Reportage

Het geheim van dichter en psychiater Hans Keilson

Aan het postume succes van de in 2011 overleden dichter en psychiater Hans Keilson lijkt geen einde te komen. Zijn tweede vrouw en dochter blikken terug op de man, zijn oeuvre en een oud schrift ergens in een la.

Bloeme en Marita Keilson.Beeld Linelle Deunk

Vier jaar is Hans Keilson nu dood en nog steeds verschijnen er nieuwe boeken van zijn hand. Nu, ter gelegenheid van de Poëzieweek: Ballade van de aardse Jood, gedichten die hij tussen 1933 en 1944 schreef. Zijn dochter Bloeme (40) leest er een voor, in haar ouderlijk huis in Bussum, op de bank waar ze zo vaak met haar vader heeft gezeten. Haar leren broek steekt wonderlijk hip af bij het groene fluweel.

Vaak denk ik: als ik oud ben en ik denk

Aan liefdesdagen, toen ik verzen schreef

Voor jou, steeds weer, en van jouw liefde bleef

Mij slechts één kus die ik dan nog gedenk

en lees ik - dat is ook waaraan ik denk -

met oude ogen, eenzaam, wat ik schreef,

en je adem, waar je hart in kloppen bleef

zweeft naar me toe als jouw laatste geschenk

dan ben ik, met haar dat begint te grijzen

en bittere plooien om een mond die smacht

vandaag al door die terugblik, schemerzacht,

van 't kwalijk virus van de lust bevrijd.

En dan zie ik, ontsnapt aan angst en tijd

jouw eeuwig wezen voor mijn oog verrijzen.

(Vertaling uit het Duits: Jos Versteegen)

Ze zegt: 'Ik vind dit zo ontroerend. Hij heeft het hier over zijn liefde voor Hanna, een Joodse onderduikster van wie we nooit geweten hebben dat ze bestond. Maar voor mij gaat het ook over de liefde voor mijn moeder, voor mij, voor mijn dochtertjes, zijn kleinkinderen die hij gelukkig nog heeft meegemaakt. Mooi ook hoe hij, een jonge man toen nog, zijn ouderdom al voor zich ziet. De grijze haren, de plooien rond zijn mond. Het is mijn vader zoals ik hem kende.'

Overdonderd

Hans Keilson (1909 - 2011) werd een hype op zijn 100ste - al past het woord 'hype' niet echt bij de kalme, beminnelijke man die hij moet zijn geweest. Een tikje overdonderd zat de stokoude schrijver bij De Wereld Draait Door. The New York Times had hem een 'genie' genoemd, auteur van meesterwerken. Opeens brak hij door bij het grote publiek.

'Eindelijk gerechtigheid?', vroeg Matthijs van Nieuwkerk. Maar dat woord veegde hij van tafel. 'Bij het woord gerechtigheid denk ik aan mijn ouders, die zijn afgevoerd naar Auschwitz', antwoordde hij. Dat was in 2010. Een jaar later overleed hij, 101 jaar oud.

'In die tien minuten De Wereld Draait Door is hem wel tien keer gevraagd of hij niet vreselijk trots was', zegt Bloeme nu, vier jaar later. 'Maar hij was in het laatste stukje van zijn leven. Daar was hij te nuchter voor.'

'Nou', zegt haar moeder, Marita Keilson (80), naast haar op de bank. 'Hij deed zich naar buiten toe nuchterder voor dan hij zich van binnen voelde. Ik heb in de veertig jaar met hem ook de frustraties over het gebrek aan erkenning meegemaakt. Dit vond hij prachtig. Hij genoot er ongelooflijk van.'

Bloeme: 'Dat is waar. Ik heb hem van zijn 100ste tot zijn 101ste alleen maar zien glunderen, een heel jaar lang.'

Had Keilson nog geleefd dan had hij weer geglunderd. Want met zijn dood hield de belangstelling voor zijn werk niet op. Integendeel, die gáát maar door, aangewakkerd door heruitgaven én ontdekkingen van nooit eerder gepubliceerd werk, zoals een oud dagboek dat plots in een la werd gevonden. Geef zijn uitgevers eens ongelijk. Nadat, ter gelegenheid van zijn 100ste verjaardag, zijn boek In de ban van de tegenstander opnieuw werd uitgegeven - en die recensie in The New York Times verscheen - werden er opeens vele duizenden meer verkocht dan in 1959, het oorspronkelijke jaar van uitgave. Prompt werd eind 2010 ook Komedie in mineur weer op de markt gebracht, uit 1947. Dat gaat over zijn onderduikperiode - Keilson, Duitser van geboorte, vluchtte voor de oorlog naar Nederland. In 2011 volgde Daar staat mijn huis, herinneringen aan zijn kindertijd. In 2014 was daar dan de publicatie van het oude dagboek dat Keilson tijdens de oorlog bijhield. Een sensatie op twee fronten: niet alleen vond Marita het dagboek, waarover hij nooit met iemand had gesproken, vlak voor zijn dood op zolder, ook gaat het daarin over een liefdesrelatie waarover Keilson altijd had gezwegen, omdat hij destijds al met zijn eerste vrouw Gertrud samen was. 'Fascinerend', oordeelden de recensenten. En nu is er dan de dichtbundel waaruit Bloeme voorleest.

Ze praat samen met haar moeder in het vrijstaande jarentwintighuis in Bussum waar Bloeme is geboren en getogen en waar Marita veertig jaar samen was met haar man. 'Zenuwarts' staat er nog op een bord in de voortuin; Keilson hield praktijk als psychiater. Hij was 64 toen Bloeme werd geboren. Marita, 25 jaar jonger dan hij, was zijn tweede vrouw. 'Hij was helemaal geen oude vader', zegt Bloeme, lang en blond naast haar kleine, grijze moeder. 'Hij ging met me zwemmen, wandelen, hij was ongelooflijk actief.' Marita: 'Hij had natuurlijk ook een opleiding tot sportleraar gehad.' Het waren ánderen die hem oud vonden, zegt Bloeme. Ze weet nog dat iemand zei: zo, lekker aan de wandel met je opa? 'O ja, dat was in het bos', vult Marita aan. 'Je was een jaar of 5 en zat op zijn schouders.' Ze grinnikt. 'Hij zei: ik ben de váder.'

Hans Keilson groeit op in het stadje Bad Freienwalde ten noordoosten van Berlijn, als zoon van een sappelende textielhandelaar. 'Een kleine man, graag gezien, eerlijk, lief', vertelt Keilson een jaar voor zijn dood in een interview met Arjan Visser. 'Maar hij kon slecht tegen ongehoorzaamheid. Als ik niet luisterde, sloeg hij mij met zo'n ding, met van die leren riempjes.' Eenmaal uit huis gaat Keilson geneeskunde studeren in Berlijn. Hij krijgt een vriendin, Gertrud Manz, die later zijn eerste vrouw zal worden. Zij is het die er op aandringt naar Nederland te vluchten in 1936. Hij is naar eigen zeggen naïef, voor hem is Jodenhaat zo oud als de wereld. Maar Gertrud, die grafologe is, leest het af aan het handschrift van Hitler: 'Die steekt de wereld in brand.'

Ze krijgen een dochter, Barbara (nu 75), en vestigen zich in Naarden, waar Keilson ook zijn ouders naartoe haalt, in een huis een paar straten verderop. Zelf vertrekt hij naar Delft om onder te duiken. Daar ontmoet hij Hanna. Terwijl Gertrud en 'het kind', zoals hij zijn dochtertje in zijn dagboek meestal noemt, in Naarden verblijven, raakt Keilson in Delft in een diepe crisis. Hij houdt óók van Hanna, die alles is wat Gertrud niet is: Joods, jonger dan hij, nog tot over haar oren verliefd. Voor wie moet hij kiezen? Het wordt Gertrud. Na haar overlijden in 1968 trouwt Keilson voor de tweede keer, met Marita, die hij allicht wel over Gertrud, maar nooit over Hanna vertelt.

'Hans vroeg me iets voor hem op te zoeken op zolder', vertelt Marita. 'Het was ongeveer een jaar voor zijn dood. Hij zag slecht, ik deed dat soort klusjes voor hem. Ik doorzocht een la op papieren en vond ineens dat oude schrift. Beneden las ik er wat uit voor. Ja, dat was een oud dagboek van hem, en ja, die Hanna die erin voorkwam was een beetje verliefd op hem. En hij? Ja, ja, hij ook wel een beetje op haar. Ik heb het dagboek weer dichtgedaan en we hebben er nooit meer een woord over gesproken. Je moet een mens zijn geheimen gunnen.'

Verdringing, heeft Keilsons Nederlandse uitgever Chris ten Kate eerder gezegd. 'Het is ongelooflijk, want Keilson heeft veel over de onderduik geschreven, maar de affaire met Hanna nooit genoemd. Gewoon, weggestopt.' Maar dat betwijfelt Marita. 'Een psychoanalyticus die dingen verdringt? Hij is natuurlijk zelf ook in analyse geweest voor zijn opleiding, hij móét erover hebben gesproken. Soms denk ik: als ik als een muis in een hoekje van de behandelkamer had gezeten, wat had ik dan gehoord?'

Marita Keilson.Beeld Linelle Deunk
Bloeme Keilson.Beeld Linelle Deunk

Westerbork en Auschwitz

Het grote trauma in Keilsons leven is het wegvoeren van zijn ouders geweest, eerst naar Westerbork, vervolgens naar Auschwitz, waar ze in 1943 werden vermoord. Dat hij dat niet heeft voorkomen, zegt hij in interviews aan het eind van zijn leven, dát heeft hem altijd achtervolgd. Tegen Arjan Visser: 'Ik heb me wel eens afgevraagd of ik mijn vader uit wraak niet heb gered, maar dat gaat toch echt te ver.' Tegen Margreet Vermeulen in Volkskrant Magazine: 'Mijn zuster zei na de oorlog dat zij onze ouders wel gered zou hebben als ze in die tijd niet in Palestina had gewoond maar in Nederland. Dat heb ik haar zeer kwalijk genomen, want ze wist hoe ik eronder leed dat ik mijn ouders niet heb kunnen redden.'

Hij was er in zijn laatste jaren open over, zegt dochter Bloeme. 'We spraken erover, ja, over dat verdriet om zijn ouders. Maar het was nooit beladen of ongemakkelijk voor mij. Ik heb me nooit belast gevoeld, geen tweedegeneratieslachtoffer of zoiets. Terwijl het natuurlijk wel een pijnlijk gespreksonderwerp voor hem was. Misschien scheelt het dat mijn vader zo oud was toen ik werd geboren en het allemaal al lang geleden was. Ik heb een onbezorgde jeugd gehad. Ik was, hoe zeg je dat, zijn oogappel. Zijn prinses.'

Bloeme Keilson is programmamaker voor televisie, ze woont in Amsterdam met haar man en twee dochtertjes, Leila (6) en Hannah (5). Puur toeval, de naam van haar jongste, zegt ze: omdat ze het dagboek pas na haar vaders dood las, heeft ook zij nooit met hem gepraat over zijn geheime liefde. Op zijn beurt heeft hij nooit niets over de naam van zijn kleindochter gezegd. Bloeme: 'Het is wel ontzettend jammer dat we er nooit over gesproken hebben. Hij moet het prachtig hebben gevonden, maar ik heb hem er nooit naar kunnen vragen.'

Toen hij nog leefde, heeft ze nooit één van zijn boeken gelezen, zegt Bloeme. 'Eerst had ik geen interesse en later werd het een soort bijgeloof: zo lang ik niets van mijn vader lees, gaat hij niet dood.' Ze lacht: 'Het heeft heel lang gewerkt, hij is tenslotte 101 geworden.' Marita: 'Komedie in mineur heb je wel op je leeslijst gezet.' Bloeme: 'Ja, op mijn leeslijst. Daar heb ik dus hooguit het uittreksel van gelezen.' Ze vervolgt: 'Als puber boeit het je gewoon niet. Wie je ouders zijn en wat ze deden - het zal allemaal wel. Ik vond ze lief, maar ik wou soms dat het meer zoals bij anderen was bij ons thuis. Mijn ouders waren ouder, Duits - je wilt als kind nu eenmaal dat alles normaal is. Tegen mijn moeder heb ik me wel afgezet, hè mam? Maar met vader heb ik nooit ruzie gehad. Hij kon vreselijk goed luisteren, ook naar mijn vriendinnen, en met Paco, mijn man, was het ook meteen goed. Hij maakte met iedereen contact.'


Marita, literatuurwetenschapper, vertelt over haar vriendenkring, die voor een groot deel uit homo's bestaat, door haar promotieonderzoek naar homoseksualiteit in de literatuur. 'Al die homo's hier over de vloer, daar moest Hans in het begin aan wennen. Maar later trók hij ze naar binnen. Het voert te ver om te zeggen dat ik mijn vrienden aan hem ben kwijtgeraakt, maar iedereen was dol op hem.'

Té mild - daarvan werd Keilson beticht na de publicatie van zijn belangrijkste boek, In de ban van de tegenstander, in 1959. Hitler wordt daarin met B. aangeduid en de Joodse verteller onderzoekt in hoeverre B. en hij op elkaar lijken. Is er verwantschap? Hebben vijanden elkaar misschien nodig? In hoeverre is de Jodenhaat van de nazi's begrijpelijk als je ervan uitgaat dat die voortkomt uit angst? Die empathie voerde destijds te ver - nu is duidelijk dat Keilson zijn tijd ver vooruit was. Zijn hele leven is hij met de oorlog bezig gebleven. Hij specialiseerde zich in traumabegeleiding van Joodse kinderen die door de oorlog hun ouders waren verloren en behandelde tot op hoge leeftijd patiënten. Over het genezen van oorlogstrauma's, zei hij: 'Ik spreek liever niet in termen van genezen en geluk. Die patiënten moet je helpen toegang te vinden tot dat wat zo ontzettend pijn doet, pijn heeft gedaan. Die pijn is een realiteit in hun leven. Snapt u wat ik bedoel? Soms is het al heel wat als je over zulke dingen kunt praten.'

Dat kon haar vader dus, zegt Bloeme - ze vergeet nooit wat hij vertelde. 'Hij heeft zijn ouders niet in huis genomen omdat dat gevaarlijk kon zijn voor Gertrud en hun kind. Dat is het ergste wat een oorlog mensen aandoet: je leven lang schuldgevoelens houden, terwijl je geen schuld hébt. Een soort Sophie's choice is het, waarin een moeder moet kiezen tussen haar zoontje of dochter. Dat dát mensen wordt aangedaan, ook nu nog in oorlogen - dat komt steeds meer bij me binnen.'

Ballade van de aardse Jood verschijnt op 1 februari bij uitgeverij Van Gennep. prijs euro 9,90.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden