Het echte Nederland heeft geen museum

Nederland blinkt uit in het ontwerpen en maken van gebruiksvoorwerpen, vindt Aaron Betsky. Daarom wordt het tijd voor een nationaal museum waar die producten bij elkaar worden gebracht en te zien zijn....

Ze zeggen dat Nederland een slecht geheugen heeft. Misschien komt dat doordat we naar grote verhalen zoeken. Misschien moeten we de herinneringen vinden in de kleine dingen die we dagelijks gebruiken: in onze meubels, onze tapijten,onze postzegels en onze auto's.

Een land dat goed ontworpen belastingformulieren heeft, een land met gele treinen, een land met strak vormgegeven koffiezetapparaten en Perzische tapijtjes op de tafel, zo'n land vind je nergens anders. Zo'n land heeft verhalen te vertellen.

Laten we een voorbeeld nemen aan Engeland. Ga een keer naar het Victoria & Albert Museum, opgericht in het midden van de 19de eeuw met de ondersteuning van Koningin Victoria en haar echtgenoot, Prins Albert, om te laten zien wat de Engelse fabrieken zouden moeten maken als ze een goed en welvarend land wilden helpen bouwen. Inmiddels is het de schatkist van het dagelijks leven van dat voormalige imperium.

Op de textielafdeling vond ik kant uit de Middeleeuwen, kant uit een klein dorpje in York, kant uit Brugge, satijn uit China; het ene monster na het andere verscheen in eikenhouten laden die ik, alleen op een doordeweekse middag in de donkere zaal, rustig kon opentrekken. Ik begon me een beeld te vormen van een land dat dit allemaal kon maken, kopen of roven. Hier lag het echte Engeland.

Gelukkig hoef je dat beeld in het V & A, zoals het museum wordt genoemd, niet zelf te verzinnen. Twee jaar geleden zijn de British Galleries 1500-1900 geopend. De kasten en knopen, bestek en beeldhouwwerken, portretten en speelgoed, zorgvuldig opgesteld en duidelijk uitgelegd, geven een beeld van het dagelijks leven, maar je ontdekt ook een gezamenlijke cultuur die uit al deze stukjes en beetjes van gebruiksvoorwerpen is gemaakt. Loop een uurtje door deze zalen heen en je snapt Engeland.

Er zijn veel van dit soort musea, overal in de wereld, maar niet in Nederland. Natuurlijk kun je in het Rijksmuseum, als het straks weer open is, mooi zilver vinden en bij het Haags Gemeentemuseum is een schitterende collectie aardewerk te bewonderen. Bijna elk zichzelf respecterendmuseum heeft wel een collectie kunstnijverheid of toegepaste kunst, maar de namen zeggen het al: het is geen echte kunst. Het handwerk of resultaat van massaproductie is ondergeschikt aan de afdelingen 'schone kunst'.

Wat Nederland nodig heeft is een V & A. In plaats van de beoogde Boulevard van de Geschiedenis, waar met veel technologie de stemmen uit het verleden worden nagebootst om ons te vertellen wat belangrijk was en is, moet er een plaats komen waar je kunt zien wat er in dit land is gemaakt en hoe dat een gemeenschappelijke cultuur heeft voortgebracht. Als je snapt hoe een bedstee in elkaar zit, hoe Hollands zilver is gebruikt, of hoe spiegels, kaarten en schilderijen samen in een interieur uit de Gouden Eeuw hingen, dan begrijp je meer van Nederland dan wanneer je moet leren over de zeeslagen uit het verre verleden.

Daarbij komt dat Nederland in de afgelopen eeuw uitblonk in het maken van alledaagse dingen en beelden. Van de postzegels tot de plastic dozen die je bij de HEMA koopt; bijna alles in het dagelijks leven in Nederland ziet er veel beter uit dan in de meeste andere landen. Zelfs de verpakkingen van de huismerken bij de supermarkten blinken uit door hun zorgvuldige en mooie ontwerp. Als Nederland zich wil onderscheiden en trots wil zijn op wat het heeft bereikt, dan kan dat met en door de vormgeving van het dagelijks leven.

Als het gaat om de omgeving waarin die objecten en beelden normaliter te vinden zijn, heeft Nederland het goed voor elkaar. Met het Nederlands Architectuurinstituut heeft dit land het grootste architectuurmuseum in de wereld. Als je goede voorbeelden van traditionele bouwkunst en interieurs in het echt wil zien, kun je ook naar het Openluchtmuseum in Arnhem gaan. Maar verder zijn de verzamelingen vormgeving van Nederland verbrokkeld en verspreid. Ook al komt er een specifieke instelling voor de grafische vormgeving, De Beyerd in Breda, dan nog zal dat geen nationaal instituut worden. De collecties grafiek blijven gewoon in Amsterdam, in Utrecht en in particuliere collecties zoals het Affichemuseum, laat staan dat het grafisch werk in deze collecties in verband wordt gebracht met de dingen die ze probeerden te verbeelden of te verkopen.

Stel je een museum voor, ergens in Nederland, op maximaal een uur reisafstand voor de meeste burgers van dit land. Je loopt er binnen, en je ziet bijvoorbeeld het verhaal van de PTT, van de postzegels tot de interieurs van de postkantoren. Je ziet de geschiedenis van Nederlands tafelzilver, van de Middeleeuwen tot vandaag, als onderdeel van een tentoonstelling over hoe Nederlanders eten. Je ziet een tentoonstelling over mobiliteit, van de koetsen van de koninklijke familie tot de 'hondenkoppen' van de NS en de fietsen van Batavus. Je ziet hoe Rietveld een simpele stoel probeerde te maken die iedereen kon kopen en hoe architecten die gebruikten als de bouwsteen voor een nieuwe woonwereld. Je kunt er zien waarvan Nederland is gemaakt.

Stel, je bent migrant. Je woont al een paar jaar in Nederland en je moet inburgeren. De taal begint al een beetje te vlotten, maar je snapt niet waarom die kaaskoppen nu zo leven, wat ze mooi vinden, wat hun normen en waarden zijn. Als je naar dit museum zou komen, dan zou je zien hoe in Nederland een cultuur is opgebouwd waarmee en waarin jij nu ook moet leven.

Het lijkt mij dat de investering in zo'n museum veel zou kunnen betekenen voor het verankeren van Nederlands zelfbewustzijn gebaseerd op herinnering en tegelijkertijd met een open houding jegens vreemde vormen en nieuwe technologieën.

De overheid moet het voortouw nemen, en de verschillende bestaande instellingen moeten de handen ineenslaan. Misschien dat Willem-Alexander en Máxima er ook hun naam aan willen geven: het W & M Museum zou een mooie aanwinst zijn voor het culturele en sociale landschap van Nederland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden