Review

Het buurmeisje met de gouden sprinterskont

Het rimpelloze leven van sprintster Dafne Schippers had aanvulling nodig, besloten de twee auteurs die de snelste vrouw ter wereld beschreven. Door Paul Onkenhout

Schippers tweede na 100 meter. Foto Getty

Wie een boek schrijft over de Vliegende Hollander, komt al gauw uit bij de Vliegende Huisvrouw. In publicaties over Dafne Schippers is Fanny Blankers-Koen nooit ver weg.

Dat is ook niet zo gek. Schippers werd een jaar geleden in Peking wereldkampioen op de 200 meter. Dé sprint is dat niet - dat is de 100 meter, in die race werd ze tweede -, maar in Nederland was het voldoende voor een golf van euforie plus smachtende redacties van talkshows als Jinek en De Wereld Draait Door.

Een ster was geboren. Iedereen ging plat voor de vrouw die, net zoals Blankers-Koen na de Olympische Spelen in 1948 in Londen en lang nadien trouwens ook nog, voortaan met haar voornaam kon worden aangeduid.

In een jaar vol narigheid deed Schippers het land uitbarsten in collectief gejuich, schreef zelfs het gewoonlijk kalme weekblad Elsevier. De roem kwam snel. Iedereen wil iets van haar, constateerde de Volkskrant. Dat was twee dagen na haar winnende race in Peking.

Dus zeker in een olympisch jaar was het te verwachten dat Schippers in de boekhandel zou belanden. De oogst is twee boeken, Sprintkoninginnen van Kees Kooman en De ontdekking van Dafne van Kees Sluys.

Beiden auteurs kozen voor hetzelfde procedé, getuige ook de subtitels: 'van Fanny tot Dafne' (Kooman) en 'en andere verhalen uit de Nederlandse atletiekgeschiedenis' (Sluys). Kooman beperkt zich tot sprinters, ook buitenlandse. Sluys breidt zijn terrein ook uit met atleten uit andere disciplines, zoals langeafstandloper Jos Hermens, hoogspringer Ruud Wielart en 800-meter-loopster Ellen van Langen.

Kees Kooman

Non-fictie
Sprintkoninginnen: van Fanny tot Dafne
****
De Kring, 288 pagina's met foto's; euro 19,95

Aan Schippers alleen hadden ze kennelijk niet genoeg. De vraag hoe dat komt, is eenvoudig te beantwoorden: het leven van Dafne Schippers is (nog) overzichtelijk en te rimpelloos voor een boek.

Enig drama ontbreekt en waar het de glorie betreft moet, ondanks die wereldtitel, het beste nog komen. Ook is niet ze niet aan de drank, gokt ze niet, gebruikt ze geen coke en is ze geestelijk volkomen in balans, in tegenstelling tot de voetballers van wie de levensloop in boekvorm de afgelopen jaren bestsellers opleverde. Schippers is vooral een jonge vrouw die keihard kan rennen - wat niet wil zeggen dat er over haar niets behartenswaardig te melden is.

Dat doet Kooman het uitgebreidst. Sluys beperkt zich tot een kort hoofdstuk waarin hij nuchter haar verleden als zevenkampster en haar keuze voor de sprint uitdiept, intussen strooiend met cijfers en resultaten. Het beeld dat Kooman van haar schetst, is completer en uitzinniger - en onverwachter bovendien, bijvoorbeeld als hij de Griekse goden erbij sleept om haar talent te duiden.

Dafne is niet zomaar een naam, moeten we geloven. 'Zullen haar ouders iets hebben aangevoeld, zodat ze hun jongste dochter vernoemden naar het kind van een riviergod uit de Griekse mythologie? Die zijn heilig telgje veranderde in een laurierboom, toen zij op de loop wilde voor de verliefdheid van de God Apollo?'

In de loop der eeuwen raakte de naam uit de gratie. Het eerherstel kwam voornamelijk tot stand dankzij Amerikaanse plantageslavinnen. Kooman gaat ver. Euforisch stelt hij vast dat 'juist een blank, Utrechts meisje met deze naam spot, in de door zwarten gedomineerde atletiek.'

Om te verklaren waarom Schippers een van de snelste vrouwen ter wereld is, wordt haar lichaam uitgebreid en tot in de kleinste details geanalyseerd. Een kunstwerk, noemt Kooman het, mogelijk vervolmaakt door - daar zijn ze weer - de Griekse goden.

Kees Sluys

Non-fictie
De ontdekking van Dafne: en andere verhalen uit de Nederlandse atletiekgeschiedenis
**
Nieuw Amsterdam, 206 pagina's; euro 18,99

Liefhebbers bewieroken vooral haar benen, haar 'bovenbenen als boomstammen'. Haar trainer en coach Bart Bennema gaat los op haar holle voeten, 'springveertjes, boem boem boem.' Nog eentje, van Kooman zelf: 'Met alle respect: de sprinterskont is puur goud.'

En de laatste: 'Haar open, enigszins bolle toet doet denken aan voorovergebogen fietsende meisjes op door knotwilgen afgebakende, uitgestorven polderwegen.'

Na haar winnende WK-race op de 200 meter omschreef Elsevier haar als het snelste buurmeisje van de wereld. De hierin vervatte suggestie dat Schippers zo lekker gewoon en aanraakbaar is, wordt in Sprintkoninginnen zonder pardon weerlegd. Schippers is bijna maniakaal perfectionistisch en meedogenloos, voor anderen en voor zichzelf. Ze heeft de koelbloedigheid van een beul, schrijft Kooman.

Een beul. Daar gaat het beeld van het vriendelijke, goedlachse buurmeisje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.