Het gelijk van Soestdijk

Oud-koningin Juliana wordt in de literatuur vaak als zweverig weggezet. Er zijn Juliana-aanhangers en Bernhardkampen. Een nieuwe publicatie werpt een ander licht op haar.

Juliana (tweede van rechts) met haar vriendinnen Paula Balma, Rita van Heeckeren en Erna Mijnssen. Beeld © Conserve-uitgave De geest van het Oude Loo

Wat gebeurde er tussen 1948 en 1956 aan het Nederlandse hof? Het is een vraag die historici en journalisten al decennia bezighoudt. Nog altijd komt nieuwe informatie vrij, waarmee het beeld over die periode steeds weer een beetje kantelt. Nu eens ten gunste van toenmalig koningin Juliana (1909-2004), dan weer in het voordeel van haar echtgenoot prins Bernhard (1911-2004). Rode draad is steeds: het huwelijk was in die periode niet goed en dat was een bedreiging voor de positie van Juliana als staatshoofd. Maar wie droeg schuld?

Twaalf beeldbepalende boeken met Juliana’s koningschap als (een) onderwerp. Voor wie waren ze, de koningin of de prins?

Tegels lichten. Of ware verhalen over de autoriteiten in het land van de voldongen feiten. H.J.A. Hofland (1972).

Pro Bernhard


De eerste en lange tijd enige reconstructie van wat er aan het hof gebeurde. Na 1956 raakte de Hofmans-crisis uit de publiciteit. Er kwamen andere gebeurtenissen die de aandacht trokken, zoals de huwelijken van Irene (met een Carlist) en Beatrix (met een Duitser). Hofland schetst een negatief beeld van de ‘hocus pocus pas’ van Hofmans en hekelt het collectieve zwijgen van de Nederlandse pers.

In het nu verschenen De geest van het Oude Loo. Juliana en haar vriendenkring (1947-1957) legt historicus Han van Bree de loep over zeventien religieuze conferenties die, mede op initiatief van Juliana, vanaf 1951 werden georganiseerd op kasteel het Oude Loo in Apeldoorn. Na haar terugkeer uit Canada, waar Juliana de oorlogsjaren doorbracht, verzamelde zij gelijkgestemde vrienden en vriendinnen om zich heen: kindermeisje Rita van Heeckeren, haar man Walraven van Heeckeren, tevens Juliana's particulier secretaris, en de vriendinnen Bep Pierson en Erna Mijnssen en hun echtgenoten - allen religieus gedreven en verlangend naar 'wereldvrede'.

Juliana, vorstin naast de rode loper. M.G. Schenk/Magdaleen van Herk (1980).

Pro Juliana

De auteurs zijn niet heel positief over het Oude Loo, maar betogen dat Juliana geenszins de weg kwijt was begin jaren vijftig: ‘Met grootse visie, ver vooruitziend, zag zij de problemen van een krankzinnige wapenwedloop, van de ecologische en klimatologische ontwikkelingen, van energieschaarste, van schreeuwend onrechtvaardige welvaartsverdeling in de wereld.’

De katalysator was de komst van 'gebedsgenezeres' Greet Hofmans naar het hof, eind 1948, vergezeld door haar rechterhand en organisator Wim Kaiser. Hofmans was een 'helderhorend' medium dat contact had met 'Boven'. Zij kreeg 'doorgevingen' over wat God voorhad met de in verwarring verkerende wereld. Haar werden ook geneeskrachtige kwaliteiten toegedicht: zij zou de oogkwaal van het jongste prinsesje, Christina, kunnen genezen.

Beel, van vazal tot onderkoning. Biografie 1902-1977. Lambert Giebels (1995).

Pro Juliana

Juliana was ‘zeker geen zachtgekookt eitje’, vat Van Bree het standpunt van Giebels samen. Berhards tactiek om de ‘pacifistische brandhaard’ uit te bannen: ‘isoleren, incrimineren en ridiculiseren’. Dat Juliana haar persoonlijke gevoelens aan de kant schoof ten gunste van de troon, noemt Giebels ‘grootheid van geest’.

Binnen deze hechte hofclub bestond de overtuiging dat Nederland beter af zou zijn als 'theocratie', als land waarin ieder individu de weg zou volgen die God heeft uitgestippeld. De religieuze beleving was apolitiek maar wel anti-kerkelijk, zeker tegen de katholieke kerk - een soort new age avant la lettre. De conferenties werden bedacht om de spirituele idealen uit te dragen en met de uitgenodigde gasten te bediscussiëren.

Léés die krant! Geschiedenis van het naoorlogse Parool. Paul Koedijk/Gerard Mulder (1996).

Neutraal

Het Parool speelde een belangrijke rol in de beeldvorming rond de zaak-Hofmans door op 26 april 1952 het spraakmakende commentaar A queer country te publiceren. Daarin werd nogal afgegeven op de redes van Juliana in de VS, die een uiting van de pacifistische Derde Weg zouden zijn. De krant hield het kabinet verantwoordelijk en schreef ‘gêne’ te voelen. ‘Hoort men in Den Haag nu ook al stemmen en wordt men ook geplaagd door visioenen?’

In de loop der jaren draafden enkele honderden bezoekers op. De in 1948 afgetreden koningin Wilhelmina was vaste gast. Later, in 1991, zou Juliana schrijven, in een brief waaruit Van Bree citeert: 'Wat waren wij op het Oude Loo toch een bevoorrechte mensen. Een voorhoede. Nu zijn er zo veel mensen die zo denken, telkens ontmoet je ze. Irene is zo'n diep iemand.' (Prinses Irene is na Beatrix de tweede dochter van Juliana, red.)

De prins spreekt. Pieter Broertjes/Jan Tromp (2004).

Pro Bernhard

Spraakmakend, postuum gepubliceerd interview. Omdat de gesprekken die eraan ten grondslag lagen geheim moesten blijven, konden de journalisten geen wederhoor plegen. Waardoor onmiskenbaar het beeld domineerde van een schavuit die vanuit een goed hart domme dingen deed. Over Hofmans: ‘Het heeft lang geduurd mijn boosheid over die juffrouw en wat ze mijn vrouw heeft aangedaan. Want zo zie ik het.’

Wat Bernhard ook niet beviel, was dat de kring rond Juliana hem aansprak op zijn overspelige gedrag. Bernhard 'misdroeg zich met dames' en noemde zijn echtgenote denigrerend 'de grote witte olifant'. Het was bovendien de tijd van de Koude Oorlog, waarin voor pacifistische onzin in de ogen van Bernhard (die vanaf 1954 zijn eigen Bilderberg-conferenties had) geen plaats was. Zo ontwikkelde het in 1937 gesloten huwelijk zich tot 'een soort privé koude oorlog', aldus Van Bree.

Drees en Soestdijk. De zaak-Hofmans en andere crises 1948-1958. Hans Daalder (2006).

Neutraal

Toenmalig premier Willem Drees schreef de gebeurtenissen op Soestdijk mede toe aan ‘een moederlijke kwestie’ bij Juliana. Zij zou zich schuldig hebben gevoeld over de rode hond die zij opliep tijdens haar zwangerschap van Christina, waardoor het prinsesje met een oogziekte ter wereld kwam. De veronderstelde invloed van Hofmans op de opvattingen van Juliana noemde hij ‘een heel ernstige zaak’, haar uitwerking op het huwelijk een ‘ernstige splijtzwam’.

Op twee momenten kwam het tot een climax. In april 1952 brachten Juliana en Bernhard een staatsbezoek aan de Verenigde Staten. Bij het kabinet was toen al doorgedrongen wat zich op het Oude Loo afspeelde en de bijeenkomsten hadden bepaald een 'kwade reuk'. Al tussen de eerste en tweede conferentie raakte de rol van Juliana omstreden.

De Greet Hofmans-affaire. Hoe de Nederlandse monarchie bijna ten onder ging. Lambert Giebels (2007).

Neutraal

Van Bree signaleert dat Giebels zijn visie, in vergelijking tot twaalf jaar eerder, enigszins bijstelt. Giebels vindt nu dat Drees veel te laat en veel te slap optrad tegen Juliana. Wel blijft hij haar verantwoordelijkheidsgevoel prijzen en haalt hij met kennelijke instemming het oordeel van oud-premier Pieter Gerbrandy over Bernhard aan: ‘door en door egoïstisch’.

Haar naam stond op de uitnodigingen (na de tweede conferentie niet meer) en in de aanloop naar het bezoek aan Amerika hield zij vast aan zelf geschreven speeches die wel heel sterk de sfeer van het Oude Loo ademden. Bernhard dreigde om niet mee op reis te gaan; de minister van Buitenlandse Zaken, Dirk Stikker, en de ambassadeur in Washington, Herman van Roijen, wensten geen verantwoordelijkheid te nemen voor de toespraken. Premier Willem Drees loste de constitutionele patstelling eigenhandig op door zich achter de vorstin te stellen.

Juliana & Bernhard. Het verhaal van een huwelijk. De jaren 1936-1956. Cees Fasseur (2008).

Pro Bernhard

Fasseur mocht wél documenten inzien in het Koninklijk Huisarchief. Ook mocht hij in zijn boek het rapport-Beel over de afloop van de huwelijkscrisis als bijlage opnemen. Juliana liet haar oren te veel hangen naar haar vriendenkring, oordeelt Fasseur. Dankzij Bernhard kwam het allemaal toch nog goed. Hij verdient krediet als ‘klokkenluider’. Zijn overspel? Dat hoorde er in die jaren in de hoogste kringen nou eenmaal bij.

In 1956 barstte de bom. Volgens Bernhard beschuldigde Hofmans hem ervan 'dat ik aan het vermogen van mijn vrouw zat' en verspreidde zij met haar groep actief dat gerucht. 'Toen is er iets kapot gegaan', zei de prins vlak voor zijn dood tegen de Volkskrant. Juliana zou in dat jaar echtscheiding hebben overwogen. Bernhard schakelde een bevriende buitenlandse journalist in. 'Ik had het gevoel: de pers in Nederland is gemuilkorfd.' Het verhaal over de toestand aan het hof verscheen in juni 1956 in Der Spiegel. 'Ik dacht: ik kan niet meer, ik moet iets doen, ik laat het publiceren en dan zie ik wel hoe het afloopt.'

Bernhard. Een verborgen geschiedenis. Annejet van der Zijl (2010).

Zeer anti-Bernhard

Boek over Bernhard tot aan zijn huwelijk trekt als conclusie dat alles wat de prins over zijn jeugd heeft gezegd met een korrel zout moet worden genomen. Bernhard is een slechte bron als het over Bernhard gaat, stelt Van der Zijl vast. Hij was wel goed in het bewaken van zijn imago en het bespelen van de publieke opinie. En niemand durfde tegen hem in te gaan.

Drees liet een driemanschap onder leiding van zijn voorganger Louis Beel de situatie onderzoeken. De uitkomsten waren zeer pijnlijk voor Juliana. Zij moest haar vriendschappen verbreken, bevriende personeelsleden ontslaan en de Oude Loo-conferenties mijden. Dit alles deed zij, waarmee het huwelijk en haar koningschap werden veiliggesteld.

Prins Bernhard. Niets was wat het leek. Gerard Aalders (2014).

Zeer anti-Bernhard

Bernhard was ‘heel charmant, charismatisch, aardig, attent, begaan, humoristisch en doortastend’, schrijft Aalders. Maar vooral was hij ‘een inhalig, gierig, zelfzuchtig, egocentrisch en omkoopbaar mens’. In een open brief in de Volkskrant van februari 2004 keerde Bernhard zich openlijk tegen eerdere publicaties van Aalders.

Van Bree geeft vier redenen waarom Juliana zo kwetsbaar bleek. Door het taalgebruik en idioom van de hoofdrolspelers ontstond bij de buitenwacht het idee dat zij in een enge sekte was beland - ten onrechte, volgens Van Bree: het ging om onschuldig religieus pacifisme, niet om een politieke ideologie. In de jaren vijftig mochten vrouwen niet in overheidsdienst werken; Juliana was weliswaar staatshoofd, maar thuis was Bernhard de baas.

Juliana’s vergeten oorlog. Jolande Withuis (2014).

Pro Juliana

Voorstudie bij een later te verschijnen biografie. Net als Van Bree krijgt Withuis geen toegang tot relevante stukken in het Koninklijk Huisarchief. Belangrijkste boodschap: Juliana was in de oorlog geen huismus die braaf bij de kinderen bleef (het beeld dat de filmende Bernhard en later historicus Loe de Jong creëerden), maar een reislustige, strijdvaardige en geëngageerde vrouw.

Zo zagen ook de (mannelijke) politici in Den Haag dat. De vrijgezelle Hofmans werd als intrigante, een Raspoetin, gezien. De commissie-Beel ten slotte was een afspiegeling van verzuild Nederland. De kerken waren nog machtig, waar Juliana met haar groep juist antikerks was. Dit alles werkte in het nadeel van de vorstin. Zelf vatte Juliana het zo samen: 'Ik ben toch vrij de mensen te kiezen, met wie ik omga, en ook voor mij geldt toch vrijheid van godsdienstige overtuiging?' Dat zij die opvatting uiteindelijk in de ijskast zette, redde de monarchie.

Vrouw achter de troon. Marie Anne Tellegen 1893-1976. W.H. Weenink (2014).

Pro Bernhard

Tegen de trend van herwaardering voor Juliana in verscheen vorig jaar dit boek.Tellegen was van 1945 tot 1959 directeur van het Kabinet van de koningin. Hoewel ze met volle overtuiging voor Juliana werkte, koos ze in de hofcrisis het standpunt van Bernhard. Ze moest niets hebben van Hofmans en waarschuwde ‘lieve chef’ Julianaexpliciet voor haar funeste invloed.

Promotie

Han van Bree (1957) is samensteller van het jaarlijkse Het aanzien van... en maakte voor de NOS de necrologieën van Juliana en Bernhard. Zo kwam hij in contact met nog levende hoofdrolspelers en hun nazaten uit de Hofmans-episode. Relevante documenten in het Koninklijk Huisarchief mocht hij niet inzien; wel kreeg hij als eerste toegang tot veel particuliere archieven. Hij promoveerde woensdag aan de Universiteit Leiden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden