Het eeuwige volk kent geen angst

In Israël moet iedereen na school het leger in. Ook in het debuut van de jonge Shani Boianjiu

Persis Bekkering

Een M-14 machinegeweer is dodelijker dan een M-16. Dat leert Yael je, de puberale wapeninstructeur in het debuut van Shani Boianjiu, Het eeuwige volk kent geen angst, een roman met de structuur van een verhalenbundel, met personages die allemaal verwikkeld zijn in Israëls oorlogsmachine. Behalve Yael volgen we Lea en Avishag, haar vriendinnen van de dorpsschool vlak bij de Libanese grens. Na de middelbare school worden ze opgeroepen voor de dienstplicht, zoals iedereen in Israël.

De meisjes zijn dan pas 18; jongens, seks en populair zijn, dat is waar je je op die leeftijd druk over maakt. In een omgeving van granaatwerpers en controleposten heeft dat een bevreemdend effect. Boianjiu beschrijft met de pen van een bakvis een land waar alles altijd in het teken staat van oorlog. Raketaanvallen, zelfmoordaanslagen - het zijn slechts probleempjes van alledag. Of die officier jou wel aantrekkelijk vindt, dát is wat telt.

Het drama onder die oppervlakte slaat daardoor des te harder in - vooruit, als een bom. Boianjiu doseert haar verhalen met bewonderenswaardige controle - tot op pagina 235. Het laatste deel van het boek is een vreemd aanhangsel, waarin het aanvankelijk prettig absurdisme doorslaat in ongeloofwaardigheid, en alle ontroering verdwijnt. Dat is zonde, maar Boianjiu (1987) heeft nog een hele schrijfcarrière voor zich. Het volgende boek kan écht groots worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden