Het bokspaleis met de gloeiende sfeer

De gangen van het muziekcentrum werden onmiddellijk in bezit genomen door 'drugsgebruikers met zilverpapiertjes'. Maar de grote zaal bleek over onbegrensde mogelijkheden te beschikken....

'Chef-dirigent Paul Hupperts van het Utrechts Symfonie Orkest had het nog zó gezegd: 'We hebben gewoon behoefte aan een gehoorzaal voor het orkest. Hang het niet op aan te veel andere dingen.' Maar het werd 'een muziektempel zonder drempel' (volgens een Utrechtse Nota Kunstbeleid). Een 'plaats van samenkomst in de stad' (aldus de architect Herman Hertzberger). En anders was het wel 'een correctie op Hoog Catharijne' (architectuurblad Wonen-TA/BK). Of misschien toch eerder een 'aangebouwde molshoop' (Vrij Nederland).

De maoïstisch georiënteerde Muurkrant die destijds menige Utrechtse bouwschutting sierde, zag de 'gebraden speenvarkens' al door de artiestenfoyer vliegen. Maar Henk Vonhoff, de VVDburgemeester die in januari 1979 Muziekcentrum Vredenburg voor geopend verklaarde ('Brahms zei al dat hij naar Utrecht kwam voor de muziek, en naar Amsterdam alleen om lekker te eten') baste dat het om niets meer en niets minder ging dan 'een stap op weg naar verdere democratisering van de kunst'.

Wat heet: Vredenburg is 'door de tijd alweer ingehaald – als gebouw dan, niet als zaal', zegt Vredenburg-directeur Mathieu Heinrichs. 'Bovenin die mooie zaal' moet je volgens oudemuziekliefhebster Jeanne van Dam uit Bennebroek 'geen last hebben van hoogtevrees'. 'Het is akelig lopen daar.' Je blijft ook zoeken naar die ene foyer, en sommige toegangen naar het mekka van de Bach-cantates zijn volgens Van Dam zelfs 'luguber, met die drugsgebruikers met zilverpapiertjes'. Volgens een briefschrijver in het Utrechts Nieuwsblad zou menige oudere in het 'bokspaleis' Vredenburg van de trapjes zijn gedonderd.

En toch: 'De sfeer is er gloeiend, Vredenburg is onze favoriete zaal', zegt Leon Ramakers, directeur van het popimpresariaat Mojo. 'Vredenburg is ons huisadres', verzekert Rebecca Smit, celliste van het Radio Symfonie Orkest. Volgens de componist Konrad Boehmer is het 'met afstand de sympathiekste van alle Nederlandse concertzalen'.

'O, als ik hier eens zou kunnen werken', zuchtte ooit Marco Borsato. 'Vredenburg', constateert Henk Smit, ex-muziekprogrammeur in Eindhoven, 'is hét voorbeeld voor alle muziekcentra. Een brandhaard voor muziek.'

En dat terwijl het gebouw er 25 jaar geleden eigenlijk alleen maar is gekomen 'omdat men niet besefte waar men ja tegen zei'. 'Utrecht haalde een paard van Troje binnen. Het slechte geweten van het wegvagen van de binnenstad door Hoog Catharijne werd afgekocht.'

Dat zegt Peter Smids, de eerste Vredenburg-directeur, die in 1979 het avontuur op de planken zette van een Openingstiendaagse met onder andere Mahlers Auferstehungs-Symphonie onder leiding van Edo de Waart, Mandolinen klinken zacht in Nicosia door de Zangeres zonder Naam, Bachs Hohe Messe, en de sprekende papegaaien van Circus Roberti – alles onder het motto 'Een rijke en begerenswaardige aanwinst voor het totale muziekleven van Utrecht'.

De architect Hertzberger barstte van de idealen, toen hij in 1976 zijn maquette liet zien in NRC Handelsblad, met een muziekzaal die van alle kanten toegankelijk zou worden, en waarin iedereen 'intens visueel contact' zou hebben met het podium. Openheid zat ook in de 'fictieve dagindeling' die Hertzberger toen voor ogen had: 's ochtends orkestrepetitie, waarbij het publiek binnen kon sluipen. 'Dit zal vanzelfsprekend worden gevonden.' Middagpauze met amateurmusici op banjo of gitaar. 's Middags orkestrepetitie van de muziekschool. 'Tegen vijf uur worden ze eruit gegooid door een popgroep die z'n nachtconcert wil voorbereiden. En dan 's avonds een klassiek concert met een pauze van uur of zo, in welke tijd men in het restaurant wat kan gebruiken.'

Helemaal kloppend bleek die dagindeling niet, maar verspreid over de kalenders heeft het visioen wel degelijk vorm gekregen. Smids' Openingstiendaagse weerspiegelde het al, hoewel er geen banjo in het programma zat. Wel de folkzanger Wannes Raps, het Harmonieorkest van het Leger des Heils, de meester-blokfluitist Frans Brüggen, Boy Edgar, en het Nederlands Blazers Ensemble, dat in een nachtconcert 'de geesten van Vredenborch' opriep.

Peter Smids: 'Ik had helemáál niet het idee dat het meteen lukte. We hebben jaren moeten vechten voor de zalen vol zaten. De echte glorieperiode kwam pas in de jaren negentig. Maar Hertzberger heeft lang nagedacht over dat gebouw. Hij heeft er een zwaar stempel op gedrukt. Hij is eigenlijk een architect van 1968, toen de verbeelding aan de macht moest.'

'Bent u de architect? Dan bent u gek', beet een abonnee van het Utrechts Symfonie Orkest Mathieu Heinrichs toe, die in 1979 nog publiciteitschef was, en coltruien droeg. Heinrichs: 'Utrecht gold als een duffe stad. Er was scepsis. De grote zaal is ook geen zaal die je onverschillig laat. Het is alles of niets.'

Hertzberger had wel een 'optimistisch mensbeeld', relativeert Heinrichs, die meteen 'een zwerver als buurman' kreeg. De dakloze nam zijn intrek op de tweede etage, op het karakteristieke multiplex Hertzberger-zitje naast Heinrichs kantoor. 'Het werd snel grimmiger, met groepen junks – inclusief een grommende hond. Nu zijn er overal codes en sleutels. Het gebouw heeft het niet gered. De grootsheid van de grote zaal kom je in de rest van het gebouw niet tegen.'

Ook de wijdgeopende deuren bij de gratis lunchconcerten sloten zich, toen het horecagerinkel en soppende voetstappen op de gang de concentratie bij nader inzien bleken te verstoren. Met Circus Roberti was het eveneens vrij gauw gedaan, toen een horecamedewerker een beer achter zich aan kreeg. Handig was het toch al niet: 'De olifanten moesten op hun knieën door de poortjes naar binnen', weet Heinrichs.

Vredenburg-technicus Ad Philipoom is expert in de omgang met zowel het klavecimbel als de Mojo-subwoofer. Zijn eigenlijke specialisme is het dik gelaagde multiplex van Hertzberger. Philipoom was timmerman bij de bouwmaatschappij die Vredenburg neerzette, en werd door Vredenburg meegelokt 'omdat ze niet voor verrassingen wilden komen te staan'. Talloze multiplexdelen heeft hij vervangen. Maar als Roberti artiesten te kort kwam, was hij niet te beroerd om naar het podium te komen en een olifant in te zepen bij wijze van act. 'Het is een leuk gebouw om in te werken.'

'Alles kan hier, tot bewezen is dat het niet kan', zegt Henk Smit, nu manager van het Radio Symfonie Orkest. Het 'onofficiële huisorkest' speelt in Vredenburgseries namens de TROS, de NPS, de AVRO, de EO en de VPRO. Tegenwerking is er hooguit van de akoestiek, als er Bruckner of Mahler wordt gespeeld. Maar, vindt Smit, 'alleen bij grote volumes wordt het een probleem, en dan hangt het er nog van af waar je zit'. Volgens RSO-celliste Rebecca Smit horen orkestmusici elkaar bijna nergens zo goed als in Vredenburg.

Dit is de eerste en laatste keer dat ik hier ben', dacht Mojo-oprichter Ramakers, toen hij de rode stoelen zag, de 'ongelukkige verlichting' en de 'naar het podium toegebouwde zijkanten' waar publiek zat. 'Totaal ongeschikt.' Maar toen bleek dat de parterrestoelen eruit konden, en een uitprobeerconcert van componist/gitarist Steve Hackett 'fantastisch werkte omdat je er bovenop zat', was Ramakers verloren. Dertig keer per jaar vult Mojo de grote zaal, en zijn gedenkwaardigste moment was niet het recente optreden van de Rolling Stones, maar dat van Elvis Costello, die gevraagd had of er tijdens zijn concert 'iets onverwachts' kon gebeuren.

Ramakers haalde Freek de Jonge erbij, die achter Costello de duckwalk begon te doen, en toen Costello zijn song Hand in hand wilde inzetten, met de hele zaal het Hand in hand, kameraden aanhief, tot verbijstering van de zanger. Dat de popklank in Vredenburg de neiging heeft 'door te dreunen', komt niet door Vredenburg, zegt Ramakers, maar doordat de technici van de bands 'altijd doof zijn en de schuiven zover naar voren zetten dat ze het zelf horen'. 'Ik heb mijn nek uitgestoken en er een paar keer wat van gezegd, maar dat wordt niet in dank afgenomen. Sterker: je kunt een klap voor je bek krijgen. De geluidsman wordt door de groep altijd verdedigd.'

Toch aardig, vindt Ramakers, dat je bij de goudkarpers in de artiestenfoyer Reinbert de Leeuw kunt tegenkomen, wanneer die naast een 'bak herrie' het pianissimo van Anton Webern heeft beproefd in de kleine zaal.

'Met geluidstechnici valt niet te praten', berust Heinrichs, die er al brieven over kreeg in de elektrisch versterkte oertijd van Gilbert Bécaud, Leo Ferré en Wolf Bierman. Chansonniers en Liedermacher die het Vredenburgpodium allengs hebben vrijgegeven voor de klezmer, Rob de Nijs en de Kazachstaanse knievedel. Het aantal symfonische concerten, begonnen met 55 per jaar door het strompelende Utrechts Symfonie Orkest zaliger, groeide ooit naar 115, maar zakte langzamerhand weer naar 80, inclusief die van de grotere radio-en Randstad-orkesten. Heinrichs wil 'alles op alles zetten' om symfonisch publiek terug te halen naar het toekomstige Muziekpaleis.

Niet voor niets stond hij zelf 'aan de grond genageld' bij Olivier Messiaens Turangalila-symfonie, in het bijzijn van de oude mâitre met zijn broek tot aan de kin. En sloeg Riccardo Chailly niet de spijker op zijn kop? 'Het verschil met Amsterdam', zei de chef van het Concertgebouworkest, 'is dat het publiek hier precies weet waar het voor komt.'

Publiek voor oudemuziekfestivals, Liszt-concoursen, de poëzienachten en de blues-estafettes komt uit heel Nederland en zelfs daarbuiten (Heinrichs: 'De echte Lisztliefhebber kijkt niet op een kilometer'). Ook de jazzpianist en -cursusleider Rein de Graaff zag trouwe kleinezaalbezoekers uit Breda en Deventer ouder en wijzer worden, dwars door de jazzgeschiedenis heen.

De Graaff vindt het 'eigenlijk heel jammer' dat de 'goede kleine zaal' onder de slopershamer zal vallen. Maar volgens Peter Smids was die zaal van begin af aan een 'noodoplossing – nog net gerealiseerd omdat ik erop aandrong, en dat moest binnen de bestaande lijnen'. De grote zaal, waarin Smids 'dankzij Frans Brüggen' hoorde hoe Beethovens Eroica werkelijk in elkaar zit, en zag hoe de meestervioliste Kyung Wha Chung met het Rotterdams Philharmonisch een concert afbrak 'omdat ze met haar naaldhakken telkens klem zat tussen de naden van de podiumlift' is een 'geniale zaal'. 'Maar rondlopen in Vredenburg kon me ergeren, het zit onhandig in elkaar.'

De componist Boehmer vindt dat óók de 'zeer fatsoenlijke grote zaal' plat moet. Met een paar andere componisten liet hij zich in 1968 door Hertzberger uithoren in het Utrechtse instituut voor Sonologie, tijdens een gesprek over de 'zaal van de toekomst'. Boehmer adviseerde een 'open zaal', een 'communicatieve ruimte', geschikt voor 'de Wama's en Brahms, Stockhausen en de Beatles'.

Boehmer: 'Het is bijna een kwestie van fatsoen dat Hertzberger ook bij het nieuwe complex wordt betrokken. Ik zou zeggen: laat hem een nieuw complex bouwen. Niet het ene houden en daar iets anders tegenaan plakken. De toekomst van toen is alweer veranderd. Baseer je op een gedurfde visie. Zonder visioen ben je nergens.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden