'Het gekke is: als je een biertje met politici drinkt, zeggen ze allemaal hoe belangrijk ze cultuur vinden'

Ja, Gijs Scholten van Aschat weet dat geen politicus op hem zit te wachten. En toch gaat hij het belang van kunst bepleiten. De nieuwe voorzitter van de Akademie van Kunsten wil wat terugzien voor die 200 miljoen aan bezuinigingen.

Gijs Scholten van Aschat: 'Ik wil dat ze zien hoe goed we zijn' Beeld ANP Kippa

'Ik kom uit een tijd', zegt Gijs Scholten van Aschat halverwege het gesprek, 'dat we na afloop van een voorstelling in de Stadsschouwburg, bij Café Cox om de hoek, aan tafel zaten met Hans van Mierlo of met Frits Bolkestein, Ruud Lubbers of Wim Kok, en spraken over kunst, politiek, over wat je gemaakt had. Dat waren hoeders van de kunsten, die je kon bellen als je wilde dat er in het culturele veld iets veranderde. Mensen die verstand hadden van kunst, die er een hart voor hadden. Dat is verdwenen.'

Vanaf donderdag 1 september is acteur Gijs Scholten van Aschat de nieuwe voorzitter van de Akademie van Kunsten. V spreekt hem zondag, voorafgaand aan zijn eerste speech in functie tijdens het Paradisodebat, de officiële aftrap van het culturele seizoen.

Zegt u nu: in Nederland zit nooit meer een politicus in de zaal?

'Laat ik positief blijven: te weinig. Veel Nederlandse politici laten zich liever fotograferen bij een concert van de Toppers dan bij een voorstelling van Toneelgroep Amsterdam.'

Dat het anders kan, ervaart hij nu in het buitenland. 'Onlangs speelde ik met Toneelgroep Amsterdam in een banlieu van Parijs. Na afloop van de voorstelling komen we terug in de kleedkamer en staat daar de minister van Cultuur: 'Welkom in Parijs, goed dat jullie er zijn.' Ivo van Hove stond vorig jaar met The Damned van Visconti in Parijs, een stuk over de ondergang van een invloedrijke familie in de tijd van opkomend fascisme. François Hollande zat in de zaal, hij had vrienden meegenomen en Ivo vertelde dat de acteurs en de ploeg tot 1 uur 's nachts met hen hebben nagepraat. Stel je voor: de president van Frankrijk, die vertelt hoe belangwekkend de voorstelling is en hoe die hem heeft geraakt.'

De Akademie van Kunsten zit sinds de oprichting, drie jaar geleden, geregeld aan tafel met politici om over cultuurbeleid te praten. Met welke politicus had u de meest hoopvolle ontmoeting?

'O, dat zijn er meerdere. Het gekke is: als je een biertje met ze drinkt, zeggen ze allemaal hoe belangrijk ze cultuur vinden. Ik sprak een keer met twee VVD-ministers en die zeiden: niet iedereen binnen de VVD staat de harde lijn van Halbe Zijlstra voor.'

En na welke ontmoeting dacht u: laat ik mijn energie maar ergens anders in stoppen?

'Twee jaar geleden zei Mona Keijzer, destijds cultuurwoordvoerder van het CDA, naar aanleiding van een discussie over hoe kunst je helpt reflecteren op het leven: 'Dat kan ook door te gaan hardlopen, en dat is gratis.' Nou, dan ben ik uitgepraat.'

De Akademie

De Akademie van Kunsten werd in 2014 opgericht als onderdeel van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en telt vijftig leden, onder wie Pierre Audi, Colin Benders, Irma Boom, Arnon Grunberg, Nasrdin Dchar en Paula van der Oest. Naast actief deelnemen aan het debat over de rol van kunst in de samenleving, legt de Akademie ook verbinding tussen kunst en wetenschap en is ze een vurig pleitbezorger van beter kunstonderwijs.

U maakt er, als voorzitter van de Akademie, uw missie van: de relatie tussen politiek en kunst verbeteren. Wat verlangt u concreet van de politiek?

'Gemeende interesse. Een blijk van vertrouwen. Ik wil dat ze zien hoe goed we zijn.'

Geld erbij?

'De Akademie is geen lobbyclub voor geld, maar: natuurlijk. Ik heb tijdens het Paradisodebat ook gezegd: voor wat hoort wat. Wij, de culturele instellingen, hebben met een bezuiniging van 200 miljoen bijgedragen aan een begrotingsoverschot van 13 miljard. Ik heb goeie hoop dat daar ook iets van naar de cultuur terugvloeit.'

Cultuur, dat is met CDA, ChristenUnie en VVD in het kabinet, gechargeerd: het Wilhelmus zingen in de klas, behoud van kerken als cultureel erfgoed en het promoten van de Nederlandse dance in het buitenland.

Hij kijkt er een beetje moedeloos bij: 'Ja, daar zijn we mooi klaar mee.'

Waar moet het geld wat u betreft naartoe?

'Naar goed kunstonderwijs voor iedereen - vanaf de basisschool. En naar een beter inkomen voor kunstenaars. Ik zie de jonge generatie met heel weinig middelen goeie dingen maken, en dat gaat prima zo lang ze net van de academie zijn, alleen de huur van een kamer hoeven betalen, nog geen gezin hebben. Maar die mensen zie je rond hun 30ste opgebrand raken. Omdat ze als zzp'er moeten concurreren met honderden anderen, en er bijna geen ensembles meer over zijn waar ze de tijd krijgen tot wasdom te komen.'

Op dreef nu: 'Ik spreek nu even voor de podiumkunsten, want daar weet ik het meeste van. Als ik minister van cultuur was, zou ik mij ernstig afvragen: hoeveel schouwburgen heeft Nederland nodig? Al die wethouders van cultuur die hun eigen erectie metselen voor twee keer een avond Youp van 't Hek en de jaarvergadering van de plaatselijke Rabobank. Want nadat al dat geld in steen is gaan zitten, is er niks meer over om een theatervoorstelling te programmeren.'

Als acteur geeft hij les in het spelen van Shakespeare aan middelbare scholieren. Hij heeft wel eens gedacht: als ik nou elk jaar honderd dagen lang honderd scholen bezoek, en op elke school vier, vijf leerlingen nieuwsgierig maak naar toneel, naar mooie teksten, naar hoe leuk het kan zijn om te spelen - win ik dan niet meer mensen voor de kunsten dan, door met de moed der wanhoop politici te overtuigen van het belang van kunst?

'Het is een beetje als de man die tegen een vrouw zegt: waarom ben je niet verliefd op me? Maar hoe klein mijn invloed ook is, ik zie het als mijn persoonlijke missie om politiek en kunst bij elkaar te brengen, en ik vind het niet erg om de komende twee jaar gekke Henkie te zijn.'

In Paradiso

Hoe het verder moet met de kunsten? Tijdens het Paradiso-debat houden politici zich op de vlakte.

Het nieuwe wij-gevoel. Daar zou de redding van de cultuurwereld vandaan moet komen, bleek tijdens het Paradisodebat 2017, zondagmiddag in de Amsterdamse poptempel.

De jaarlijkse confrontatie tussen afgevaardigden van de kunst en politiek gaf zo een nieuwe draai aan de vraag hoe het met de cultuurwereld verder moet na de 200 miljoen euro aan bezuinigingen uit 2011.

Antwoord volgens de kunstenaars: meer aandacht voor het collectief, een gezamenlijk engagement en de stem van minderheden. Was getekend: theatermaker Anoek Nuyens, filmmaker Abdelkarim El-Fassi en acteur en aankomend voorzitter van de Akademie van Kunsten Gijs Scholten van Aschat. Het wij-gevoel is het juiste antidotum tegen het neoliberalisme en het op hol geslagen individualisme, zoals Scholten van Aschat het formuleerde. Het systeem van marktdenken en onderlinge concurrentie heeft te veel slachtoffers gemaakt. Het is tijd om vluchtigheid en opportunisme in te ruilen voor geduld en visie, was zijn boodschap.

Wat de cultuurwoordvoerders van de zes grootste partijen in de Tweede Kamer ervan vonden? Ze onderschreven het gedachtengoed van de kunstenaars, maar meer ook niet.

Wat ook gold voor het terugbetaalvoorstel van Scholten van Aschat. Mede dankzij de 200 miljoen aan cultuurbezuinigingen, zei hij, houdt de schatkist nu 13 miljard over. Wordt het niet tijd dat Den Haag weer eens wat investeert? Ook daarop volgde een politiek zwijgen. Nu de formatie mogelijk in een eindfase zit, wil niemand zijn vingers branden aan beloften of zinvolle initiatieven.
Rutger Pontzen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.