VOORPUBLICATIE

'Het dagboek getuigt van de problemen en dilemma's van het moment'

In 1944 was de Duits-Nederlandse schrijver Hans Keilson,door The New York Times tot genie verklaard, ondergedoken in Delft. Het was niet de enige reden dat dat jaar hem zou bijblijven.

Hans Keilson. Beeld de Volkskrant

Niet lang voor zijn dood vond de psychiater en schrijver Hans Keilson (Bad Freienwalde, 1909 Hilversum, 2011) in een la het enige dagboek terug dat hij ooit heeft bijgehouden, in 1944. In die periode was Keilson ondergebracht bij Nederlandse verzetsmensen in Delft. Hij had een vriendin, de 40-jarige Duitse grafologe Gertrud Pfeifer-Manz, die later zijn eerste vrouw zou worden, en samen hadden ze een kind, Barbara, geboren in 1941. Maar hij had ook een relatie met het 22-jarige Joodse meisje Hanna Sanders.

Het dagboek, dat overmorgen in druk verschijnt, getuigt van de problemen en dilemma's van het moment, schrijft Marita Keilson-Lauritz (met wie hij in 1970 trouwde) in de inleiding: hij was zonder beroep, zonder financiële middelen, onzeker over zijn toekomst (schrijver worden of arts?), het lot van zijn ouders (die in Auschwitz zouden worden vermoord), en dan die nieuwe liefde.

Na de oorlog zou Hans Keilson naam maken als medicus die getraumatiseerde Joodse weeskinderen behandelde, én als auteur van romans en essays op zijn vakgebied. In 2010 riep The New York Times hem uit tot geniale auteur, wat een hernieuwde aandacht inluidde voor de toen 100-jarige. Na zijn dood verschenen herinneringen en verhalen uit de nalatenschap. Daaruit is ook dit oorlogsdagboek afkomstig.

Dinsdag

Gertrud gezien in Amsterdam. Ze zag er stralend uit, hoed op, jas aan, een smal gezicht, een beetje opgemaakt, zoals ik dat graag heb. Slanker. Het dieet doet haar goed. Ze voelt zich beter. Heeft meer pit. Een heerlijke middag met haar doorgebracht. 'Je schrijft me zulke kille, zakelijke brieven.' Ik schrok, wat ben ik toch onbeheerst, dacht ik. Terwijl mijn gevoelens voor haar teder zijn. Ik heb haar hartelijk gekust. Nog op het station.

's Avonds kort Hanna gezien. Het was de dag van Everts en Fiets vertrek. Ze gaf me nauwelijks een hand en durfde me niet aan te kijken. Zo angstig, verlangend. Terwijl ze zondagnacht weer hier bij mij is geweest. Vertrouwd en lief en natuurlijk. Maar ik ben in alles degene die de leiding neemt. Ze is waarschijnlijk heel alleen onder haar andere mensen. Ze zag hoe Evert en Fiet pittig jong, verliefd weggingen, de vrijheid, het gevaar tegemoet.

Ik kreeg een steek in mijn hart. Wat heb ik gedaan, dacht ik. Maar anders was het nog zwaarder voor haar geweest. In de aantekeningen over Fetter (J.C.A. Fetter, 1885-1959, was een in die tijd populaire dominee, red.) ben ik een paar details vergeten. Waarom ik een niet-Joodse vrouw had, de kinderen waren niet-Joods. 'Ruth', zei ik. Hij knikte. Bovendien is het liefdesleven waarschijnlijk de vraag aan het individu. Je moet in je eentje beslissen.

Hans Keilson. Beeld de Volkskrant

Woensdag, 29

Zojuist las ik in Fetters Nieuwe kracht uit het Oude Woord. En ik begreep voor het eerst het offer van Abraham. Het flitste door me heen als iets bekends, dit offer kende ik toen ik afstand nam om gedichten te schrijven. Toen begon het overvloedig te stromen. Je leeft jarenlang met een inzicht, gaat ermee om. En op een dag zie je het opnieuw; je herkent het met een schok.

Vrijdag, 31

Gisteren zag ik een stokoud echtpaar. Hij hinkte op twee stokken; zij was blind. Hij strompelde moeizaam vooruit; zij hield zich voorzichtig aan hem vast. Hij was haar steun. Ze stapten in de tram. Toen ze weer uitstapten zag ik hoe ze met elkaar praatten. Blijkbaar vertelde hij haar waar ze zich bevonden: op een vluchtheuvel in de buurt van het Haagse station Hollands Spoor. Hij draaide voorzichtig in een kringetje tot hij zag waar ze moesten oversteken. Ze hield haar hand teder, zacht je voelde dat die als het ware zwevend op hem lag op zijn schouder. Omdat ze hem niet kon zien, was hij voor haar nog altijd de held die haar veilig leidde, strompelend op twee stokken. Hoe deden ze hun boodschappen? Of woonden ze in een bejaardentehuis? Een gelukkige oudedag, misschien was er nog liefde tussen hen. Ze zag zijn gebrekkigheid niet en voelde zich misschien meer invalide dan hij. Hij kon nog ridder zijn, haar beschermer. Misschien had hij zo oud moeten worden om deze droom uit zijn jonge jaren te kunnen verwezenlijken. Vroeger, toen ze nog kon zien, was hem dat niet gelukt. Maar nu... Anders had ik hun eendracht en tevredenheid niet kunnen verklaren.

Gisteren zei Hanna: 'Voor jou is het alleen een belevenis, een mooie belevenis. Maar voor mij...' Ze zweeg. Ik begreep haar. Ze was verdrietig, omdat ze iets had ontdekt, beleefd wat haar eenzaam, droevig achterliet. Ik schreef haar die avond een lange brief, die ze vandaag heel blij van me aannam.

'Jij kunt het beter onder woorden brengen, en waarachtiger, mooier dan ikzelf.'

'Is dat zo?' vroeg ik.

'Het is zoals jij het opgeschreven hebt.'

Ik had geschreven over de gedaanteverwisseling waarin ze zich bevindt.

Een dag later werd een pijnlijke situatie die we naderhand allebei niet zo verheffend vonden dankzij haar natuurlijke inzicht tot een goed einde gebracht. Ze begrijpt meer als je met haar praat. Ik wis heel mijn verleden bij haar uit. Al deze fouten, stommiteiten ik kan ze nu bevredigend oplossen, dat heeft iets heel bevrijdends. Afgelopen zondag had ze me heel kalm gevraagd hoe ik dit met Gertrud in mij rijmde. Ik antwoordde haar even kalm dat ik er intens naar verlangd had vertrouwd te zijn met een jong meisje. Niet omdat Gertrud te oud zou zijn, nee. Het was me eerder gelukt een vrouw te begrijpen dan een meisje. Het leek wel alsof ik nu inhaalde wat ik vroeger geweten noch gekund had. Wat als een blinde vlek in mij gelegen had. Zij vulde die helemaal op. Zo waarachtig kan ik niet vaak zijn. Nu al denk ik er vaak aan dat ik haar geen brieven meer moet schrijven die me later tegenover haar vader zouden kunnen compromitteren. Ik schrok van deze gedachten aan een veilige aftocht. Ik heb er lang mee geworsteld. Tot ik ten slotte toch geschreven heb. Zoiets mag in mij niet de overhand krijgen.

Wat zijn de vertalingen van Stefan George toch heerlijk! Vooral van Rosetti, Swinburne. Had George niets anders gedaan dan dit, dan was hij een groot poëet geweest.

Maar wat voor een poëet was Rosetti zelf! In mijn gedichten probeer ik tevergeefs die kristalheldere transparantie, die muziek als van Bach te bereiken. Ook Verlaine in het Frans ben ik ineens gaan waarderen. Avant de toute chose la musique! Zijn beste gedichten zijn bijna... Chinees. Ik ken geen hogere kwalificatie. Mijn kunstopvatting is muzikaal. Ik hoor aan de zin hoe de melodie verder moet lopen. Vaak zoek ik vruchteloos naar de juiste voortzetting. Het lukt zo zelden. Veel van wat aanvankelijk aanvaardbaar lijkt, moet later verworpen worden. De noodzaak mezelf uit te drukken is een noodzaak geworden die ik nog niet kende. Ik doe bijna niets anders meer. En viool spelen. Ook hier vind ik een mogelijkheid tot tweespraak die mij vervult. Mozart. Toen ik gisteren de film over Mozart en Salzburg zag, had ik een visioen van een bombardement op Salzburg. Tegen Mozarts graf staat een bedroefde engel geleund. Salzburg, Mozart, Mozart, bommen! Nee, niet dit rijm! Zo weerklonk voortdurend die kreet in mij. Vervolgens zag ik op Beethovens muziek het standbeeld van een meisjeslichaam op het doek verschijnen. De kuisheid, deemoed dat ik die zelf beleefd heb, greep me zo aan dat ik bleef zitten om de film voor de tweede keer te zien. En weer hetzelfde heftige gevoel. Een wereld is opengegaan. De begeerte is verdwenen, de natuurlijke blijdschap en schoonheid zijn doorgebroken. Ik verkeerde in een diepe roes!

Hanna Sanders. Beeld de Volkskrant

Zaterdag 1 april

Dagen dat ik alleen in het schrijven van gedichten mijn houvast terugvind. Ingespannen concentratie werk! Nogmaals overschrijven, kritisch nakijken, veranderen. Eindeloos. Aanvankelijke tevredenheid wordt gevolgd door de diepste vertwijfeling. Of het dit keer iets goeds wordt?

Woensdag 19 april

Lang niets geschreven. Wisselende gevoelens, maar niet voor de ene, tegen de andere. Maar voor mij, eenzaamheid, eigen ritme of aanpassing, ander wezen. Bijna breuk met Gertrud. Zij voelt mijn hardere vastbeslotenheid en die zit inderdaad ook in mijn wezen. Als Barbara niet zo lief was en er altijd tussen getrippeld kwam. Tussen Gertrud en mij is een breuk makkelijk denkbaar, haar opgewonden primitiviteit, haar agressiviteit zal ons uit elkaar drijven. Maar nu geen problemen. Haar heftige conflict in het geval van een eventuele reis naar Duitsland.

Daarna Hanna hier. Natuurlijkheid, die helaas een beetje verbogen is. Ze moest heel erg huilen. Wat is dit meisje prachtig. Diep in mij klinkt een snaar als ik bij haar ben. Bovendien weet ik dat dit niet het laatste lied is dat erop wordt gespeeld. Is het slechts een existentiële ervaring? Waarheid of waar als dwaling? Hoe diep voel ik dat er aan mijn grenzen getrokken wordt, hoe ik uitgerekt word.

Begonnen met proza. Wat is het bevredigend over mensen, leven, gesprekken, gebeurtenissen te schrijven. Niet alleen ervaringen, gemoedstoestanden neerschrijven. Heb veel van Katherine Mansfield geleerd. Maar haar concentratie, de fijngevoeligheid waarmee ze zich in de ruimte van de plastiek beweegt, heb ik nog niet bereikt. Verder werken. Een grafoloog zei: Dat is een man die plotseling verdwijnt om na tien jaar weer op te duiken! Zag Duitse agenten van de Sicherheitsdienst in de trein. Een van hen was beslist een epilepticus. Duitse propaganda door epileptici! Ik zag zijn blik.

Ik ben zozeer verstrikt in literaire arbeid dat ik bijna geen wetenschap meer begrijp.

Gertrud Pfeifer-Manz met dochter Barbara. Beeld de Volkskrant

Dinsdag 24 april

Drie Duitse officieren van de genie, die de inundatie bij Rotterdam leidden. In hun privéleven waren ze achtereenvolgens kleermaker, tandarts en boekhouder. En bovendien onnozele halzen!

Een Hollandse kruidenier, districtsleider voor duiken! Een man!

Langzaam weer kristal in mij. Heeft te maken met het proza dat ik schrijf. Is toch een kwestie van karakter. Wat voel ik me vaak vervreemd van mijn eigen leven.

De diepste verbondenheid met Gertrud. Weet de diepten te beroeren die aantrekken en afstoten. Oergebeurtenissen! Oerdriften! Mijn besluiteloze vormeloosheid (innerlijk gezien), die productief is. Werken, werken.

Vroeg aan Razum, die nieuwe toneelspelers voor het Deutsche Theater in Nederland engageert, hoe lang hij nog denkt door te gaan.

'Voor eeuwig!'

'Zeer waar,' luidde mijn antwoord, 'zeer waar, u weet zelf niet hoe waar.'

Tweestrijd Dagboek 1944 verschijnt donderdag bij Van Gennep Amsterdam, 17,90 euro.

Hanna Sanders (l) en Evy Bakker-Beer, bij wie Hanna was ondergedoken. Het is onbekend wanneer de foto's op deze pagina's zijn genomen. Beeld de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.