Het Franse ongemak met de wereld

Een Britse politicoloog legt de denkwijze van de Fransman uit. Het resultaat is geestig maar ook een beetje droevig, vindt Frankrijkcorrespondent Peter Giesen.

Beeld Louis MONIER / Getty

Vlak voor ze in 1944 in Normandië landden, kregen Britse militairen een handboek over de Fransman mee. 'De Fransen houden veel meer van intellectueel argumenteren dan wij', lazen ze. 'Je zult vaak denken dat twee Fransen verwikkeld zijn in een heftige ruzie, terwijl ze slechts debatteren over een of ander abstract punt.'

De Franse liefde voor de abstractie kwam onlangs weer aan het licht in het debat over de Grexit. Ik heb geen enkele Fransman horen zeggen: 'Geen cent meer naar de Grieken.' Franse denkers en politici geven de voorkeur aan prachtige vergezichten: de noodzaak van Europese solidariteit, de onmisbare plaats van Griekenland, wieg van de democratie, in de Europese waardengemeenschap. Dat heeft zijn voordelen: je zult een Franse politicus niet snel betrappen op een 'boekhoudersmentaliteit'. Het heeft ook nadelen: Fransen zijn meesters in het soeverein negeren van alle feiten die niet in hun abstracte bouwsel passen, de economische realiteit in het bijzonder.

How The French Think

De Britse politicoloog Sudhir Hazareesingh brengt de Franse denkwijze in kaart in zijn fascinerende, vaak geestige studie How the French Think. Als scholier op het eiland Mauritius keek hij graag naar het legendarische literaire programma Apostrophes. Hij zag presentator Bernard Pivot en schrijfster Marguerite Duras verwikkeld in een typisch Franse discussie over de vraag of goed en kwaad noodzakelijk waren. 'De uitwisseling was niet bijzonder diepzinnig en leidde evenmin tot een duidelijke conclusie. Maar het klonk allemaal zo geweldig', schrijft Hazareesingh.

Toch is het een beetje een droevig boek geworden. How the French Think beschrijft 'de mars van het moderne Franse denken van een zelfverzekerd, vaak stoutmoedig optimisme naar een stemming van toenemende introspectie, gemarkeerd door een gevoel van ongemak met de wereld en een sentimentele verknochtheid aan de helden en de glorie van het verleden.'

Sinds de revolutie van 1789 beschouwde Frankrijk zich als een baken voor de hele wereld. Het land van de Verlichting, van de rechten van de mens, van de soevereiniteit van het volk. De Franse waarden waren universeel: vroeg of laat zou elke wereldburger de facto Fransman worden. Dat zelfvertrouwen - niet-Fransen spraken ook wel van arrogantie - zou lang worden volgehouden. 'Neem Frankrijk van het toneel en een zekere manier om de problemen te benaderen is verloren. Alles wordt commercieel, administratief, praktisch', zei de socioloog André Siegfried na de Tweede Wereldoorlog. 'Frankrijk introduceert helderheid, intellectueel gemak, nieuwsgierigheid en uiteindelijk een subtiele vorm van noodzakelijke wijsheid.'

Een ander tijdperk

1980 is een keerpunt in het boek. Toen overleed Jean-Paul Sartre, de filosoof voor wie 'elke anticommunist een hond' was. Daarna veranderde het intellectuele leven van Parijs, aldus Hazareesingh. Niet alleen omdat Sartre een uitzonderlijke figuur was, maar ook omdat zijn linkse idealen hun symbolische weerklank hadden verloren. De wereld ging een ander tijdperk in, dat van de globalisering waarin Angelsaksische denkmodellen gingen domineren.

Sindsdien hebben de Franse denkers het moeilijk. Het Angelsaksische denken is gebaseerd op empirische gegevens, aldus Hazareesingh. Het Franse denken is veel speculatiever. Een verrijkend idee is abstract en algemeen, zei de Franse filosoof Julien Benda en 'hoeft niet rigoureus overeen te komen met de werkelijkheid'.

Bovendien draaide het Franse denken voor een belangrijk deel om de natiestaat. Dat gold voor de revolutionairen, voor de 19de-eeuwse republikeinen en voor de dominante stromingen uit het naoorlogse denklandschap, de marxisten en de gaullisten. De natiestaat fungeerde als drager van hoop en idealen, als de politieke kracht die abstracte ideeën over vrijheid, gelijkheid en broederschap in de praktijk moest brengen. De relatieve teloorgang van de natiestaat heeft Franse politici en filosofen, meer nog dan elders, van hun anker beroofd.

Sindsdien wordt het Franse denken steeds meer gekenmerkt door pessimisme en negativisme, aldus Hazareesingh. 'Achter de bombastische stijl gaat een knagende kwetsbaarheid van geest schuil', schrijft hij. 'Die manifesteert zich in een zekere defensieve houding, in een terloopse afwijzing van ideeën van buitenaf en vooral in de neiging om terug te vallen op stereotypen, negatieve fantasieën en complottheorieën.'

Pessimistische draai

Frankrijk sluit zich af voor de buitenwereld, stelt Hazareesingh. Rechtse denkers als Alain Finkielkraut en Eric Zemmour hebben aan het Franse universalisme een pessimistische draai gegeven. Zij geloven niet meer dat iedereen vroeg of laat de universele waarden van de Republiek zal onderschrijven. Veel moslims zijn daartoe niet bereid of in staat, denken zij.

Ook ter linkerzijde zien veel mensen een Frankrijk dat belaagd wordt door boze internationale krachten. Een filosoof als Alain Badiou gaat als vanouds tekeer tegen het kapitalisme. Volgens de linkse politicus Jean-Luc Mélenchon leidt eten bij McDonald's tot 'mensen met een verwoeste identiteit'.

Gebleven is het hoge abstractieniveau, aldus Hazareesingh. Franse denkers, van links tot rechts, doen weinig concrete voorstellen, onderbouwen hun stellingen nauwelijks met cijfers en schrijven liever over een schematisch voorgestelde botsing van waarden - broederschap versus kapitalisme, Republiek versus islam.

Ondanks al deze kritiek wekt How the French Think begrip voor Frankrijk. Het is gemakkelijk om meewarig te doen over 'de Fransen' die zich maar niet willen aanpassen aan de globalisering, als je uit een land komt waarvan de ideeën dominant zijn geworden (VS, Groot-Brittannië) of uit een kleine handelsnatie die zich altijd al moest aanpassen. Frankrijk is een groot, oud land met een sterke cultuur en een glorieus verleden. Moet het zich aanpassen ten koste van zijn eigen identiteit of vasthouden aan zijn eigen identiteit op het gevaar af irrelevant te worden?

Als vriend van Frankrijk eindigt Hazareesingh met een troostrijke gedachte: 'De Fransen zullen het intellectueelste van alle volkeren blijven, ze zullen elegante en geraffineerde abstracties over de menselijke conditie blijven produceren.' Een eeuwenoude cultuur van eruditie kan nooit zomaar verdwijnen, getuige de boeken van Houellebecq, Piketty, Karine Tuil of Emmanuel Carrère.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden