Het Eeuwige Leven: Guus Houtzager (1955-2018)

Guus Houtzager schreef, maar was geen succesvol auteur. Dat ontmoedigde hem geenszins. 'Ik denk dat hij te bescheiden was.'

Schrijver Guus Houtzager. Beeld RV

In 1996 gaf De Bezige Bij de roman De rode steen van Guus Houtzager uit. 'Pieter Waterdrinker, die hij kende van een vakantie in Italië, zei stikjaloers te zijn', zegt conservator Dick Welsink van het Literatuurmuseum in Den Haag. 'Maar waar Waterdrinker nu een succesvol auteur is, met boeken als Tsjaikovskistraat 40, lukte dat Houtzager niet.'

Hij maakte wel bijzondere werken, zoals De haren van Jeanette, een roman op rijm geïnspireerd door Jevgeni Onegin van de Russische auteur Aleksandr Poesjkin. Zijn echtgenote Janneke zegt dat hij vooral 's nachts werkte aan zijn eigen boeken. 'Overdag vertaalde hij. 's Avonds ging hij dan zelf schrijven. Meestal tot 2 of 3 uur in de nacht. Hij had veel energie.' Als gitarist trad hij op met zijn groep The Montycoats in Paradiso. Hij speelde ook mee in een toneelstuk van Wim T. Schippers.

In 2011 werd bij Houtzager darmkanker vastgesteld. Chemotherapie was effectief, maar na de behandeling trilden zijn handen. Dat ging van kwaad tot erger; Houtzager bleek een agressieve vorm van de ziekte van Parkinson te hebben. Hierdoor kon hij uiteindelijk niet meer lopen en voorwerpen niet meer herkennen. Hij overleed op 31 maart in Eindhoven, waar hij de laatste zeven jaar weer woonde. Hij was 62 jaar oud.

Wandelende encyclopedie

Houtzager werd geboren in Eindhoven, in een gezin van drie kinderen. Zijn vader was gymnastiekleraar, die als kogelslingeraar naar de Olympische Spelen van 1936 en 1948 was geweest. Ook zijn moeder gaf gymnastiekles. 'Als kind hoorde hij vaak hoe mensen uit het wandrek vielen of struikelden over de brug en blessures opliepen. Zelf had hij helemaal geen trek om aan sport te gaan doen', zegt Janneke. Hij ging Nederlands studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Daarna gaf hij enige tijd les aan een middelbare school, maar hij had een hekel aan het schoolsysteem en gaf er al snel de brui aan.

Een vriend die bij uitgeverij De Lantaarn werkte vroeg hem of hij werk van buitenlandse auteurs wilde vertalen. Dat ging hij doen, hoewel hij toen al de ambitie had zelf schrijver te worden. In 1990 debuteerde hij met de verhalenbundel Het glazen oog. Zes jaar later verscheen De rode steen. Vele boeken volgden, zoals De haren van Jeanette en een trilogie over de onverzettelijke helden van de oudheid. Houtzager was expert in de Griekse mythologie en maakte daar een encyclopedie over.

Hij maakte ook prentenboeken voor kinderen samen met zijn vrouw. 'Hij schreef de teksten voor mij en maakte er schetsen bij. De volgende dag werkte ik die tekeningen uit tot prenten', zegt zijn vrouw. In 2012 verscheen hun eerste kinderboek Hoe Beer leerde vliegen. Zijn laatste boek, Beer en de winterslaap van Alleseter, verscheen vlak na zijn dood.

Gevoel voor humor

Hij vertaalde de biografieën van Voltaire en Leni Riefenstahl en werken van de sinoloog Jonathan Spence en de etholoog Frans de Waal. 'Een wandelende encyclopedie', zo beschrijft zijn vrouw hem. Dat hij als schrijver het succes niet kon afdwingen, ontmoedigde hem niet. Welsink: 'Ik denk dat hij te bescheiden was. Wie als auteur succesvol wil zijn, moet lawaai kunnen maken.'

Volgens zijn vrouw bleef hij ook toen zijn ziekte verergerde optimistisch, en behield hij zijn humor. 'Omdat hij op het einde moeilijk kon zitten en steeds schuin wegzakte, ging een goede vriend op de bank naast hem zitten, een arm om hem heen geslagen. Op mijn uitspraak 'wat zitten jullie daar gezellig' reageerde Guus meteen met : 'we zijn aan het flikkervlooien'.'

Houtzager had zelf geen kinderen, maar zag het kind van zijn vrouw als zijn eigen kind.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.