Het geluk van de sprinkhaan

De eendagsvlieg wil nóg een dag

De hinderlijk gelijkmatige sprinkhaan van Toon Tellegen heeft meer karakter dan hij aanvankelijk laat merken.

De dierenromans van Toon Tellegen heten voor volwassenen te zijn geschreven. In twaalf jaar zijn er vier verschenen. Een krekel met een depressie, een mier met heimwee, en een olifant die er mee moet zien te leven dat het enige echte gelukkig zijn een moment duurt, waarna hij weer valt - daar wil de auteur de kinderen, die zijn andere dierenverhalen verslinden, niet mee confronteren.

De vierde dierenroman voor grote mensen heet Het geluk van de sprinkhaan. Zou het waar zijn, van die titel, en slaagt Tellegen er in ons iets te vertellen over geluk dat van langere duur is dan heel even?

Het stramien is simpel. Een sprinkhaan heeft een winkel met benodigdheden voor ieder dier, dus per kort hoofdstukje komt er een binnen. De schildpad wil een fauteuil op zijn rug, een everzwijn komt een groene muts passen, de meikever vraagt om geluk en krijgt dat, het aardvarken heeft een hele boodschappenlijst waar ook 'een goede vriend' op staat, die hem wordt nabezorgd.

De eendagsvlieg wil nóg een dag, en zelfs die haalt de sprinkhaan uit een voorraadkast te voorschijn. De slak klopt aan omdat hij zo graag alle tijd zou hebben, en ook die wordt hem gegeven. 'Hij besloot nooit meer iets te doen, nooit meer iets te zeggen en helemaal nooit meer iets te denken. Dat kan nu, dacht hij.'

Halverwege het boekje had ik een behoorlijke hekel gekregen aan die sprinkhaan. Zo'n middenstander die de klant naar de mond praat: de rups wil rode sokken, ja dat lijkt de sprinkhaan ook een goede keuze, maar als de rups toch blauwe met een wit zigzagstreepje verkiest, geeft de sprinkhaan hem 'helemaal gelijk'. Hij heeft altijd maar alles in dat winkeltje klaar liggen, die pleaser, die slechts een paar dingen niet te koop heeft: 'de zon, de maan en de sterren'. Nu is dat tot daar aan toe, maar als hij tegenover het everzwijn eindelijk een eigen mening uitspreekt, is dat een geborneerde: de sprinkhaan acht de zon 'maar raar', vanwege dat schijnen en dat ondergaan. 'Gaan jij en ik ooit onder?'

Eigenlijk een zeikerdje, die sprinkhaan. Verdriet, heimwee en weemoed, daar verkoopt meneer altijd maar kleine beetjes van, en pijn liever helemaal niet. Mogen de klanten dat zelf weten misschien? Ik houd niet van zo'n gelijkmatig baasje.

Mijn dier is de kreeft. Die komt de winkel in, zegt dat hij morgen jarig is, wil graag zelf een cadeau uitzoeken maar dan wel iets bijzonders, ziet alleen maar 'gewone rommel' in de winkel, licht de deur uit zijn hengsels en smijt de uitbater in de hoek. Wat doet de gehavende sprinkhaan? Die strijkt zijn voelsprieten recht, trekt een nieuwe jas aan, strijkt zijn zilveren wimpers glad, veegt de scherven van een porseleinen zeepbel bij elkaar en hangt een laken voor de deuropening. 'Je bent een winkelier of je bent het niet', denkt hij. Vreselijke vent.

Maar in de tweede helft komen er een paar wonderschone verhaaltjes. De sprinkhaan gooit het bord met 'Einde' weg, omdat hij het overbodig vindt, waarna de mier en de eekhoorn zich afvragen of dat bord het einde betekent of dat het maar een bord is. 'De eekhoorn zweeg en keek naar de rivier', is de laatste zin. Panta rhei.

En er komen, hoera, barsten in het gemoed van de sprinkhaan. Op een goede dag wil hij alléén zijn en doet de deur op slot; 's nachts krijgt hij de bevlieging álles te verkopen, zichzelf inbegrepen; eindelijk geeft hij de krekel op diens verzoek ernst, van de loodzware soort nog wel; en op zekere nacht weet hij zeker dat hij zich forceert door aardig te zijn tegen iedereen. Dat hij daar aan vast zit. Dat zijn aardigheid 'onontkoombaar' is.

Dat hij die gedachte onder ogen ziet, maakt op de valreep een ventje van hem. Als Het geluk van de sprinkhaan iets aantoont, is het dat er iets dommigs aan geluk kleeft, waardoor de bezitter ervan niet te benijd

en is. Gelukkig dat wij mensen zo veel minder oppervlakkig zijn, en vrijer, en dat wij erin slagen om elke dag weer iets ongehoords te denken of beleven. Ons geluk is dat wij geen dieren zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden