'Het ergste is als mensen je moedwillig demoniseren'

Een serie over mensen bij wie het leven op de kop staat. Esther Voet was twee jaar directeur van het CIDI en dan 'moet op je woorden letten'. Nu is ze teruggekeerd in de journalistiek. 'Als journalist ben je vrij.'

Beeld Peter van Hal

Het had gekund dat voormalig directeur Esther Voet (51) door de breuk dit voorjaar met het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) knock-out was gegaan. Ruim twee jaar verwaarloosde ze zichzelf, haar huis en familie voor wat wel wordt genoemd 'de moeilijkste baan van Nederland'. Maar bij de pakken neerzitten past niet bij Voet.

Ze is druk met het opzetten van twee nieuwe banen tegelijkertijd: columnist en redacteur van het liberale online-opiniemagazine Jalta en hoofdredacteur van het Nieuw Israëlietisch Weekblad (NIW). De eerste NIW's zijn onder haar leiding van de persen gerold. Opgetogen constateert ze dat ze 'met beide benen weer totaal in de journalistieke modder staat'.

Ze wijst op een primeur in het NIW over een joods equivalent van de haatimam. 'Haatrabbijn Yosef Mizrachi gaf vorig weekeinde lezingen, onder andere in het gebouw van de joodse scholengemeenschap Maimonides. Die rabbijn zegt de meest gestoorde dingen op YouTube. Dat je kanker krijgt omdat je niet vroom genoeg bent, dat homo's dubbel in de kast moeten blijven en dat het in Iran, wat homo's betreft, veel beter is dan hier. Niemand die hem erop aansprak.'

'Van haar voetstuk gevallen'

Esther Voet stapte op 31 mei op bij het CIDI, het Centrum Informatie en Documentatie Israël. Of, zoals ze het verwoordde in een zelf-interview in NRC: Voet viel van haar voetstuk. Het bestuur vond haar te uitgesproken en ze had een verschil van mening over de te volgen koers. Meer kan ze er niet over zeggen: 'Dat hebben we onderling afgesproken.'

Vorige week woensdag werd bekend dat Hanna Luden, lid van de buitenlandcommissie van de PvdA, haar per 1 september opvolgt bij het CIDI. Voet: 'We zijn heel verschillende types. Grappig om te zien. Ik denk dat zij het CIDI meer in de richting zal sturen van een kennisinstituut, minder politiek wil bedrijven. Ik wens haar veel succes met die loodzware baan.'

Een maand na de breuk met het CIDI stapte Voet de NIW-redactie binnen. 'Ik was er drieënhalf jaar niet geweest. Een paar technische dingetjes zijn veranderd, verder voelde het ontzettend vertrouwd: het blaadje maken, dat creatieve, zo van: wat doen we met de cover? Het was weer ouderwets.'

Haar overstap naar Jalta was al beklonken nog voor haar ontslag wereldkundig werd. In de overgangsperiode kreeg ze een prachtbaan aangeboden in New York, maar die sloeg Voet af. 'Ik wil niet naar New York, ben te verknocht aan Nederland. Ik ben alleenstaand, ken daar heg noch steg. Ik ben er een paar keer geweest en verzuip er altijd. Ik denk dat ik daar te eenzaam zou zijn geweest. Dit soort beslissingen neem ik met mijn buik.' Die vertelde haar dat ze weer de journalistiek in moest. 'Als journalist ben je vrij. Als CIDI-directeur moet je op je woorden letten.'

Dat ze naar Jalta zou gaan, wist ze al toen ze nog bij het CIDI in dienst was. Hoofdredacteur Joshua Livestro en medewerker Bart Schut zijn vrienden van haar. Ze zitten met elkaar in een Triviant-clubje. 'Zij zeiden: zou je niet voor ons willen schrijven?' Ze wist ook dat Maurice Swirc per 1 juni bij NIW zou vertrekken. In april had ze al gesprekken gevoerd over een hernieuwd hoofdredacteurschap.

Met NIW en Jalta blijft Voet speler in het fel gepolariseerde debat over Israël, jodendom, het Midden-Oosten en de islam. Een bij tijd en wijlen 'giftig debat', heeft ze het afgelopen jaar ervaren. Ze is veelvuldig uitgescholden, zo noemde rapper Appa haar 'Esther StinkVoet'. Voet: 'Het ergste wat ik heb meegemaakt is dat mensen je wegzetten als kindermoordenaar, als wreed, een havik. Dat je moedwillig wordt gedemoniseerd.'

Gedecideerd: 'Ik heb echt een hoop vuil over me heen gekregen. Maar ik wil absoluut niet klinken als een slachtoffer. De agressie die is bovengekomen en die klaarblijkelijk onder hele volksstammen leeft, is iets waar wij ons als hele maatschappij zorgen over moeten maken.

'Toen ik twee jaar geleden directeur werd van het CIDI, had niemand kunnen bevroeden dat de situatie zo zou verslechteren. Die grimmigheid is begonnen in mei 2014 met de aanslag op het Joods Museum in Brussel, of eigenlijk al in 2012 met de schietpartij bij een joodse school in Toulouse. En dan Islamitische Staat, Charlie Hebdo en de supermarkt, Kopenhagen, vorig jaar de Gaza-oorlog.'

Beeld Marco Okhuizen

U had ook kunnen kiezen voor de terugkeer naar de lichtvoetige journalistiek, waarmee u uw carrière bent begonnen.

Ze lacht uitbundig. 'Dat vind ik nou een prachtige uitdrukking. Ik ben niet begonnen met lichtvoetige journalistiek, maar in de sportjournalistiek. Ik houd van schaatsen, voetbal en wielrennen.' Voet werkte twee jaar, van 1987 tot '89, voor roddelkoning Henk van der Meijden voor de pagina Privé in De Telegraaf en stapte vervolgens over naar Story.

'16 was ik toen ik aanklopte bij De Typhoon. Ik wilde schaatser Eric Heiden, die vijf gouden plakken had gewonnen tijdens de Olympische Spelen in Lake Placid, interviewen. Vooral omdat Mart Smeets zei dat hij zo goed werd afgeschermd en niemand hem te spreken kreeg. Soms haal ik dingen in mijn hoofd: dat zullen we weleens zien.'

Heiden kwam naar Thialf en Voet kreeg hem te spreken. Ze was nog te jong voor een serieuze baan in de journalistiek. Via een lange omweg kwam ze in 1987 binnen bij Van der Meijden, die een secretaresse zocht.

'Na zes weken ging Henk naar China om het Chinese staatscircus aan te trekken en toen heb ik gevraagd of ik zijn pagina mocht vullen. Ik mocht mijn gang gaan, zolang ik zou overleggen met Jan Langereis, toenmalig hoofdredacteur van De Telegraaf. De rest is geschiedenis.'

De steviger kant van de journalistiek heeft haar altijd getrokken, benadrukt Voet. 'Tijdens mijn Story-periode ben ik voor Nieuwe Revu undercover geweest voor een verhaal over Hitler-aquarellen die werden aangeboden.'

Door de aanslagen die u net opsomde zou je een groeiende sympathie voor joden verwachten. Ziet u die?

'Er zijn veel meer incidenten dan alleen de aanslagen die het nieuws halen. Over het algemeen worden mensen vermoord om wat ze doen of denken. De enige slachtoffers die vallen om wie ze zijn, zijn joden. Ik denk dat mensen dat ook wel zien en dus ook sympathie hebben.

'Tegelijkertijd is vorig jaar een schisma ontstaan in de samenleving. Je bent een goede of een slechte jood. De goede is degene die acties in Gaza volmondig veroordeelt. Ik heb van joodse vrienden gehoord dat ze bij etentjes eerst door een soort ballotage moesten. Ze moesten de acties van Israël volledig afwijzen.'

Dat gebeurde voorheen niet?

'Ook wel, maar nu wordt het heel erg. Het eerste waar mensen over beginnen te brullen is Israël. Als je daar maar stevig genoeg afstand van neemt, word je geaccepteerd. Als je zegt: wacht even, Israël heeft het recht zichzelf te verdedigen, volgt demonisering. De onwetendheid is stuitend. Ook bij politici en mensen van wie je het niet verwacht: bij journalisten. Die leven in principe bij de waan van de dag. Vaak is er geen enkele context, het nieuws wordt nauwelijks geduid.'

U blijft tegenwicht bieden, als een roepende in de woestijn?

'Wij Joden zijn met weinig, dertigduizend in Nederland. We vullen nog niet eens de Arena. Dus leg je het af op de sociale media, die een enorme polariserende invloed hebben op het debat. Mensen denken dat Joden 10 procent van de wereldbevolking uitmaken, in wezen is dat zo'n 0,03 procent. Er wordt ons veel meer macht toebedeeld dan we hebben. Dat is gevaarlijk. Daarom zeg ik: voor een instantie als het CIDI, maar ook voor vooraanstaande figuren in de Joodse gemeenschap, is het een plicht een tegengeluid te laten horen.'

In januari, kort na de aanslagen op Charlie Hebdo in Parijs, pleitte Voet, samen met jongerenwerker Ibrahim Wijbenga, in de Volkskrant voor het samen optrekken van joden en moslims in de strijd tegen haatzaaiers. Beiden kwamen stevig onder vuur te liggen, vooral ook vanuit eigen kring. Toch wil Voet bruggen blijven slaan naar de moslimgemeenschap, al is dat nog zo frustrerend en moeizaam.

Ze is niet erg onder de indruk van initiatieven als het in 2014 uiteengespatte Joods Marokkaans Netwerk Amsterdam (JMNA) en Salaam-Shaloom, dat daarvoor in de plaats is gekomen.

'De grote uitdaging is vanuit de kern van je gemeenschap de discussie aangaan. De mensen die bij JMNA zaten, verkeren aan de linkerkant van het spectrum. Dan ben je een randverschijnsel. Dat geldt ook voor de moslimkant. Het zijn kleine clubjes in de periferie.

Beeld Peter van Hal

Collodium-fotografie

De foto is gemaakt volgens het collodiumprocedé. Bij die methode, daterend uit de periode 1850- 1880, wordt ter plekke een aluminiumplaat of glasplaat gecoat met een laagje zilver. Daarop wordt de foto genomen. Het is een bewerkelijk en moeilijk procedé dat de laatste jaren weer in opkomst is.

'Ik vind dat je zowel als individu als bevolkingsgroep moet proberen tot elkaar te komen. Als jood en zionist moet ik geaccepteerd kunnen worden door een religieuze moslim en andersom. Dan hoef je het niet met elkaar eens te zijn. Maar laten we onszelf niet verloochenen, omdat we elkaar zo graag tegemoet willen treden. Want dan spelen we vals.

'Wat telt is dat ik zoals vorig jaar gebeurde, midden in die hele toestand in de Schilderswijk, contact kan hebben met jongerenimam Elforkani. Dan hoef ik het niet eens te zijn met zijn visie op het Midden-Oostenconflict. Hij respecteert mij en krijgt van mij respect, dat is de kern.'

Wordt u geraakt door kritiek uit de joodse gemeenschap zelf?

'Ach, ik denk: laat de honden maar blaffen, de karavaan trekt verder. Men hoeft het niet met mij eens te zijn. Ik weet waar ik sta, ken mijn eigen nuance.

'Zo ben ik voor de tweestatenoplossing in het Midden-Oosten en tegen de Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Als ik in de Knesset spreek, eind juni nog op eigen titel, dan neem ik geen blad voor de mond. Ik was daar met een vertegenwoordiging van Joden uit allerlei Europese landen. Wat opvalt is dat 95procent van hen zo langzamerhand tot een geriatrische instelling behoort.

'Joden blijven te lang aan het pluche hangen. Er wordt ook te veel geklaagd: wij arme Joden in Europa. Je ziet hier en daar nog een gettomentaliteit. Daar gaan we het niet mee redden. De Europese Joden zullen mondiger moeten worden, naar buiten moeten treden. Er zijn er nog 2 miljoen in Europa.'

Velen zijn bang, houden hun mond, of vertrekken uit Europa. Waar haalt u de kracht vandaan door te gaan?

'Ik ben een geboren optimist. Het leven is een feestje. Vroeger had ik de spreuk: 'Fighting for what's right makes life worth living.' Inmiddels heb ik geleerd dat rechtvaardigheid een breed begrip is. Ik gebruik haar niet meer. Mijn leuze nu is: 'Wie niet in wonderen gelooft, is geen realist.' Die is van David Ben Goerion.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden