InterviewJob Pattinasarany en Perry de Man

Het geheim van tv-koks Job en Perry: kijken, proeven en eten op de Kruiskade

De jongens van 24Kitchen in de West-Kruiskade in Rotterdam. Perry en Job (Job met petje, Perry met muts).Beeld Marie Wanders

Lachen, gieren, brullen en hard werken. Dat is het motto van de tv-koks Job Pattinasarany en Perry de Man. Voor 24Kitchen maakte het duo kookprogramma’s waar niet al te moeilijke gerechten – lees: kapsalon, burrito met kip – werden bereid. De serie wordt herhaald, een nieuwe reeks is in de maak.

Tot groot plezier van de man achter de toonbank van de Surinaamse toko Kondreman op de Rotterdamse West-Kruiskade, kortweg Kruiskade, slaakt Job Pattinasarany een kreet van verrukking. ‘Lekker!’ Daarna doet hij nauwgezet voor hoe de bloedworst van Kondreman moet worden gegeten.

‘Kijk, het vlees moet uit het velletje worden geduwd, zo. En dan je mond in. Het velletje moet je niet opeten. Lekker hè. Oh oh oh.’

Perry de Man deelt kippenworst uit. ‘Niet te geloven toch? Hier staan de mensen elke zaterdag voor in de rij.’ Hij laat zich informeren over de vruchten in het zoetzuur. Het gesprek gaat over mango’s, steenvruchten en birambies.

Perry: ‘We ontdekken in deze straat elke dag wat nieuws.’

Job: ‘Dit is het centrum van ons universum.’

Job Pattinasarany (39, zijn opa was Moluks) en Perry de Man (33) zijn koks en Rotterdammers, iedereen kan het horen. En ze zijn een duo. In 2019 waren ze een van de grote verrassingen op kookzender 24Kitchen met Wat eten we vandaag?, een dagelijks programma waarin veel gelachen werd, niet al te ingewikkelde gerechten werden bereid, soms iets helemaal mis ging en het plezier overheerste.

Tot de hoogtepunten behoort hun bereiding van een kapsalon, de culinaire bom met shoarma en patat die in hun geboortestad werd verzonnen. Andere keren dosten ze zich uit als Mexicanen, compleet met een sombrero, een poncho en een opplaksnor (het gerecht die dag: burrito met kip), als Peppi en Kokki (vissticks van heilbot met remouladesaus) en als Italiaanse gangsters (cannoli.)

De uitzendingen worden herhaald. Op 25 februari begint op 24Kitchen.nl en AD Koken en Eten een nieuw programma van het duo, Indo Food, over de Indische keuken. De opnamen begonnen vorige week. Het succes van Wat eten we vandaag? heeft hun ambities aangewakkerd en hun bekendheid vergroot.

Perry, mede-eigenaar van De Toko, een eethuisje in Blijdorp: ‘Het wordt steeds gekker. Zondag stond er plotseling een hele familie uit Nijmegen op de stoep.’

Job: ‘Nee!’

Perry: ‘Waar is Job, schreeuwden ze, waar is Job? Eh, die werkt hier niet man. Maar ik kan ‘m wel effe bellen? Supercool.’

Job: ‘Ik stapte laatst een kroegje binnen in Delfshaven. Zelfs daar herkenden ze me. Hee, 24Kitchen! Denk je even te relaxen, staan er weer iemand met een telefoon voor je muil. Maar wel leuk hoor. Ik ben dankbaar voor elke duim omhoog. Be humble.’

Job (de kleine met de stretchoorbellen) verzorgt thuisdiners en kookt bij bedrijven en op partijen. Sinds kort is hij tijdens thuiswedstrijden kok bij Sparta, voor de sponsors. Hij volgde twee koksopleidingen. Perry (de grote) voltooide de Willem de Kooning Academie voor beeldende kunst en vormgeving. Koken leerde hij zichzelf, in de praktijk.

Ze waren samen voor het eerst te zien op de lokale zender Open Rotterdam. Nadat ze een pitch hadden gewonnen, mochten ze in 2018 acht afleveringen maken van De Grote Job en Perry Show. Voor hun vrienden was het geen verrassing.

Job: ‘Perry werkte in een restaurant in de Witte de Withstraat, Ballroom. Daar werd ik chef-kok. Hebben we een jaar lang samen staan kokkerellen.’

Perry: ‘Het was lachen, gieren, brullen. We bleken samen heel hard te kunnen werken en heel hard te kunnen lachen. Het was een open keuken met een barretje, er kwamen vaak gemeenschappelijke vrienden eten. Zij keken, wij kookten.’

Job: ‘Zet er een camera op en je hebt een tv-programma, zeiden vrienden.’

Voor 24Kitchen namen ze van Wat eten we vandaag? soms vier, vijf afleveringen per dag op. Ze zijn streng, voor zichzelf en voor elkaar.

Job: ‘Als hij loopt te klootzakken, zeg ik dat hij normaal moet doen. En andersom gebeurt hetzelfde.’

Perry: ‘We houden elkaar scherp.’

Job: ‘We zijn twee stuiterballen. Adhd’ers. En we hebben een heel druk leven. On the spot werken we intuïtief. We schakelen snel om. Het zou iets gestroomlijnder moeten gaan. We hebben afgesproken dat we voor opnamen voortaan eerst rustig bespreken wat we precies gaan doen. Dat geeft rust. Als je goede afspraken maakt, hoef je niet de hele tijd zo op elkaar te letten. Denk aan de oude horeca-kreet: een goede mise-en-place is het halve werk.’

Perry: ‘We hebben bij 24Kitchen Hugo Kennis zien knallen, een van de andere koks, die komt om half tien binnen en is om half drie klaar.’

Job: ‘Zó.’

Perry: ‘Hij weet precies wat hij gaat doen. Supertof. Wij komen binnen, eten eerst zestien croissantjes, gaan lekker even rustig kakken en zijn om half tien ’s avonds klaar.’

Job: ‘We hebben draaidagen van twaalf uur gehad.’

Perry: ‘En daarna nog een neut. Het was een bizar jaar.’

Job: ‘Toffe tijd. Heel veel geleerd. Wel vermoeiend.’

Perry: ‘Gelukkig wordt er vaak al iets klaargezet. Dat is lekker als je voor tv werkt, dat is de showbizz.’

Job: ‘Er lopen voorbereidingskoks rond.’

Perry: ‘Als je bijvoorbeeld een taart bakt, liggen er alvast drie bodems klaar. Zodat je dóór kan. Een taart bakken duurt een paar uur, dan kan niet op tv.’

Job: ‘Ah, wat ruikt het hier lekker, zeiden we dan. In het begin hadden we veel moeite met dat acteren.’

Perry: ‘We maakten er een gimmick van. Knip eens met je ogen, zeiden we dan, en hup, daar stond de taart. Dat is onze kracht, denk ik. Wij zijn geen acteurs.’

Ze zien elkaar vrijwel dagelijks, bijna altijd op de Kruiskade. Het is een lange straat vlakbij het Centraal Station met een rijk aanbod aan winkels en eethuisjes van niet-Nederlandse origine, toko’s en supermarkten, maar ook slagerij Schell (anno 1776), een familiebedrijf dat groot denkt, getuige de slogan: ‘Meat the world’. De twee koks worden er tijdens hun rondleiding op de Kruiskade hartelijk begroet.

Perry: ‘Het mooie is dat ze hier ook Kaapverdianen, Chinezen en Surinamers in dienst hebben, zodat iedereen kan worden geholpen.’

De jongens van 24Kitchen in de West-Kruiskade in Rotterdam. Perry en Job (Job met petje, Perry met muts).Beeld Marie Wanders

Job: ‘De eigenaren zijn oer-Rotterdammers die met hun tijd zijn meegegaan.’

Perry: ‘Dit is echt een toffe slager. Ze maken zelfs nog uierboord.’

Job: ‘Uierboord! Kan je nagaan.’

Perry: ‘De Kruiskade is echt een eetstraat. Er zitten slagers, bakkers en een paar goudwinkels. Voor de rest is het alleen maar vreten.’

Job: ‘Mensen die eten, vechten niet. Voorheen was dit een achterbuurt. Een getto. Maar de gemeente heeft de waarde ervan ingezien en ondernemers gestimuleerd zich hier te vestigen. De gemeente koestert de diversiteit, daardoor is het zo’n mooie straat geworden.’

Perry: ‘Hier komen we elke dag voor een saoto-soepje of een broodje kouseband-garnalen of een kopje thee. De Kruiskade is onze schat.’

Job: ‘Al die ingrediënten. Dat maakt het zo leuk. Twintig jaar geleden al haalde ik hier met mijn toenmalige vriendinnetje al visballetjes en noedels. Met Perry is het ongeveer hetzelfde gegaan. We hebben onszelf opgevoed met behulp van deze straat.’

Perry: ‘We lopen overal naar binnen.’

Job: ‘Gewoon, naar binnen, ook de keuken in. Kijken, proeven, eten.’

Perry: ‘Ze bijten niet.’

Ze zijn Rotterdammers, vol overtuiging en met bijbehorend chauvinisme. Allebei groeiden ze buiten de stad op, in Numansdorp (Perry) en Hellevoetsluis (Job). De woningnood dreef hun ouders in de jaren tachtig de stad uit, richting nieuwbouwprojecten.

Perry: ‘Ik wist niet hoe snel ik hier terug moest komen. Ik was 15 toen ik hier een baantje nam, terwijl mijn vriendjes in de Hoeksche Waard aardappels aan het plukken waren. Ik moest terug. Mijn opa is mijn grote held.’

Job: ‘Superrotterdammer.’

Perry: ‘Het opperhoofd. Hij loopt de hele dag overal op te kankeren. Niks is goed, en hij is nergens van onder de indruk. Opa, ik ben op televisie! Moet je lekker zelf weten. Oké opa. Hij leeft gelukkig nog steeds. Echt knallen.’

Beeld Marie Wanders

Job: ‘Op mijn 17de ben ik hier begonnen aan de koksopleiding. Zo lang loop ik hier al rond.’

Perry: ‘Ik heb me nooit een Numansdorper gevoeld. Mijn familie woonde gewoon in de stad, ik groeide op als Rotterdammer. Normaal doen, was het credo. En hard werken voor je geld.’

Job: ‘Eerst werken, dan het pleziertje, zeiden ze thuis altijd.’

Perry: ‘Dat zie je ook terug in onze aanpak. Geen bullshit. Gewoon nuchter. En met multi-culti ingrediënten. Wie ons in de keuken ziet, ziet Rotterdam.’

Job: ‘We koken op z’n Rotterdams. Maar je moet er verder niet ingewikkeld over doen.’

Perry: ‘We zijn Rotterdamse koks omdat we uit Rotterdam komen. Dat we in Amsterdam werken, bij 24Kitchen, maakt ons nog Rotterdamser. Rotterdam is een fucking gimmick geworden. Dat heeft ons ook een beetje geholpen. We hebben allebei een accent, dat vinden mensen leuk. Overal waar je komt, plakken mensen een t achter woorden. Hee, Rotterdammert!’

Job: ‘Heel irritant.’

Perry: ‘Van ons hoeft het niet.’

Job: ‘Rotterdam wordt steeds meer een toeristendingetje. Dat is nieuw, we zijn het niet gewend.’

Perry: ‘Het aantal toeristen blijft maar stijgen. Tien jaar geleden kon je hier in het centrum op zondag een kanon afschieten.’

Job: ‘Nu kom je de stad bijna niet in. We hebben hier tegenwoordig zelfs verkeersinfarcten.’

Perry: ‘En ze kopen allemaal T-shirts met Rotterdammert erop en Rotterdams bier en Rotterdamse jenever. En wij zijn twee Rotterdamse koks.’

Job: ‘We profiteren ervan, we kunnen het niet ontkennen.’

Waarom ze koken? Job: ‘Ik ben een kok. Ik weet niet beter. In de keuken kun je altijd je ei kwijt. Voor een adhd’er is dat heel prettig. Je hoeft je nooit te vervelen, er is altijd een manier om je energie kwijt te raken.’

Perry: ‘Het is een soort supermediteren. Je bent bezig, je staat, je snijdt, je bakt, en je verkoopt. Een, twee, drie. Je hoeft geen omweg te maken. Vijftien jaar geleden werkte je in een dichte keuken met tl-verlichting. Maar tegenwoordig is de keuken open, er is contact met de mensen. En dan kook ik ook nog eens met mijn beste maat, wat is er nou mooier dan dat?’

Perry de Man en Job Pattinasarany gaan de zaken wel serieuzer aanpakken, tenminste, dat proberen ze; minder drank, meer nachtrust.

Perry: ‘Er komt heel veel op ons af. We moeten onze kop erbij houden. Dan is het maar wat minder gezellig.’

Job: ‘We hebben een afspraak gemaakt. We gaan het rustiger aan doen.’

Perry: ‘Het is heel makkelijk om na het werk de kroeg in te duiken en er pas om drie uur weer uit te rollen. Veel koks doen dat.’

Job: ‘Alles met drank erbij is lekkerder. Beslag ook. Dat zeggen we altijd in de keuken. Jongens, nog even een slokkie rum erbij.’

Perry: ‘Ik ga sowieso twee maanden niet drinken. Even terug naar nul.’

Job: ‘Ik heb gisteren een wijntje genomen, maar ik ga niet meer all the way; niet meer urenlang in de kroeg hangen. Daar hadden we een handje van, soms gingen we al om één uur ’s middags de kroeg in. Dat zit er voorlopig niet meer in.’

Perry.Beeld Marie Wanders

Perry: ‘En een beetje gezond eten. Minder ook.’

Job, op zijn buik wijzend: ‘Als ik naar oude afleveringen van Wat eten we vandaag? kijk zie ik zó’n bobbel. Die is gelukkig wat kleiner nu.’

Perry: ‘Ik ga tegenwoordig om half twaalf naar bed en ben om acht uur wakker. Dat is echt relaxed. Ik heb het ook nog nooit meegemaakt.’

Job: ‘Als je niet drinkt, hou je tijd over. Normaal slaap je het allemaal weg. Ik zwem plotseling in mijn tijd, soms weet ik niet wat ik moet doen.’

Perry: ‘Gisteren was ik weer vroeg op. Ik ging even bij hem langs om een saoto-soepje te eten.’

Job: ‘Ding-dong, ding-dong. Wat is dit dan? Ik lag nog met mijn vriendin in bed. Hij komt me nooit ophalen. Toen ik uit het raam hing zag ik hem staan. Hij schreeuwde. ‘Hee, kom je soep eten?’’

Marketingprijs

Vanwege hun ‘bijzondere bijdrage aan het imago van Rotterdam’ ontvingen Job Pattinasarany en Perry de Man vorige maand uit handen van burgemeester Aboutaleb de ‘Marketing Award Rotterdam Aanstormend Talent’. Uit het juryrapport: ‘Ze zetten de boel op stelten, zijn ruig, rauw en van niks onder de indruk. En zorgen voor een enorme lach op je gezicht met hun Rotterdamse tongval, nuchterheid en grappen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden