KunstcolumnMerlijn Kerkhof

Het Concertgebouworkest moet zijn eigenheid bewaken

Merlijn Kerkhof artikel ColumnBeeld .

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Merlijn Kerkhof, Rutger Pontzen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, ­muziek, theater of beeldende kunst.

Moest dat nou? Een musicus van het Concertgebouworkest vroeg zich af waarom de Volkskrant vorige week berichtte dat de orkestmusici hebben gestemd over een nieuwe chef-dirigent. Er waren drie namen overgebleven (Iván Fischer, Valery Gergiev en Andris Nelsons). Degene met de meeste stemmen zou worden gevraagd of hij de baan zou willen overwegen.

Het bezwaar: het nieuws zou de onderhandelingspositie van het orkest kunnen verzwakken – het orkest moet al opboksen tegen buitenlandse gezelschappen met een goedgevulde bankrekening. Verder zouden dirigenten die niet op het lijstje stonden, zich in hun eer aangetast kunnen voelen en daardoor misschien niet meer met het orkest willen werken. Niemand is graag tweede keus. Of vierde.

Ik begreep de gevoeligheid, al loop je wel erg op de zaken vooruit als je je nu al druk maakt om eventueel gekrenkte ego’s. Waarom publiceerden we dan? Wij zijn er voor onze lezers, niet voor het orkest. En die lezers mogen best weten hoe het gesteld is met Nederlands culturele vlaggeschip. Zeker na de Gatti-affaire lijkt het me logisch dat we de temperatuur blijven meten.

Het Concertgebouworkest maakt nationale gevoelens los. Het voelt als van ons allemaal (en verrek, we betalen er ook een beetje aan mee). Zoals iedere voetballiefhebber een mening heeft over de coach van het Nederlands elftal, heeft iedere klassiekemuziekfreak zijn favoriete dirigent. Voor veel concertbezoekers bepaalt de naam van de dirigent op het affiche of zij een kaartje kopen of niet.

Om een lang verhaal kort te maken: we schrijven over het Concertgebouworkest omdat we het belangrijk vinden. Het orkest zou zich pas zorgen moeten maken als we niet geïnteresseerd zouden zijn in wie die nieuwe chef zal worden.

We volgen het orkest kritisch, maar dat is dus ook omdat wij het er graag goed zien (en horen) gaan. En als de kritiek hard is, zoals bij de laatste Kerstmatinee (schnabbelintensiteit), dan is die misschien ook wel zo hard omdat we van het Concertgebouworkest het beste verwachten. De geschiedenis, de klank van eerdere generaties die in ons achterhoofd zit, kan zo ook een last zijn. Het Rotterdams Philharmonisch speelt de laatste tijd op een ontzettend hoog niveau, maar hoeft zich nooit zo te bewijzen als het Concertgebouworkest – een fijnere uitgangspositie.

De afgelopen paar jaar waren de recensies in deze krant vaker aan de zuinige kant, opvallend vaak drie sterren. Dat wijt ik niet aan het gegeven dat er nu geen chef-dirigent is. Ook onder Daniele Gatti liepen de beoordelingen al sterk uiteen, maar dat had vaak te maken met zijn onorthodoxe opvattingen, die de ene keer goed vielen bij de pers, de andere keer slecht. De komst van een chef-dirigent, die zo’n veertien weken met het orkest zou werken, kan helpen om eenheid aan te brengen in een groep die de afgelopen jaren flink verjongd is.

In 2008 werd het orkest door het Engelse muziekblad Gramophone uitgeroepen tot het beste ter wereld. Dat kwam vooral doordat de klank, ondanks de mondialisering die ook orkesten treft, nog zo herkenbaar was. Het lijkt me het belangrijkste om aan te werken. Het Concertgebouworkest moet niet het beste orkest  van de wereld zijn, het moet het Concertgebouworkest zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden