Interview Snelle

‘Het gaat zo goed met me, dat ik niet meer zou weten waarover ik moet rappen’

Lars Bos, alias zanger en rapper Snelle. Beeld Daniel Cohen

Van rapper naar zanger: het gaat hard met Snelle (24) uit Deventer. Een kennismaking: ‘Als je Mac Miller en Acda en de Munnik combineert dan krijg je Snelle.’

Natuurlijk, Snelle weet zelf ook wel dat hij anders is. Lars Bos (24), zoals hij echt heet, onderscheidt zich van veel andere rappers doordat hij een doodgewone jongen uit Gorssel is, vlak bij Deventer, die van doodgewone dingen houdt, en dus niet zozeer van drugs, geld, vrouwen of dikke horloges. Zijn label noemde hij Lieve Jongens. Je hoeft hem niet te vertellen dat dat slimme marketing is. 

Maar zeg niet tegen hem dat hij zich afzet tegen rappers, want dat is niet zo. Media vragen hem daar vaak naar, omdat ze dol zijn op fittie. Wie vind je kut? Noem namen! Maar Bos laat zich geen woorden in de mond leggen, hij houdt van al die jongens, zegt hij, hij is zelf alleen niet zo. Het zou toch raar zijn als hij, lieve jongen uit het oosten, heel erg straat zou gaan doen? 

‘Je hebt hier geen straten’, zegt hij, in een café op de Brink in Deventer. ‘Alleen zandpaden.’

Haast ongemerkt – althans, voor iedereen boven de 25 – groeide Snelle uit tot een van de populairste artiesten van het land. De eerste stap was begin 2018 een sessie bij 101Barz, het hiphopplatform van BNNVara. Daar rapte hij teksten als: ‘Mijn moeder heeft toevallig deze jas nog gepaidWat die rappers laten zien, het lijkt me allemaal fake.’ En: ‘Boek ons nu, jongen, de prijs stijgt. Ik ben slim en lillijk, Einstein.’

Het filmpje trok 3,5 miljoen views en lanceerde Snelle als artiest met wie de gemiddelde scholier in Nederland zich kan identificeren: nuchter, aardig, een gewone jongen met zelfspot. Een jaar later deed hij nog een 101Barz-sessie, ditmaal 4,5 miljoen keer bekeken, waarna zijn debuutalbum Beetje bij beetje uitkwam. Voortgestuwd door de hit Scars schoot de plaat omhoog in de hitlijsten, waar hij maandenlang bleef staan. 

Sinds deze week is zijn debuut voorbijgestreefd door zijn nieuwe album Vierentwintig, dat binnenkwam op 1 in de Album Top 100. Op zijn nieuweling laat Snelle een ander geluid horen. Hij rapt weinig, hij zingt vooral, geholpen door een beetje autotune. Het zijn gevoelige, optimistische en licht verteerbare popliedjes, vaak beginnend met gitaar of piano, met subtiele beats en refreintjes die je na één keer horen kunt meezingen.

Zijn nieuwe album wordt sinds zijn verschijning zo vaak beluisterd dat alle dertien nummers in de Spotify Top 50 Nederland staan, onder meer op plek 2, 3, 4, 6 en 9. Binnen 24 uur had Vierentwintig de gouden status gehaald. Gek was dat niet: er waren al meerdere nummers vooraf uitgebracht die hits werden. Zoals Lippenstift, met Marco Borsato en John Ewbank. Een opmerkelijke samenwerking, vooral ook omdat Marco Borsato meer profiteert van de populariteit van Snelle dan andersom.

Snelle doet zijn naam eer aan: niet alleen zijn succes dendert in een rotgang door, ook zijn ontwikkeling gaat hard. Voor je gewend bent aan de ongekunstelde, gevatte rapper is hij getransformeerd in zanger van liefdesliedjes. 

Snelle: ‘Mensen vergeten vaak dat je inspiratie moet hebben om te rappen. Boos zijn werkt het best. Maar ik ben nooit meer boos, het gaat fantastisch goed met me.’ Beeld Daniel Cohen

In je eerste 101Barz-sessie, het filmpje dat je doorbraak betekende, zei je nog stoer: ‘We gaan rappen en niet zingen. Is belangrijk.’

‘Tja, ik ben veranderd.’ Hij zucht. ‘Ik word er ook de hele tijd aan herinnerd in de comments onder nieuwe videoclips: Snelle rapt niet meer. Dan denk ik: ik weet niet of jij nog in dezelfde spijkerbroek loopt als twee jaar geleden, maar ik in ieder geval niet. Die uitspraak bij 101Barz is trouwens een beetje verkeerd geïnterpreteerd. Ik zong toen ook al, maar bij 101Barz moet je rappen en niet zingen, het is een platform om te laten zien hoe goed je kunt rappen.’

Je hebt een jaar geleden geroepen dat je klaar bent rappen. Waarom?

‘Ik heb een beetje spijt van die uitspraak. Het ligt genuanceerder. Ik vond het op een gegeven moment saai om drie minuten op een beat te rappen met van die typische hiphopsamples en -loops. Ik voelde me er ongemakkelijk bij en ik had het idee dat ik niets meer te vertellen had. Nu heb ik het plezier in rappen hervonden door meer als een singer-songwriter liedjes te maken en dan in het couplet 40 seconden te rappen.’

Hoezo had je het idee dat je niets meer te vertellen had?

‘Mensen vergeten vaak dat je inspiratie moet hebben om te rappen. Boos zijn werkt het best. Maar ik ben nooit meer boos, het gaat fantastisch goed met me, waar moet ik in hemelsnaam over rappen? Moet ik rappen dat ik hier een interview doe met de Volkskrant en dat ik een yoghurtje met fruit eet en een gemberthee drink? Daar gaat toch niemand naar luisteren?’

Het grote publiek maakte dit jaar kennis met Snelle door Reünie, zijn eerste nummer 1-hit. In het liedje vertelt hij dat hij vroeger vaak werd gepest, vanwege zijn schisis (hazenlip). Hij richt zich in de tekst rechtstreeks tot zijn oude pesters: ‘Bedankt voor de vlam, want die brandt nu als nooit tevoren. En zonder jou was er geen muziek, dus het geeft nu niet. Ja, natuurlijk ben je bang voor de reünie.’

Wist je meteen dat Reünie een hit ging worden?

‘Totaal niet. Het was de keuze van het label om die als single uit te brengen. Als jij minder wil rappen en meer wil zingen, zeiden ze, dan moeten we het wel tactisch aanpakken. Dan moet de luisteraar meegroeien. Zij dachten dat Reünie de beste opstap zou zijn naar nog meer zangliedjes. Nou, daar hadden ze gelijk in.’

En je zette ook meteen slim voor het grote publiek neer: dit is het verhaal van Snelle.

‘Zou kunnen, ja. Het is niet zo romantisch om te zeggen, maar Reünie is niet geheel autobiografisch. Ik ben wel begonnen met muziek maken in een periode dat ik niet goed in mijn vel zat, rond mijn 16de. Het was echt een soort therapie, hoe corny dat ook klinkt. Ik kon mijn worstelingen erin kwijt. 

‘Ik woonde destijds deels bij mijn vader en deels bij mijn moeder. Ik zat heel erg met mezelf in de knoop: wie wilde ik zijn? Ik was al niet populair en toen ik ging rappen werd ik natuurlijk helemaal een sukkeltje. Er is ooit een filmpje uitgelekt waarop ik, in het rookhok op school, aan het rappen was. Dat werd rondgestuurd op school. Iedereen lachte me uit. Het was ook niet heel goed.’ Lacht. ‘Het was gewoon kut.’

Snelle: ‘Ik ben begonnen met muziek maken in een periode dat ik niet goed in mijn vel zat, rond mijn 16de. Het was echt een soort therapie, hoe corny dat ook klinkt.’ Beeld Daniel Cohen

Waarom was rap de perfecte uitlaatklep?

‘Als ik muziek ging maken, moest het rap zijn, want dat was cool. Ik was fan van Eminem. Maar ik luisterde het meest naar de Amerikaanse rapper Mac Miller (vorig jaar overleden aan een overdosis, red.). Mijn hele stijl was op hem gebaseerd. Vans met hoge witte sokken, een brede broek, een oversized wit T-shirt en een snapback. Ik wilde hem zijn. Ik luisterde toen ook al veel naar Acda en de Munnik, die zijn buiten de hiphop m’n grootste inspiratie. Mac Miller had trouwens ook wel dat lievejongens-imago, realiseer ik me nu. Als je Mac Miller en Acda en de Munnik combineert dan krijg je Snelle.’

In april zat Bos met een groep producers en muzikanten een week in een huis in Friesland. Daar is driekwart van het nieuwe album opgenomen. ‘We zouden eigenlijk een bungalowtje huren, maar Beetje bij beetje was toen net uit en begon lekker te lopen. Dus opeens hadden we budget voor een villa. Boven hadden we daar een studio gebouwd. Beneden hebben we ook nog twee opname-booths gemaakt. En speakers neergezet, zodat producers daar tracks konden uitwerken, terwijl andere producers boven in de studio werkten.’

Als Bos praat over zijn nieuwe album, stijgt zijn enthousiasme hoorbaar. ‘Ik werk tegenwoordig altijd met sessiemuzikanten. Pianist en gitarist erbij. Dat is zo veel leuker dan met een beat werken die al af is. We maken eerst een halve pianoballad en dan gooi ik er een refrein op. Daarna gaan we kijken: moet het wel piano zijn of toch synthesizer?’

Waarom wilde je zo werken?

‘Ik wilde meer experimenteren met melodie. Ik hou bovendien gewoon heel erg van de klank van gitaar en piano. En ik ben me ook meer gaan verdiepen in het schrijven van liedjes, vooral door met andere goede songwriters te werken. Okke Punt bijvoorbeeld, met wie ik Reünie heb geschreven. En Matthijs de Ronden, hij schrijft voor onder anderen Nielson. En voor het nummer Lippenstift heb ik met John Ewbank in de studio gezeten. Op dat nummer is ook Marco Borsato te horen. Dat zijn wel gasten van wie je veel leert.’

Wat leer je dan precies?

‘Ik was op een gegeven moment heel veel lovesongs aan het schrijven. Maar dan werd het te lief en te slap en stond het dus net te ver van Snelle af. Ik kreeg toen de tip om om de acht regels een ‘giftige line’ te schrijven, even een sneertje, even iets spannends. En van John Ewbank heb ik geleerd hoeveel verschil woordjes als ‘als’, ‘wat’, ‘en’ en ‘want’ kunnen maken. Je kunt een zin daardoor veel beter laten lopen. Ik had het couplet van Lippenstift geschreven en toen ik dat met John ging nalopen, bleken het vier kleine blokjes van vier bars. Door woordjes toe te voegen als ‘en’, ‘want’ en ‘we’ werd het één lopend verhaal.

Hoe bedenk je melodielijntjes en refreintjes?

‘Als ik een sessie doe, moet ik met mensen in de studio zijn bij wie ik helemaal mezelf kan zijn, bij wie ik het prima vind om als een idioot rond te lopen. Ik ga ijsberen en melodieën neuriën. Iemand moet tokkelen op een gitaar. Ik zeg altijd tegen de gitarist: ‘Ik hoop dat je genoeg eelt hebt op je vingers, want ik heb een uur lang een tokkel nodig.’ Hij moet dan de hele tijd vier akkoorden herhalen en steeds een klein snaartje extra of iets anders erbij doen, waardoor ik telkens een nieuwe prikkel krijg. Dan ga ik ijsberen door de kamer. Vaak hoor ik de klinkers van een zin. Dus als ik een melodietje hoor van aaa-èè-aa-uu, dan zou ik een refrein kunnen hebben als (zingt in melodie): ‘Als je weggaat nu. En het echt lang duurt.’ Zo’n moment als er iets ontstaat is magisch. Een natural high. Niks is zo fucking lekker als dat.’

Kijk op fans

Op Instagram en Spotify kan Snelle heel precies zien wie zijn fans zijn. Hij laat op zijn telefoon de statistieken zien. Van zijn 341 duizend volgers op Instagram zit 13 procent in de leeftijdscategorie 13-17 jaar, 54 procent in 18-24 jaar en 21 procent in 25-34 jaar. Op Spotify is de demografie iets anders, daar is 29 procent 18-22 en, opvallend, 14 procent 45-59. ‘Maar dat zijn waarschijnlijk jongeren die op het account van hun ouders luisteren.’

Snelle: ‘Als ik een sessie doe, moet ik met mensen in de studio zijn bij wie ik helemaal mezelf kan zijn.’ Beeld Daniel Cohen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden