Amerikaanse sociaal-psycholoog James Pennebaker zegt in Expressive Writing - Words that Heal (2015) dat wie verdrietig is over iets, er goed aan doet elke avond een kwartiertje per dag over dat verdriet te schrijven. Het geschrevene mag een stilistische puinhoop zijn, in herhaling vallen is geen punt en aan het einde kan de vlam erin, maar schrijf. Zijn collega Roy Baumeister wijst in Wilskracht (2012) op het belang van dagelijks schrijven voor wie zich bepaalde doelen stelt: 'Welke plannen je ook maakt, het is essentieel dat je je voortgang bijhoudt. Dat helpt zelfs als je helemaal geen plannen maakt. Jezelf dagelijks wegen of een eetdagboek bijhouden kan je helpen af te vallen; je uitgaven bijhouden kan je helpen minder uit te geven.'

Interessant ding 3:

'Ik begin er goedgeluimd aan.' Misschien was Delacroix op 13 september 1822 inderdaad in een opperbeste stemming, maar nog geen jaar later noemde hij zijn dagboek 'een manier om de onrust te doen bedaren waardoor ik al zo lang wordt gekweld'. Dagboeken staan doorgaans voller met ellende dan met vrolijke hoeraverhalen. Dat is niet omdat dagboekschrijvers per definitie ongelukkige types zijn, maar omdat mensen meer behoefte lijken te voelen dingen op te schrijven wanneer ze zich rot voelen dan wanneer alles van een leien dakje gaat (zie interessant ding 2). Voor de hoeraverhalen hebben we tegenwoordig Twitter, Facebook, Instagram, blogs, vlogs en plogs, maar het dagboek was en is er voor de treurnis. Goddank, want treurnis levert veel mooiere teksten op dan geluk; alle gelukkige verhalen lijken op elkaar, elk ongelukkig verhaal is ongelukkig op zijn eigen wijze.

Leve het dagboek!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden