Reportage

Het doel heiligt de gekkigheid

Waren de modeweken vroeger nog voor het presenteren van nieuwe trends, tegenwoordig staat het imago van het merk voorop. Hierdoor is het modebeeld diffuser dan ooit, maar de kleur is terug.

Givenchy gaat voor de jaren zeventigBeeld Team Peter Stigter

Het is beslist gewaagd, een buitenshow in oktober, glimlachte een van bezoekers zondagavond tijdens de Givenchyshow. Bijna iedereen die langs de in een vierkant opgestelde catwalk in de tuin van het natuurhistorisch museum zat, had een zilverkleurige isolatiedeken omgeslagen. Daarmee was de setting van de Givenchyshow de meest sprookjesachtige van de week. In Parijs wordt nog tot en met woensdag de vrouwenmode voor volgend jaar zomer getoond: een kleine honderd shows in negen dagen.

De Givenchyshow haakte in op een trend die nu al op straat te zien is en die afgaande op de shows nog wel even doorzet: de jarenzeventigrevival. Veel oranje, bruin en bordeauxrood. Strakke broeken met wijd uitlopende pijpen en kleurrijke jurkjes met puntige kragen (foto boven). Vooral die kragen, die de jurken een zedig tintje gaven, waren een goede zet. Hoofdontwerper Riccardo Tisci houdt van sexy en uitdagend en gaat prat op een nauwsluitende pasvorm, maar soms schiet hij uit en wordt zijn werk ronduit ordinair. Dat maakt hem geliefd bij Kim Kardashian, een van de belangrijkste ambassadeurs van het merk, die in een wit kanten niemendalletje op de eerste rij zat. Maar de 89-jarige Hubert de Givenchy zelf heeft niet gekeken. De man die op 25-jarige leeftijd zijn eigen modehuis begon en wiens werk binnenkort te zien is in het Gemeentemuseum Den Haag is van de oude stempel; met het hedendaagse modecircus heeft hij weinig affiniteit. 'Ik vind veel kleding die momenteel op de catwalk te zien is ronduit lelijk. Bovendien zijn de modellen meestal erg jong en ze kijken chagrijnig. De bezoekers van de shows zien er vaak ook al zo dwaas uit. Waarom al die gekkigheid? Het is niet geraffineerd, niet elegant, niet discreet', aldus de gepensioneerde ontwerper.

De onmogelijke roze jurk bij Balenciaga.Beeld Team Peter Stigter

Givenchy heeft een punt: lang niet alle kleding die de afgelopen dagen op de catwalk te zien was, is kleding waar een vrouw van opknapt. Denk aan een roze jurk met een hoge col en een split tot aan de taille die werd gedragen op een paarse legging, een ontwerp van Balenciaga (foto). Of een jurk zonder mouwen in de vorm van een gigantische zwarte cirkel, gezien bij Comme des Garçons. Maar dat zijn ontwerpen die veel likes scoren op Instagram en die likes zijn goud waard. Daarom wint gekkigheid het zo vaak van discrete elegantie. De shows van nu dienen een ander doel dan de shows die Givenchy in de jaren vijftig gaf: het gaat niet meer enkel om de verkoop van kleding en het presenteren van een nieuw modebeeld, het gaat vooral om de positionering van een merk.

Van de rock-'n-rollkleren van Rick Owens tot de weelderige jurken van Valentino en de oversized pakken van Céline; ze kunnen tegenwoordig allemaal naast elkaar bestaan en het is allemaal mode. Het modebeeld is diffuser dan ooit omdat de meeste merken niet kiezen voor een trend, maar voor het onderstrepen van het eigen imago. De meest succesvolle ontwerpers van nu zijn ontwerpers met een eigen stijl, die goed weten voor wie ze kleren maken. Alleen moet je als ontwerper ook weer niet té consistent zijn, want zodra het al te saai en voorspelbaar wordt, haken de klanten af. Het diffuse modebeeld betekent overigens niet dat er helemaal geen gemene delers meer zijn. Die zijn er wel.

De belangrijkste trend werd vorig seizoen al ingezet en houdt nog wel een paar jaar aan: het minimalisme is op zijn retour. Alle ontwerpers in Parijs pakken momenteel uit met kleur, decoratie, uitbundige stoffen en prints. Dat is niet zo gek: het is het wezen van de mode dat de ene look de andere opvolgt. Zelfs Phoebe Philo, hoofdontwerper van Céline, die in 2008 vooropliep toen het minimalisme werd ingezet, is losser en uitbundiger geworden. En dat maakt haar werk alleen maar leuker. Tijdens de Célineshow in Tennisclub de Paris, die voor de gelegenheid was ingericht als een galerie, kwamen modellen voorbij in felgekleurde losse hemdjurken en lange witte jurken met Yves Kleinachtige motieven. Er waren wel pakken, maar dan met driekwartbroeken waar fladderende gekleurde zijde onderuit piepte (foto). En in plaats van het eeuwige zwart waar ze meestal voor kiest, nam Philo zondagmiddag het applaus in ontvangst in een felblauwe broek.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

De comeback van Theyskens

De Belgische Olivier Theyskens (39) werd op zijn 21ste op slag bekend toen Madonna een korsetachtige jurkjas van hem aantrok. Maar in 2002 stopte hij met zijn eigen modemerk: hij verkocht te weinig. Hij heeft achtereenvolgens gewerkt voor Rochas, Nina Ricci en Theory. Deze week maakte hij zijn comeback. Zijn eerste collectie staat als een huis. Donker, vrouwelijk en dramatisch. Veel zwart, een nadruk op de taille en volop wijd uitlopende rokken. De theatrale baljurken waarmee de shows eindigde, ziet u zeker terug op de rode loper.

Een theatrale baljurk van Olivier Theyskens.Beeld Team Peter Stigter
Céline wordt steeds uitbundiger.Beeld Team Peter Stigter

De andere grote gemene deler begint zo ingeburgerd te raken dat het bijna geen trend meer genoemd kan worden. Het gaat om het gebruik van sportieve elementen, athleisure in jargon. Dat is van uitzondering regel aan het worden. Er is in Parijs bijna geen ontwerper meer te vinden die niet een paar gympen of een sportieve broek of top de catwalk opstuurt. Helemaal in lijn met het modebeeld op straat: we kleden ons immer allemaal steeds sportiever en informeler.

Een goed voorbeeld van een ontwerper die momenteel precies de juiste snaar weet te raken met een mix van sport- en streetwear is Jonathan Anderson, een Ierse hipster die twee jaar geleden door modeconcern LVMH werd benaderd om Loewe nieuw leven in te blazen. De zomermode van Anderson is los en vrij. Lange jurken met een hippieachtig gevoel en overdreven lange mouwen (foto). T-shirtachtige tops op soepele jersey rokken en zwierige jurken met ballonvormige mouwen met koordjes. En een heleboel leer, want dat is de oorsprong van het merk. Vooral de leren korsetachtige riemen zijn de moeite waard.

Nog een geslaagd voorbeeld van de nieuwe zomermode is de collectie van Lemaire. Dat is het modemerk van Christophe Lemaire, die eerder voor Hermès werkte, en zijn vriendin Sarah-Linh Tran. De collectie die ze afgelopen woensdag lieten zien, was de vrolijkste die ze ooit hebben gemaakt. Een lange roodroze jurk over een rode broek (foto), een jurk en een rok met verschillende prints, een gebreide jurk van lurex met ruches, een mosterdgele blouse met een diepe V-hals op een katoenen zwarte broek met een hoge taille. Uitgesproken, praktisch genoeg voor dagelijks gebruik en niet te schreeuwerig. Lemaire is populair onder modeprofessionals; het is kleding die gerust een paar seizoenen meegaat. Net als die van de Belgische Dries Van Noten, die altijd roept dat hij het leuk vindt als mensen zijn kleding van een paar seizoenen geleden nog steeds dragen. Van Noten, een tuinliefhebber, was aan de slag gegaan met bloemen. Op de catwalk stonden 23 grote ijsblokken met ingevroren bloemen, ontworpen door Azuma Makoto. Laat het maar aan de Belgische modeveteraan over om te zorgen dat een collectie met een bonte verzameling Japanse bloemenprints geen truttige bende wordt. Hij had de bloemen gecombineerd met victoriaanse invloeden - die historische connotaties zijn volgend jaar zomer overal - zoals hoge opstaande kragen, ruches, pofmouwen en veel zwart. Daartegenover stonden praktische en sportieve elementen zoals een ecru spijkerbroek (foto), een oversized bermuda, een stuk mesh (gaatjesstof) bij de hals in een jurk. Precies de juiste balans tussen flamboyant en praktisch.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

De overdreven lange mouwen van Loewe.Beeld Team Peter Stigter
Professionele vrolijkheid bij Lemaire.Beeld Team Peter Stigter
Japans en victoriaans bij Dries Van Noten.Beeld Team Peter Stigter

Feminisme nog niet Diorwaardig

Maria Grazia Chiuri, de eerste vrouwelijke hoofdontwerper voor Dior, gaf deze week haar eerste show.

Maria Grazia Chiuri gaf deze week haar debuutshow voor Dior. Ze is de eerste vrouwelijke ontwerper in de geschiedenis van Dior. Dat heeft de communicatieafdeling van het modehuis de afgelopen weken meerdere keren benadrukt. Je zou denken dat het er anno 2016 niet meer toe doet of een man of vrouw de creatieve leiding heeft. Maar ook Chiuri zelf legde met haar debuutcollectie de nadruk op haar sekse. 'We should all be feminists', stond op een van de T-shirts (foto) - ja, T-shirts op de catwalk bij Dior. Met die slogan refereerde ze aan de populaire TedX-toespraak van Chimamanda Ngozi Adichie uit 2013.

Haar andere grote inspiratiebron voor de collectie was de schermsport. Ook daar refereerde ze nogal letterlijk aan, in de vorm van witte knielange broeken en gewatteerde schermjasjes (foto). Hoewel er ook weelderige, lange jurken met astrologische tekens, een fraaie donkerblauwe mantel en een klassieke trenchcoat in de collectie zaten, was het geen briljant debuut. Maar Dior is een invloedrijk merk en voor veel modebladen een belangrijke adverteerder en dus deed het gros van de aanwezigen hun best om de positieve elementen uit de collectie te benaderukken. Maar het kan veel beter. Hopelijk laat Chiuri volgend seizoen het populaire gedoe rondom feminisme voor wat het is, laat ze T-shirts met slogans aan anderen over en concentreert ze zich op een Diorwaardige garderobe voor moderne vrouwen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden