Grace Jones in Bloodlight and Bami.

Beschouwing Muziekdocumentaires

Het geheim van het populairste filmsubgenre van het moment: de muziekdocumentaire

Grace Jones in Bloodlight and Bami.

Amy Winehouse, Avicii, Nina Simone, allemaal sterren aan wie een documentaire is gewijd. Deze week verschijnen er weer twee, over Whitney Houston en Grace Jones. De Volkskrant ontleedt het genre. Wat maakt zo’n film echt goed? 

Kijk naar de muziekdocumentaire Bloodlight and Bami, zie de megaster keuvelen aan de keukentafel en verbaas je over de warme huiselijkheid die je niet kunt rijmen met de reputatie van dit popicoon: Grace Jones. Ja, die buitenaardse amazone die onderkoelde reggae-wave-discoliedjes zingt en nog nooit zonder make-up is gefilmd. Dat wilde podiumdier naar wie we vol bewondering keken maar dat we niet dorsten te aaien. Zij is toch geen tante die haar familie opzoekt om lachend en babbelend herinneringen op te halen?

Toch wel. Dat contrast tussen La Jones de diva en de mens Grace is de kracht van de documentaire Bloodlight and Bami. Voor de film (de titel is Jamaicaans patois voor het studiolampje dat aanstaat als er opnamen zijn en voor brood) volgde regisseur Sophie Fiennes vijf jaar lang de zangeres, actrice en voormalig supermodel, die met haar album Hurricane een comeback maakte in 2008.

Ja, de documentaire bevestigt het beeld van Jones als opgewonden standje, maar geeft ook inzicht in haar beruchte, recalcitrante divagedrag door wat van haar traumatische jeugd bloot te geven. De film past zo in de trend van muziekdocumentaires die een verklarend, onthullend en menselijk beeld geven  van een popster. True Stories vertelt het verhaal van dj Avicii. Can I Be Me? verklaart waarom soulpopzangeres Whitney Houston niet zichzelf kon zijn. En What Happened Miss Simone? probeert te duiden wat er misging met zangeres, pianist en activist Nina Simone. Vandaag gaat bovendien Whitney in première, nog een film over Whitney Houston.

Grace Jones in Bloodlight and Bami. Beeld Grace Jones

Allemaal juweeltjes van moderne geschiedschrijving, die onze honger naar de persoonlijke verhalen van sterren voeden. De afgelopen tien jaar zijn meer dan twintig grote muziekdocumentaires uitgekomen. En sinds dit jaar hebben we in Nederland In-Edit, een filmfestival dat geheel is gewijd aan het subgenre. Moderne technologie lijkt een gouden tijdperk voor muziekdocumentaires te hebben ingeluid, want smartphones maken het doodeenvoudig om levens van heel dichtbij vast te leggen. Zo leveren ze precies die schat aan persoonlijk materiaal waar we als voyeuristische fans naar hunkeren. Uit een aantal recente spraakmakende films destilleren we de ingrediënten die van een muziekdocumentaire een waardevol historisch document maken.

Popsterren zijn ook maar mensen 

Still uit Metallica: Some Kind Of Monster.

Zie: Metallica: Some Kind Of Monster (2004)
Voornaamste succesingrediënten: Nietsontziende openhartigheid en kwetsbaarheid
In het kort: In 2001 zat Metallica, de succesvolste metalband van de wereld, in een impasse. Bassist Jason Newsted voelde zich ondergewaardeerd en had de band verlaten. Drummer Lars Ulrich was op dat moment, naar eigen zeggen, de meest gehate man in de popbiz omdat hij had gefulmineerd tegen fans die muziek downloadden van piratensite Napster. De onderlinge relaties waren ook niet je dat. En wat doe je dan als groepje steenrijke popsterren? Dan huur je een therapeut in om de boel vlot te trekken en je laat alles filmen. De film zit vol scènes waarin ruige mannen, die eerst communiceerden middels slaande deuren, dingen zeggen als ‘Wij zijn helers van onszelf. We hebben geleerd en begrepen. Nu moeten we delen.’

Waarom goed: Eerst is het gruwelgenieten van het ongemakkelijke gevoel dat je als kijker deelt met de bandleden in therapie. Dat slaat over in fascinatie als in confrontaties met elkaar de machofaçades afbrokkelen en de bandleden tot een dieper inzicht komen. Dat zij zich van hun onaangenaamste kant laten zien levert een oprechtheid en kwetsbaarheid op die resoneren bij de kijker.

James Hetfield in Metallica: Some Kind Of Monster.

Maar pas op: oprechtheid is iets anders dan exhibitionisme. Wat Some Kind Of Monster sterk maakt, is juist dat ook het ongemak over zoveel gevraagde oprechtheid wordt getoond. Daardoor voelt de film nooit als vehikel om de menselijkheid van Metallica te verkopen. In de documentaire over Lady Gaga Five Foot Two (2017), bekruipt je meer dan eens precies dat gevoel. Gaga poseert als ‘gewoon mens’ als ze haar eigen cd’s gaat kopen in de Amerikaanse supermarkt Walmart. Of, Gaga gaat langs bij haar oma en laat haar een nummer horen over Gaga’s jong overleden tante Joanne, die ze niet gekend heeft. De zangeres verwacht overduidelijk een sterke emotionele reactie en als die uitblijft, stort ze zich maar in oma’s armen die haar kalmeert met de woorden dat het allemaal al lang geleden is. Op die momenten lijkt Gaga zich superbewust van de camera en is ze een exhibitionist voor die fly on the wall.

The rise and fall

Tim Bergling in Avicii: True Stories.

Zie: Avicii: True Stories (2017)
Voornaamste succesingrediënt: Pijnlijk onthullende beelden

In het kort: In zes jaar tijd werd Avicii, die nog leefde toen deze film uitkwam, de populairste en best verdienende dj en producer van de wereld. Van iemand die zo populair is, zijn velen financieel afhankelijk. Dus zie je hoe de jonge Zweed Tim Bergling, de echte naam van Avicii, de laatste paar jaar van zijn leven een slaaf wordt van een moordend tourschema. Er moet geld worden verdiend. Bergling gaat zwaar aan de drank, lijkt daardoor net zo vaak ziekenhuizen als festivals te bezoeken en wordt geveld door een burn-out. Na zijn zelfmoord, eind april van dit jaar, is True Stories een kroniek van een aangekondigde dood geworden. Een treurige documentaire, die navrant wordt als een zichtbaar ellendige Bergling uitspreekt wat door het hoofd zal hebben gespookt van elke ongelukkige, te jong gestorven popster: ‘Alles op de checklist is er, dus ik zou gelukkig moeten zijn.’

Waarom goed: True Stories is een evenknie van Amy, de documentaire uit 2015 over de tragische levensloop van zangeres Amy Winehouse. Ook hier worden opkomst en (bijna) ondergang getoond.

De persoonlijke beelden zijn geschoten door Levan Tsikurishvili, een vriend van Bergling. En je ziet duidelijk dat Bergling de touwtjes uit handen heeft gegeven, waardoor hij lijdend voorwerp wordt in zijn eigen tragedie. De camera levert objectieve beelden die schrijnender zijn dan wanneer Bergling zijn frustraties uitspreekt. True Stories registreert met een koel oog hoe mondiaal succes gepaard kan gaan met persoonlijke ellende. Je luistert mee met de telefoontjes tussen Avicii en zijn management als hij vergeefs duidelijk probeert te maken dat meerdere shows voor hem funest zullen zijn. Je ziet hoe Bergling van hospitaal naar festival wordt vervoerd terwijl op de achterbank van de auto zijn ogen wit wegdraaien. Het zijn niet de woorden die spreken, maar de beelden. En ze zeggen: ‘Kijk, dit is wat roem met je kan doen.’

Hoe anders is dat in de biodoc Freedom (2017) over George Michael. Michael heeft overduidelijk zelf de regie gevoerd in de documentaire, waarin voornamelijk heel beroemde mensen heel aardige dingen over hem zeggen. De film neigt daardoor naar een hagiografie. Het reliëf ontbreekt en voor een deel Michael zelf ook. Afgezien van een carpoolkaraoke met presentator James Corden, laat Freedom frustrerend weinig zien van Michael in zijn laatste tien jaar. Door het ontbreken van beeld en het veelvuldige gebruik van pratende hoofden blijft Freedom statisch en Michael een pilaarheilige.

De goeie ouwe tijd

De beroemde Fame Studio.

Zie: Muscle Shoals (2013)
Voornaamste succesingrediënt: De schat aan archiefmateriaal

In het kort: Met Rick Hall, de oprichter van de beroemde Fame Studio, als voornaamste gids wordt de kijker rondgeleid in de muzikale geschiedenis van een pietepeuterig dorpje in Alabama, Muscle Shoals. Daar kwamen in de jaren zestig en zeventig zo’n beetje all soullegendes en veel grote rockartiesten hun muziek opnemen, want alles wat uit de handen van de sessiemuzikanten en songwriters van Muscle Shoals kwam, werd een hit.

Waarom goed: Muscle Shoals is een parade van beroemdheden. Onder anderen Aretha Franklin, Keith Richards en Etta James vertellen hoe I’ve Never Loved A Man, Brown Sugar en I’d Rather Go Blind werden geboren in Alabama. Met al die nummers is Muscle Shoals een jukebox van klassiekers. Dat, en de schat aan archiefbeelden, maken de film een genoegen om naar te kijken. De verklaring waarom nou net Nergenshuizen USA zo’n bepalende rol heeft gespeeld in de Amerikaanse muziekgeschiedenis, wordt meer gesuggereerd dan dat hij wordt gegeven. Het zit hem in de tegenstelling Noord-Zuid. Percy Sledge vertelt dat hij in When a Man Loves a Woman in de studio met dezelfde galmende overgave zong als toen hij werkte op de (toen nog bestaande) katoenvelden in het zuiden. Terwijl in het noorden Aretha Franklin met een beschaafd blank repertoire en uitgeschreven arrangementen totaal verkeerd werd gemarket. Pas toen de zangeres naar Muscle Shoals werd gestuurd om nummers op te nemen met hillbilly studiomuzikanten, vond the queen of soul haar groove. Waar het intellectuele noorden weinig kon met Franklins natuurtalent, bloeide er in het zuiden magie tussen artiesten die liever gezamenlijk de muziek voelden dan die op papier zetten.

Zoiets moet het geweest zijn, maar de filmmakers weten het ook niet zeker. Duiding komt hier duidelijk op de tweede plaats. Dat is minder bezwaarlijk omdat Muscle Shoals niet meer wil zijn dan een beschrijvende feelgooddocumentaire: op schoot bij de verhalenvertellers, bladerend door oude fotoalbums. 

Duiding kan een documentaire bovendien danig in de weg zitten. In Kurt and Courtney (1998) en Biggie and Tupac (2002), komt filmmaker Nick Broomfield steeds met zijn eigen theorieën over de dood van Kurt Cobain en de rivaliteit tussen rappers Tupac en Biggie Smalls. Hinderlijk, omdat de kijker de beelden niet zelf mag interpreteren. 

Er is één film is die aan alle voorwaarden voldoet: Amy (2015), het verhaal van de Engelse zangeres Amy Winehouse die in 2011 op 27-jarige leeftijd overleed. De film voedt ons gulzige voyeurisme tot het pijnlijk wordt. We zien de artiest van haar meest kwetsbare kant en de tragische verhaallijn wordt geïllustreerd met een overvloed aan beelden. De hoeveelheid persoonlijk materiaal en archiefbeelden was zo groot dat regisseur Asif Kapadia geen nieuw filmmateriaal hoefde te schieten. 

Amy Winehouse. Beeld Getty Images

Amy is een krachtig document dat beklemmend dicht op de huid zit van zijn onderwerp. Het aloude journalistieke adagium show don’t tell geldt ook voor muziekfilms. Er is een verschil tussen lezen dat Amy Winehouse concerten heeft moeten afzeggen wegens omstandigheden, en zien wat die omstandigheden dan zijn. Tijdens een concert in Cornwall in 2007 stommelt een vals zingende Amy over het podium; ze slaat zichzelf voortdurend in het gezicht om nog een restje bewustzijn te behouden. Misschien pijnlijk om te lezen, maar schrijnend om te zien.  

‘Whitney’ vertelt het verhaal van de gestaag vallende ster op een handige manier (drie sterren)

Maar door het streven naar volledigheid wordt de film op den duur een tikje looiig

Een zeldzaam onverbloemd menselijk en intiem portret van Grace Jones (vier sterren)

Zelfs in de podiumbeelden is Jones dichterbij dan ooit

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.