Het geluk van het naslagwerk

Als twee geleerden tekenen voor negen regels tekst, dan zwijgt de lezer en stemt hij dus toe. Wat een 'abacus' is, wist ik niet....

Een abacus is een telraam. In de negen regels worden structuur en werkwijze ervan precies beschreven. De eerste ondertekenaar is William David Ross, van wie ik niets anders weet dan dat hij aan vorige edities van het naslagwerk meewerkte. Zijn dagen moeten al lang geleden geteld zijn geweest. Hij wist bij zijn leven (nu is alles hem geopenbaard) nog niet alles van de abacus. Zijn paar regels werden bijgewerkt of gepreciseerd door de tweede ondertekenaar. Hij heet Michael Vickers en hij is Senior Assistant Keeper Department of Antiquities Ashmolean Museum Oxford. En daar zal wel een abacus in de collectie zijn. Ik zou bijna wensen de honderd te halen om in de vierde druk over de abacus te lezen. Misschien staan er dan de initialen van drie geleerden onder.

Abacus is het eerste van de totaal 6.250 trefwoorden (de teksten bij veel ervan zijn zeer uitvoerig; Vergilius bijvoorbeekd krijgt elf kolommen). Bijna alle enigszins omvangrijke teksten zijn voorzien van beknopte bibliografieën. Er zijn talrijke prachtige teksten bij, zoals die bij het woord 'travel'. Die begint met de onnavolgbare encyclopedische zin: 'Levels of personal mobility varied greatly in the ancient Mediterranean.' Het laatste lemma is Zosimus. Hij was een Griekse geschiedschrijver uit de vijfde eeuw van onze jaartelling. Hij schreef een geschiedenis van het Romeinse Rijk. De tekst over hem staat vol asterisken: hij schreef over veel figuren die elders in het naslagwerk op lezing van hun leven en werk wachten.

Het werk telt 1640 zeer grote bladzijden; elke pagina is verdeeld in twee kolommen; het lettertype is vrij klein, zodat op elke pagina een zeer grote hoeveelheid informatie staat. Het boek is natuurlijk onhandelbaar, want alleen aan een tafel te lezen. Er zijn twee eindredacteuren: Simon Hornblower en Antony Spawforth. In hun voorwoord verantwoorden zij de noodzaak van een nieuwe druk. Er is sinds de vorige editie heel veel onderzoek op verschillende terreinen gedaan. De gedachte dat zij alle lemmata kritisch hebben moeten lezen - maar dat niet alleen; zij hebben de 364 medewerkers moeten aanzoeken, de onderwerpen moeten verdelen: wie vragen we voor de herziening van de abacus?, geduld moeten hebben, de helft van de bijdragen uit de vorige editie zelf moeten herzien - maakt mij duizelig van bewondering. Binnen zeven jaar was het werk geklaard. En het werd natuurlijk meer dan een naslagwerk: heel wat lemmata zijn complete artikelen, vele zelfs uitgebreide studies.

Voorin staat de lijst van nieuwe trefwoorden. Ik zou graag de kenner ontmoeten die me de aanwezigheid van sommige personen en begrippen kan verklaren. Waarom is de heilige Saba opgenomen? Hij was een gothische martelaar, gedood op 12 april 372. Het staat er echt. De negen regels zijn alleen te lezen voor wie al bijna alles over de tijd van deze heilige weet. Waarom hij tot de 'Classical World' wordt gerekend, is mij niet duidelijk.

Het ergste van reizen is dat je geen boeken mee kunt nemen, ja reisgidsen, maar die zijn klein. Ik heb altijd naslagwerken nodig. Die heb ik natuurlijk niet. Reizen is ook uitstellen van kennis. En dat is kwellend. Ik sta in het zeer mooi gebouwde archeologisch museum in de tempelstad Argigento op Sicilië. Bijna alles is klein van formaat en staat dus in vitrines. Ik moet al gauw vaststellen dat de Sicilianen geen grote pedagogen zijn: de bijschriften zijn uiterst summier. Veel wetenschappelijk werk zal nog moeten worden gedaan, zoals bijna alles in die cultuur van uitstel, die tot zo veel verval heeft geleid.

Goed, ik sta voor een van de vele vaak prachtige vazen. Hij is van witte klei gemaakt. Er staat een bijna volmaakte tekening op. Van Hermes denk ik, want ik ga af op de vleugeltjes aan de voeten. Links staat in Griekse letters echter Perseus. In knielende houding kijkt hij met een scherpe, maar ook zachte blik naar een tweede figuur, een vastgebonden vrouw, helaas bijna helemaal opgelost. Andromeda staat er naast. Wat was er met Perseus en Andromeda? Ik weet het niet of niet meer. Pas vier dagen later kan ik alles thuis nakijken. Ik heb Perseus verliefd zien worden op de aan een monster overgeleverde Andromeda. Hij bevrijdt haar. Het staat allemaal met talrijke verwijzingen achter de namen van de twee beschreven in mijn naslagwerk. En daar lees ik ook dat Andromeda's verlossing door Perseus een geliefd thema in de klassieke beeldende kunst is vanaf de zesde eeuw voor Christus.

Even weet ik alles. Want dat is misschien de tragiek van het lezen in een naslagwerk: het geeft tijdelijke informatie. Ze wordt weer vergeten, want ze heeft weinig of geen context. Hoe lang zal ik nog weten wat een abacus is?

Dat is het schitterend ontmoedigende aan een goed naslagwerk: even iets weten van wat er allemaal te weten is en waarvan 90 procent volslagen overbodig en dus zeer zinvol is. Wie weet wie Chares is? Juist, Jeffrey Stuart Rusten. Althans hij weet wie één Chares is, want er zijn er vier. Hij is hoogleraar klassieken aan de Cornell University in de Verenigde Staten. Van daaruit zond hij aan Hornblower en Spawforth deze tekst: 'Schrijver van Gnomai, waarvan vijftig regels zijn bewaard, in een verminkte staat, in een papyrus uit het begin van de derde eeuw voor Christus.'

De tekst kwam aan, H. en S. keurden hem goed. Hoeveel mensen in de wereld zouden op dit ogenblik die paar woorden hebben gelezen? In elk geval ik. Dat maakt me een beetje gelukkig.

Wat is het toch mooi, bijna niets te weten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden