Interview

Het geheim van onderzoekscollectief Bellingcat: ‘We hebben allemaal een talent om ons compleet in iets te verliezen’

null Beeld Madeleine Kuijper
Beeld Madeleine Kuijper

Opeens waren ze daar, zeven jaar geleden: de speurneuzen van Bellingcat, internetdetectives die met digitale kruimels en een ongekend talent voor online-onderzoek de waarheid achter grote internationale misstanden (de MH17-ramp, chemische aanvallen in Syrië) opdoken. Nu zijn hun avonturen samengebracht in een boek van de Engelse oprichter Eliot Higgins.

Eliot Higgins (42) eet of drinkt nooit iets in de hotels waar hij verblijft. Voorzorgsmaatregel.

Daarvoor kent de oprichter van Bellingcat de Russische ‘behandeling’ van staatsvijanden net iets te goed. En sinds zijn onderzoekscollectief de daders wist te achterhalen van de vergiftiging van dubbelspion Sergej Skripal en zijn dochter in 2018 en oppositieleider Aleksej Navalny afgelopen zomer, valt hij voor het Kremlin in die categorie. Met een beetje fantasie kun je het spionnenglamour noemen: het eten van voorverpakte kleffe sandwiches met slappe sla uit een supermarkt om de hoek.

Het leven van de Engelsman Higgins is in amper tien jaar tijd nogal veranderd. Wat begon met een lichte obsessie voor het volgen van de Arabische opstanden in 2011 en 2012 op Twitter, YouTube en alle andere denkbare kanalen, mondde uit in de oprichting van een wereldwijd opererende onderzoeksorganisatie voor internetspeurders: Bellingcat.

De naam is een verbastering van ‘belling the cat’, ofwel ‘de kat de bel aanbinden’, naar een klassieke fabel over een groep muizen die zich tegen de aanvallen van een kat poogt te beschermen door in het geniep een bel om zijn nek te hangen.

Bellingcat draaide aanvankelijk puur op vrijwilligers, nu houdt de club kantoor nabij het Europese strafhof in Den Haag. Al werken Higgins (het hoofd van de organisatie) en zijn achttien betaalde medewerkers voornamelijk vanuit huis, gezien de enige benodigdheden: een laptop en een fatsoenlijke internetverbinding.

Dan zijn er nog 30 vaste vrijwilligers – wetenschappers, journalisten, activisten, juristen, oud-militairen, vertalers en techneuten – uit de hele wereld die bijdragen leveren aan het onlinespeurwerk dat ervoor zorgt dat Bellingcat keer op keer met grote onthullingen over internationale misstanden komt. Bellingcat achterhaalde (jaren voor het officiële Joint Investigation Team dit formeel deed) wie betrokkenen waren bij het neerhalen van vlucht MH17, vond de bewijzen voor gifgasaanvallen in Syrië en wist de aanloop naar de Turkse couppoging in 2016 te reconstrueren.

Vorige maand verscheen Wij zijn Bellingcat, een boek over de ontstaansgeschiedenis van het onderzoekscollectief en over de transitie van Higgins van onbekende blogger tot hoofd van ‘een geheime dienst voor gewone mensen’, zoals hij Bellingcat in zijn boek noemt.

Het voorwoord is geschreven door Bellingcatter van het eerste uur, de Nederlandse Christiaan Triebert (29), die inmiddels bij The New York Times op de afdeling visual investigations werkt. Triebert won er met zijn team al bellingcattend de Pulitzer, de meest begeerde journalistenprijs ter wereld, voor een serie onthullingen over Russische bombardementen op Syrische burgerdoelen, waaronder vier ziekenhuizen.

Eliot Higgins, oprichter Bellingcat  Beeld Getty Images
Eliot Higgins, oprichter BellingcatBeeld Getty Images

V spreekt het tweetal via Teams. Higgins vanuit Leicester en Triebert vanuit New York. Higgins bevindt zich in een door kunstlicht verlichte werkkamer, met op de achtergrond een klein raam met vitrage en een overvolle boekenkast, die tevens als opslag van paperassen en kinderspeelgoed dient. Triebert, net wakker in een andere tijdzone, beweegt zich door een zonovergoten appartement dat het op makelaarssites goed zou doen (bakstenen wand, strak interieur, hoog plafond, grote plant).

Ze begroeten elkaar enthousiast, want in tegenstelling tot een jaar of vijf geleden zien ze elkaar zelden live of per scherm. Chatten doen ze wel, via de Bellingcatslack.

Hoewel Triebert bij een klassiek journalistiek medium werkt, ziet hij zichzelf nog altijd als Bellingcatter. ‘Zonder Eliot zat ik hier ook niet. Toen ik na mijn studie Internationale Betrekkingen en Conflictstudies als journalist aan de slag wilde, kreeg ik bij elke krant te horen: interessant wat je doet, maar veel te gedetailleerd. Bellingcat heeft laten zien dat datajournalistiek waardevol is of zelfs cruciaal.’

Higgins: ‘Er is altijd een journalistiek eindproduct, maar we gaan verder. We zoeken de grootst mogelijke impact. Ook op het gebied van rechtspraak, verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid.’

Eliot Higgins: Wij zijn Bellingcat. Spectrum; 272 pagina’s; € 22,50.

null Beeld

De mensen die zich bij Bellingcat aansluiten hebben een vergelijkbaar persoonlijkheidstype, schrijft u.

Triebert lacht. Higgins – verlegen ogen achter een bril, grijzende bos donker haar, zachte stem – ernstig: ‘We hebben allemaal een talent om ons compleet in iets te verliezen, vast te bijten en niet te stoppen voor het gelukt is. Toen ik de Arabische Lente volgde, deed ik dat ook op een bezeten, mateloze manier. Tijdens mijn werk kon ik alleen maar denken aan thuiskomen en weer filmpjes kijken, weten wat daar speelt, graven, spitten, analyseren.’

‘Voordat ik met onlinebronnenonderzoek begon, was ik een fanatieke gamer. Tot ik trouwde bestond mijn leven uit werken, thuiskomen, zes uur World of Warcraft spelen, slapen en door.’

Triebert, knikkend: ‘We delen een toewijding en drang om maar door te gaan. Als ik iets wil weten, denk ik nergens anders meer aan. Dan sijpelt het door mijn hele bestaan. Zelfs in mijn slaap. Vannacht droomde ik bijvoorbeeld over een man die aanwezig was bij de Capitool-bestorming. In mijn droom had ik zijn zus gevonden en had ze op Facebook laten weten dat ze met me wilde praten over haar broer. Dat is nog niet in het echt gebeurd, maar ik heb haar bijna gevonden, Wendy heet ze.

‘Als je je niet in details kan verliezen die kunnen bijdragen aan het grote verhaal of de bewijsvoering, kun je dit werk niet doen. De een kan zich maanden storten op het uitzoeken waar de plastic tas vandaan komt die in beeld komt bij een kinderpornovideo, de ander duikt in de socialemediaprofielen van de vrouwen van militairen die mogelijk betrokken zijn bij MH17.’

Het boek – met een notenlijst vol Twitter- en YouTube-links – leest als de memoires van Higgins zelf. Een man die droomde van een carrière als journalist, maar omstreeks 2011 als administratief medewerker voor een kleine ngo werkte. Een man met een hobby en een talent voor monomanie.

De opstanden in Libië en, later Egypte, en de oorlog in Syrië waren net uitgebroken. Higgins had geen speciale relatie met de regio, was er nooit geweest en sprak geen Arabisch. Zijn fascinatie gold vooral het feit dat een deel van de wereld in brand stond en dat hij vanuit zijn huis in de Engelse Midlands dankzij internet en smartphones van de lokale bevolking bijna als een ooggetuige kon meekijken.

‘Ik wilde gewoon weten wat daar gebeurde’, zegt hij met een bijna verbaasd lachje. Alsof hij wil zeggen: wie niet?

Dus keek Higgins naar de beelden: foto’s en video’s. Uren, dagen en soms ook nachten. Altijd met het oog van een detective met maar één vraag: kan ik verifiëren wat hier wordt getoond of beweerd? Waar vindt dit bombardement plaats? Van welke leverancier kan dit wapen komen? Wie is verantwoordelijk voor de dood van deze burgers?

De vondsten die hij deed, deelde Higgins onder meer op het liveblog van de Britse krant The Guardian onder de naam Brown Moses, naar een nummer van zijn favoriete artiest Frank Zappa. Zo speelde hij zich al snel in de kijker als opmerkelijk accurate eenmansnieuwsbron en dat zonder ‘feet on the ground’, zoals bij klassieke oorlogsverslaggeving. Steeds meer grote nieuwsconcerns, politici en mensenrechtenorganisaties hoorden van de man uit Leicester. De nerd – hij schrijft het zelf – die zijn verslaving aan World of Warcraft wist om te zetten in onlinedetectivewerk.

Al snel verzamelde Higgins een groep fanatieke, gelijkgestemde vrijwilligers om hem heen. Virtueel dan. Zijn bondgenoten werkten net als hij vanuit hun huis – in Duitsland, Kirgizië, Iran of Nederland. Contact hadden ze via de chatdienst Slack. Tot op de dag van vandaag.

Christiaan Triebert. Beeld Hollandse Hoogte / Rink Hof
Christiaan Triebert.Beeld Hollandse Hoogte / Rink Hof

Het werk dat Higgins en zijn collega’s doen, bleek arbeidsintensief en frustrerend, maar niet onmogelijk. Via kleine herkenningspunten (een naam van een bakkerij, een flard van een stratenpatroon, een logo op een plastic tasje, de stand van de zon, een minaret of bomensoort, een gebruikt wapen) lukte het hen om telkens kleine nieuwsfeiten te publiceren, inclusief bewijsmateriaal.

Een voorbeeld. In de zomer van 2011 berichten media wereldwijd: de stad Brega is in handen van Libische rebellen. Met behulp van onder meer Google Maps ontdekt Higgins: de opstandelingen hebben alleen het oosten van de stad in handen. Iedereen neemt het bericht over. Higgins presenteert zijn conclusies volkomen transparant door elk stapje van zijn onderzoeksproces te laten zien, meer als boekhouder dan journalist. Vanuit het idee: wat ik hier concludeer, kunt u zelf verifiëren.

De term geolocating wordt gebruikt voor wat hij doet: precieze plaats, datum en tijd vinden bij online foto’s en video’s. Het is op die manier dat Bellingcat in 2018 nauwgezet de route weet te herleiden die de Buk-raket, die vlucht MH17 neerhaalde, in Oost-Oekraïne aflegde.

Na een aantal blogjaren richt Higgins in 2014 via crowdfunding het platform Bellingcat op. Een jaar later voegt Triebert, dan nog student, met rugtas en laptop de wereld over liftend door Afrika, het Midden-Oosten en Azië, zich bij de gelederen.

Bellingcat is een bron van nieuws geworden voor grote internationale media. Medewerkers reizen de wereld rond om cursussen te geven in geolocating en onlineresearch.

U benadrukt in uw boek nogal eens dat u politiek neutraal bent, louter geïnteresseerd in feiten. Waarom?

Higgins: ‘We worden vaak beschuldigd van partijdigheid. Dan weer zijn we communisten, dan weer conservatievelingen of CIA-agenten. Terwijl er mensen van allerlei politieke kleuren bij Bellingcat werken, met uitzondering van radicaal rechts of links. Het doet er niet toe, zolang ze maar toegewijd zijn en hun motieven maar zuiver zijn.’

Wat zijn die motieven? Wat drijft jullie?

Higgins: ‘Accountability: het besef dat ons onderzoek ertoe kan leiden dat de daders verantwoordelijkheid moeten afleggen. Zoals bij de executie door een groep militairen van twee vrouwen en twee kinderen in 2018 in Kameroen. De regering ontkende aanvankelijk alle betrokkenheid, maar moest toch toegeven omdat wij, in samenwerking met Amnesty International en de BBC, alle bewijzen konden leveren. Vijf betrokken militairen zijn afgelopen zomer veroordeeld.’

Triebert, knikkend: ‘Precies, ik noem het een obsessie die een doel dient. We maken ons boos over onrecht. Je moet iets uitzoeken, omdat je wilt weten wie die persoon of personen heeft vermoord, wie er verantwoordelijk is.’

Hoe nemen jullie zelf nieuws tot je?

Higgins: ‘Twitter. Wat is er gebeurd, wat is trending? De mensen die ik volg zijn net als ik geïnteresseerd in Syrië en Rusland.’

Lezen jullie nog weleens een krant?

Higgins, lachend: ‘Op papier bedoel je? Nee, maar ik lees natuurlijk genoeg artikelen uit kranten online, via Twitter. En als ik iets onderzoek, lees ik alles wat ik kan vinden.’

Triebert: ‘Ook voor mij is Twitter de eerste plek waar ik naartoe ga. En we hebben op de redactie de ochtendvergadering waar we alle lopende nieuwskwesties bespreken. Thuis heb ik geen papieren krant, op de redactie natuurlijk wel. Het klinkt misschien gek, maar een papieren The New York Times is lastig te kopen in New York. Als ik bij mijn ouders ben, lees ik hun papieren krant, de Leeuwarder Courant.

Wij zijn Bellingcat leest als een spionageroman uit de hoogtijdagen van de Koude Oorlog, maar dan met hoofdpersonen die hun huiskamer niet hoeven te verlaten om onverlaten te achtervolgen en te ontmaskeren op locaties die voor journalisten en mensenrechtenorganisaties amper te bereiken zijn. Voor de leesbaarheid (‘ik kan heel goed feiten achterhalen en achter elkaar zetten, maar dat is niet hetzelfde als schrijven’) vroeg Higgins de Brits-Canadese journalist en auteur Tom Rachman als schrijfpartner.

De casussen, Higgins lange weg van werkloze fanatieke Twitteraar tot wereldwijde onderzoeksheld, een bij vlagen mistroostig stemmende analyse van het tijdperk van desinformatie, complotten en post-truth, worden smakelijk opgediend, ondanks de feitenregen die op je neerdaalt – het blijft wel Bellingcat.

U klinkt behoorlijk optimistisch, als u schrijft dat mensen zoals bij Bellingcat de strijd tegen online desinformatie en complottheorieën kunnen winnen.

‘Niet omdat Bellingcat zegt: luister naar ons, wij vertellen de waarheid, maar ik zie het verspreiden van onze methoden als een machtig wapen tegen desinformatie en complotdenken, zodat steeds meer mensen inzicht krijgen in hoe je goed online-onderzoek kunt doen.

‘Mensen die eenmaal in de bubbel van hun eigen parallelle realiteit zitten, bereik je niet meer. Ik denk dat het onze voornaamste taak is de grenzen van die geradicaliseerde complotgemeenschappen te bewaken, zodat hun overtuigingen niet doorstromen naar mainstreamgemeenschappen.

‘Complotdenken is besmettelijk: daarom zie je yogamoeders met twijfels over corona ontkennen dat in Syrië chemische wapens zijn gebruikt. Het is niet aan ons mensen te doen inzien dat de aarde niet plat is (verwijzend naar de flat earthers, red.) maar ik zie het wel als onze taak om valse informatie over het conflict in Syrië te bestrijden. Veel mensen hebben geen idee wat zich daar afspeelt, het risico is groot dat ze denken: het zal wel kloppen. ’

Bent u nooit bang dat verspreiders van ‘alternatieve feiten’ doordringen tot de gelederen van Bellingcat?

‘Iedereen moet zijn onderzoeksproces nauwkeurig in kaart brengen, alles is na te gaan. Door die transparantie is elk verhaal controleerbaar. Voor we publiceren dubbelchecken we elkaars bevindingen, zo voorkomen we foutieve aannamen en denkstappen.’

Sinds de professionalisering van Bellingcat houdt Higgins zich geregeld bezig met noodzakelijke, maar ‘oninteressante’ zaken als het leiden van een organisatie, schrijft hij. Gelukkig is er altijd tijd om te doen wat hij het liefste doet: onlinegraafwerk.

En het hoeft niet altijd over grote conflicten te gaan. Zijn favoriete onderzoek van het afgelopen jaar? Een zoektocht naar een gestolen hond. Higgins: ‘Via via riep iemand mijn hulp in. Samen met Timmi Allen, een vaste Bellingcat-medewerker uit Duitsland, die op heel wazige beelden een nummerbord kan ontleden, lukte het binnen 24 uur om de hond terug te vinden en met zijn baasje te herenigen.’

Dezinformatsiya

Het was een zekere Amerikaanse dwangmatige twitteraar en voormalig president die ervoor zorgde dat de term ‘fake news’ in 2017 door diverse organisaties tot woord van het jaar werd uitgeroepen. Het aanverwante fenomeen ‘desinformatie’ kent een oudere en geheel andere origine, schrijft Eliot Higgins met gevoel voor ironie in Wij zijn Bellingcat. Het was Stalin die in de jaren twintig van de vorige eeuw de term ‘dezinformatsiya’ muntte – bewust Frans klinkend, implicerend dat kapitalistische landen deze tactiek bedreven: vervalsen van feiten, verwarring zaaien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden