TheaterrecensieKinderen van Nora

Het door Robert Icke bedachte vervolg op Ibsens Poppenhuis is psychologisch gemakzuchtig ★★☆☆☆

De simplistische boodschap van Kinderen van Nora slaat Robert Ickes voorstelling dood. De spelregie doet twijfelen aan Ickes capaciteiten als regisseur. 

Claire Bender als Nora en Aus Greidanus Jr. als Torvald in ‘Kinderen van Nora’.Beeld Jan Versweyveld

Wat gaat er toch mis met Kinderen van Nora? En dan bedoel ik niet: wat gaat er mis met de kinderen van Nora, want dat is maar al te duidelijk. Maar de voorstelling met die titel, de eerste grote ITA-première sinds de corona-uitbraak, wil helaas maar geen aangrijpend toneel worden.

Het uitgangspunt is nog spannend: neem een grote, invloedrijke toneelklassieker (Ibsens Een poppenhuis uit 1879) en probeer te bedenken wat er gebeurde nadat het doek viel. Of: nadat de deur dichtsloeg. Want zo eindigt Ibsens toneelstuk, met de beroemdste dichtslaande deur uit de cultuurgeschiedenis: Nora Helmer trekt hem resoluut achter zich dicht en laat zo haar man en kinderen achter, op weg naar haar eigen leven. Het stuk had dankzij deze plotwending zo’n invloed op de vrouwenbeweging, dat het is opgenomen in de Werelderfgoedlijst voor documenten.

De jonge Britse regisseur Robert Icke, vaste gastregisseur bij Internationaal Theater Amsterdam, heeft zich afgevraagd hoe het daarna verder ging met Nora, Torvald en hun kinderen. Dat werkt hij uit in een nieuwe tekst, die verrassend weinig nieuwe inzichten brengt, en zelfs geregeld in clichés vervalt. Goed, Nora werd een succesvol schrijver, mooi. Maar wat betreft het lot van de kinderen schiet Ickes fantasie nogal tekort. Even zien, wat denkt u? Je moeder verlaat je als je nog een kind bent, en dan? Verdriet, woede, verbittering? Check. Bindingsangst? Verlatingsangst? Icke vinkt keurig alle lemma’s af uit het eerstejaars handboek psychologie. En hij voegt er nog wat perversiteiten aan toe (plasseks, minderjarigen) want zo hoort dat, in de kunst.

In een monumentale, modernistische villa in beklemmende grijstinten zien we eerst het laatste deel van Ibsens Poppenhuis. We zien hoe Nora (Claire Bender) zich klein maakt en een kinderstemmetje opzet om haar man te behagen. Zij gedraagt zich als een bevallig prooidiertje, hij is de bronstige jager – het is bijna ondraaglijk om aan te zien. Het is een sterk begin, omdat je Nora haar ontsnapping en zelfontplooiing van harte gunt, ondanks de levenslange pijn die haar vertrek bij haar kinderen teweeg brengt.

Maar als we die kinderen op latere leeftijd terugzien, gaat het mis. De uitwerking van hun emotionele schade is kinderlijk schematisch. Dochter Emilia (Marieke Heebink) blijft een leven lang hunkeren naar de liefde van haar afwezige moeder. Heebink speelt haar grotendeels, met al haar evidente schwung en charme, in één en hetzelfde register: dramatisch, op het hysterische af. Haar Emilia is onverantwoordelijk, drammerig, behoeftig, zelfdestructief en eerlijk gezegd behoorlijk onuitstaanbaar.

Steven van Watermeulen als zoon Ivar speelt de andere variant, al even consequent in dezelfde kleur: een verbitterde, ijskoude man op slot, die alle geloof in liefde heeft uitgebannen. In die rolopvatting beweegt Van Watermeulen stijfjes over toneel en spreekt in norse, staccato zinnetjes. Het doet twijfelen aan Ickes capaciteiten als spelregisseur: wat een verspilling van kwaliteit.

Erger nog is Ickes gemakzuchtige omgang met de psychologie. Zou het niet allemaal veel gecompliceerder zijn? Zouden kinderen die zoiets overkomt niet verward raken in een kluwen van tegenstrijdige emoties? Woede enerzijds, de eeuwige behoefte aan liefde anderzijds, pogingen tot rechtvaardiging, vergeving en verzoening, verdriet, gemis, zelfveroordeling, enzovoort. En dat vaak allemaal tegelijk. Ickes interpretatie ontbeert die complexe dynamiek. En over de motieven en gevoelens van Nora zelf komen we ook al bitter weinig te weten.

Dit gebrek aan subtiliteit, raffinement en nuance slaat de voorstelling dood. Zeer node gemist worden bovendien een beetje lucht, variatie, humor en dynamiek. Icke laat onder elke scène dreinerige minimal music spelen, en herhaalt het geluid van een dichtslaande deur zo vaak dat het potsierlijk wordt. Voortdurend bezigen Emilia en Ivar zinnen die ze hun ouders hebben horen zeggen, waarmee Icke de al te simplistische boodschap (ja, ze zijn levenslang getraumatiseerd door hun jeugd) nodeloos onderstreept.

Met Kinderen van Nora heeft Robert Icke uiterst complexe, geraffineerde psychologische thematiek gekozen, maar hij maakt er met louter grote gebaren een (niet al te beste) Griekse tragedie van. Wat resteert is een levenloos sjabloon van kwaliteitstoneel.

V.l.n.r: Minne Koole, Steven van Watermeulen, Marieke Heebink en Joep Paddenburg in ‘Kinderen van Nora’.Beeld Jan Versweyveld

Kinderen van Nora

Theater

★★☆☆☆

Door Internationaal Theater Amsterdam. 

Regie Robert Icke, met Marieke Heebink, Steven Van Watermeulen, Minne Koole e.a.

9/9, ITA, Amsterdam. T/m 26/9.

Wie is Robert Icke?

De pas 33-jarige regisseur Robert Icke geldt als de grote belofte van het Britse toneel. Hij maakte naam met eigenzinnige bewerkingen van klassiekers als Romeo en Julia, Maria Stuart en de Oresteia, die hij omwerkte tot een rechtbankdrama. Voor die regie ontving hij in 2016 een Olivier Award, als jongste regisseur ooit. Zijn Oresteia was te zien op West End, en zal zodra dit weer kan ook Broadway aandoen. Eerder maakte Icke bij Internationaal Theater Amsterdam een hedendaagse versie van Sophokles’ Oedipus, met Oedipus als een politicus in verkiezingstijd. De Volkskrant schreef dat die voorstelling wel héél erg deed denken aan het werk van Ivo van Hove en Jan Versweyveld. Als ‘Ibsen Artist in Residence’ is Icke als vaste gastregisseur aan het gezelschap verbonden. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden